Demion

Members
  • Aantal bijdragen

    95
  • Geregistreerd

  • Laatst bezocht

Alles door Demion geplaatst

  1. Verbijsterende paddenstoelen Maar wat is dat eigenlijk, krankzinnigheid? Is het dat er geen maandagochtenden meer zijn? Omdat alle dagen en nachten en alle waak- en slaapzame uren geen enkel logisch onderling verband meer met elkaar houden? Dat zou goed kunnen. Midden in de nacht onder invloed van tientallen soorten narcotica je geschifte ideeën menen te moeten ventileren? Ja hoor, ook dat. En nee hoor, geen tientallen, dat is overdreven. Hooguit zeven. Is het je druk maken om het al of niet ontbranden van de Derde en Laatste Wereldoorlog? Dat zogenaamde leiders van landen elkaar in de haren vliegen om allerlei hoog opgejaagd niks en voordat je het weet vallen er geen harde woorden meer, maar bommen? Aan alle kanten ingesloten door maniakken en dictators met verhitte ego's en massa's wapentuig, er hoeft maar dàt te gebeuren en boem. Oorlog. En die Derde, mocht het er ooit van komen, dat is einde mensheid. Of zoals mijn collega-genie, de heer Albert, het ooit zo weloverwogen zei: een eventuele vièrde zal uitgevochten worden met stokken en knuppels. Terug naar de steentijd. De derde oorlog zou zeer waarschijnlijk uitmonden in een wereldwijde nucleaire holocaust en zou ons menselijk ras en zijn zogenaamde beschaving zo goed als uitroeien. Wellicht dat er her en der wat groepjes overlevenden achterblijven, maar die zouden daar snel genoeg spijt van krijgen: de Aarde is verwoest. Wat de conventionele bombardementen en de nucleaire explosies niet vernietigd hebben wordt wel gegrepen door de straling. Op cellulair niveau, onmerkbaar, totdat het te laat is. Stofdeeltjes van verdampte steden vullen de atmosfeer en blokkeren het zonlicht. Er is alleen nog nacht en schemering. Het plantenleven sterft. De dieren volgen niet veel later. En die laatste mensen? Ach ja... En toch, ik heb ook eindeloos traag stromende gouden watervallen van licht en grote rimpelende bloemen in onmogelijke kleuren uit mijn schuine plafond zien stromen. Dat ik daar op mijn rug op mijn bankje gelegen urenlang met open mond van genot en verbijstering en verbazing en extase en plezier naar heb liggen staren. Alsof ik rechtstreeks de hemel in keek. Toegegeven, toen had ik wel de nodige magische truffels geconsumeerd, maar toch: dat was ook krankzinnig.
  2. Demion

    Kona, muziek van een planeet

    Kona, muziek van een planeet Heden avond, zo vlak voordat de schemering inviel, ging ik nog eens wat wandelen. Dit speciale moment van de dag, als de wereld zich klaarmaakt om afscheid te nemen van de dag en de nacht te begroeten, werd vanavond bijgestaan door een onheilspellend loodgrijze hemel waartegen zich her en der wat grijsblauwe wolkjes aftekenden. Dit haast surrealistische uitspansel vlijde zich neer over een steeds groener wordend nog immer zacht glooiend heuvelland en gaf dit landschap een vreemde weerschijn. Spookverhalen over vampiers en weerwolven die vast wel door deze schemerwereld zouden rondzwerven dwarrelden door m'n hoofd. Ik nam plaats op een bankje met de rug tegen een heuvel en inflammeerde mijn joint. Ik leunde achterover en voegde aan mijn aanwezigheid aldaar nog wat grijs geurende wolken toe. Loom als de avondhemel dreven flarden rook voor me uit het pad af en het weiland in, om daar ergens op te lossen en zo de hele wereld stoned te maken. Mijn dromerijen werden even onderbroken door het verschijnen van een groepje mannen mijner eigenste leeftijd, die gehuld in felgele en akelig strakke broekjes en knaloranje hemden en meest hoogrood aangelopen kaakbeenderen mij noestig voorbij kwamen puffen. 'Strijdt moedig voort, makkers', zo dacht ik, en nam nog een hijs van mijn joint. Ik dacht terug aan afgelopen maandag, de dag van de storm, en hoe ik op het hoogtepunt daarvan ook was gaan wandelen door de heuvels hier, op wiens toppen de volle kracht van de wind pas goed te ervaren was. Op de heenweg werd ik door de wind als een krachtige hand in m'n rug voortgedreven en vouwde mijn lange openhangende jas zich als flapperende vleermuisvleugels om me heen, en op de terugweg joeg dezelfde wind dezelfde jas als een klapperend zeil achter me aan en moest ik denken aan vroeger, hoe ik als kind Superman gespeeld had met een oud rood gordijn om m'n schouders. 'Ik ben een superheld', dacht ik glimlachend en liep verder, voorovergebogen tegen de wind in. Ik naderde een stel hoogspanningskabels, die van horizon tot horizon over de heuvels aan hun stalen masten hingen. Terwijl ik dichterbij kwam hoorde ik een steeds luider wordende bromtoon, voortgebracht door de huilende wind langs de kabels. Ik ging er precies onder staan en keek omhoog. De honderden meters lange kabels hingen recht boven me loom heen en weer te zwaaien in de woeste wind en brachten een aanhoudende zware zoemtoon voort. Door de komvorm van het landschap waar ik doorheen liep had elke volgende stap een nieuw akoestisch effect. Nu mengde zich ook een hogere fluittoon, afkomstig van de mast zelf, in het concert. Nog een stap verder en opeens was ik uit de wind en hoorde ik niets meer. 'Het zingen van de masten', zo dacht ik. Ik weet ook niet waarom. Ik liep verder en stelde me voor hoe dit enorme energienetwerk van kabels zich verder uitstrekte, voorbij de horizon, verder door het hele land, zich her en der opsplitsend, de landsgrenzen over en verder het continent op, en dat, met een beetje fantasie, vast wel de hele wereld zou omspannen. Aangezien het altijd wel ergens flink waaide hadden we hier dus de allergrootste basgitaar ter wereld, door ons gebouwd en altijd wel ergens op enig moment bespeeld door niemand minder dan God zelf. Alzo rokerig dromend schoot ik de peuk van mijn joint de schemering in en stond op. Ik rekte mijn oude botten even en begaf mij dan maar herwaarts. Om mij heen werd de wereld langzaam steeds donkerder en de vele vogels boven mij in boomtop en kruin namen afscheid van het licht. Ik stelde me zo voor dat ik vanuit de ruimte de terminator, de lijn die de dag van de nacht scheidt, over de Aarde zou zien jagen met zestienhonderd kilometer per uur, terwijl daar heel ver beneden ergens een mannetje over vogels en basgitaren liep te dromen. Daarna stelde ik me voor dat met deze lijn dus ook het gezang van de vogels een reis om de planeet maakte, in een altijddurende achtervolging van zijn tegenhanger aan de andere kant van de wereld. Een ochtend- en avondconcert van vogels dat met zestienhonderd kilometer per uur rond de hele planeet draaide, begeleid door God op de basgitaar. Vrolijk glimlachend liep ik naar huis.
  3. Demion

    Klapperbakkes

    Rijmer-ei Zo'n strakke klapperbakkes met klapschaats-kaken en van die joekels van knikkers, dan zit het wel snor. Dan heeft het narcotica nemen vluchten genomen die hoog als de hemel vliegen door luchten die eindeloos blauw en zo vrij zijn, het witter dan wit van de wolken schittert als klatergoud en zomerse dromen vertrouwd zijn en licht, zo helder de klater van water is het later weer wazig geworden leuter en zwets. Fletse klets is het wis en warempel en het zit zoals dit: warrige woorden worden wat wiebelig weergegeven wanneer werkelijk wonderlijke werelden waarachtig waanzinnig wervelen. De geest van het beest heeft het leven beleefd begeven en later gelaten de laatste veldslag verslagen verlaten. Het feestend extremen vernemen en kennen is heden toch even heel goed en geweldig geweest. Maak het nou even en ga lekker slapen, het hoofd is zo moe en echt toe aan wat rust. Doe die oogjes maar toe nu en zwijg, leg lekker neer dat grijs en verlopen gezicht. Gezwicht en gebroken stopt dit duivels geratel, ik smeek je: staak die blatende klapschaats-kaken en maak die strakke klapperbak dicht.
  4. Demion

    Van bloeden en luim

    Van bloeden en luim Een bescheiden karakterstudie aangaande de ijle vluchtigheden des levens Door Simon van Doorn, Geschiftem ex Deorandus Het is verdomme ook altijd wat. Echt waar. Gèk wordt je ervan. Nu weet ik wel dat er reeds heden enigen van jullie lopen te bivakkeren die vrij periodiek de neiging hebben mijn geestelijke gezondheid danwel het volledig ontbreken daarvan tegen hun eigen zwakjes schijnende licht houden, om dan, geheel zonder blikken of het geringste blozen en gebaseerd op echt helemaal niks, een beetje voor de wat minder positieve helft van die vergelijking gaan zitten te lopen kiezen met z'n allen. Ja, hallo! Op die manier gaat dat hier niet functioneren, dat begrijpt u natuurlijk ook wel. Alhoewel ik dan weer direct en met slechts een fluister van spijt wat krampachtig noodgedwongen concluderen moet dat het mijns inziens zo voor de hand liggende van de voorgaande opmerking wel eens helemaal niet zo overduidelijk zou kunnen zijn dan ik meen te moeten willen weten mogen kunnen denken dat zij is. Kijk, tussen het klaar en simpel menen enerzijds, en al dat wat in de volksmond ietwat vaag omschreven wordt als 'de realiteit' dan welhaast nergens anders dan pal en recht daar tegenover gepositioneerd, dames en heren, daar tussen bevinden zich een vrij groot aantal opvallende verschillen, dat wil ik u best vertellen. Naast opvallend zijn ze ook significant. Dat betekent vrijwel hetzelfde maar klinkt een stuk beter. Of niet, natuurlijk. Die keus is geheel aan u. Dat denkt u tenminste, en het is voor u beter en voor mij veel eenvoudiger om u maar gewoon in die waan te laten. En denk nou niet, maak die vergissing nou niet, zoals de vele duizenden die voor èn na u al gekomen hadden geweest moeten zijn die ook gemaakt hebben door te menen te moeten willen mogen denken dat u het in een enigszins vergelijkbare situatie waarschijnlijk hèèl anders zou aanpakken, want dan hebt u hier precies het juiste mannetje voor uw met veel te veel rooie adertjes doorploegde zwart-verrotte aardappel van een neusafdruipgietsel staan. Dà t, dat walgelijke en vuige vochten uitbrakende gezwel uit de hel dat daar midden in uw bakkes voor een neus moet doorgaan, dat is dus waar ze cosmetische chirurgie voor hebben uitgevonden. Ik vrees echter dat in dit uitzonderlijk smerige geval slechts het meest radicaal-brute van het medisch mogelijk zijnde hak-, snij- en breekwerk dat onze tijd ons kan bieden voldoende zal zijn om vooral òns, wij hier allemaal aan de à ndere kant van die gruwelijke gok, die afzichtelijke snotkrater, die nachtmerrie van kraakbeen, die ranzige verzameling dooie huid en daarin verpakte hardkrokant aangekoekte mix van slijm en bloed en sporen harde drugs dan eindelijk te doen verlossen weten mogen kunnen. In godesnaam. Deze operatie ondergaat u niet uit ijdelheid of omdat u genoeg heeft van de botte opmerkingen, nare grapjes en lage opmerkingen die u dagelijks in een niet aflatende stroom naar uw hoofd geslingerd krijgt, nee, deze operatie ondergaat u uit puur en simpel medeleven met uw medemens. Als kleine onschuldige kinderen die op straat aan een ijsje lopen te lebberen bij het zien van die monsterachtige tomaat-met-tentakels in dat porem van u spontaan dat ijs weer luid jengelend beginnen uit te kotsen en daar werkelijk nog dagen, zo niet hele wèken een enigszins wrange smaak in hun achterste papilaren aan overhouden, deze vanaf nu voor altijd getekende en voor de rest van hun gelukkig niet al te lang meer durende leventje totaal verpeste zielige kleine kindjes, dan is er echt iets mis. Kom op, man. Ik ben zelf dan toevallig op elk denkbaar fysiek en lichamelijk niveau nagenoeg perfect op zo'n beetje alle mogelijke manieren, dat wil niet zeggen dat ik geen weet heb van wat u daar beneden van tijd tot tijd en wijle allemaal placht te plagen aan dagelijkse hommeles. Neen, gij naar en achterdochtig klein wezentje. Ik weet dat heel wel. Ik kies echter welbewust voor het vrijwel volledig naast mij neerleggen van deze zinloze achtergrondruisinformatie, zodat mijn leven gevrijwaard mag blijven van al die overbodige torsiebalken. Die zijn niet alleen onredelijk zwaar en lastig te dragen, ik heb ook geen idee waarom die dingen hier opeens opduiken. Torsiebalken. Alsof het allemaal al niet lastig genoeg is voor jullie. Ach ja. Jullie zullen vast wel weer in staat zijn, zoals dat in het verleden vaker gebeurd is, via een of andere schimmige en onnavolgbare gedachtenconstructie mij ook hiervan de schuld te geven. Gelukkig boeit mij dat in het geheel niet. Er zijn altijd nog anderen. Best veel ook. Wel een paar miljard of zo. Da's echt wel keiveel. Nooit eerder bij stil gestaan eigenlijk. Waarom zou je ook? Zinloos gedoe. Men zou beter worsten roken. Aldus zo wat voortmijmerend over het wel en wee van wat er zich soms wel en soms niet kan voordoen in de wereld verliet ik redelijk welgemutst en iets minder vast ter been om half vier 's nachts de woning van een beter niet nader genoemde vage kennis en begaf mij huiswaarts. Het dorp was volledig uitgestorven. Op mijzelf na dan. Maar dat lijkt me duidelijk. Ik loop daar toch? Nou dan. Wel opletten. Ik sta hier niet voor de vagina van het poezenbeest midden in de nacht een stapel lariekoek te bakken zonder dat daar ook nog eens een ongevraagd èn ongewild sausje van uw moedeloze sarcasme overheen wordt gesproeid, okee? Anders deed ik dat wel ergens anders. Voorts deed een vrij sterk vermoeden dat het zich vrolijk dansend in mijn bloedbaan bevinden van maar liefst vier verschillende narcotica een merkbare invloed had op voornoemd prettig humeur en onvaste tred zich inderhaast aan mijn bewuste geest kenbaar maken. Wij zwalkten niet laveloos en oude zeemansliederen balkend midden over straat in een afkeurenswaardige walm van goedkope alcohol en een vlak daar onder slecht weggemoffelde geur van uitzichtloze dagen van grijze ellende en trage misère, zo ver afgedwaald van dat nauwe rechte paadje waren wij nog niet, maar de zuiverheid van onze coördinatie wat betreft het aansturen van ons motoriek apparaat beschreef niet helemaal dezelfde anders zo vloeiend en welhaast gracieus uitgevoerde accuratesse als in andere, op het gebied van helderheid des wezens wellicht wat meer nuchtere momenten, zo zou men kunnen pogen proberen een eerste ruwe schets van de alhier gekenschetste gemoedstoestand te mogen doen willen neerzetten. Dit eerste werk, deze aan alle kanten nog rauwe en uiteraard volstrekt onwerkbare versie van wat uiteindelijk vast wel weer een nieuw juweel zal worden in het zich immer uitbreidende en nu al zo stralend zijnde gamma van eersteklas beschouwingen in termen en zinsbeelden waarvan echt niemand begrijpt waar het over gaat zal dan ook, volkomen terecht natuurlijk, voegen wij hier blijkbaar net niet overbodig genoeg zijnd aan toe, door iedereen die ook maar twee of drie nog wat na-flakkerende hersencellen in zijn holle schedel rond heeft slingeren totaal en volledig genegeerd worden. Of drie. Of acht. In elk geval een opvallend en belachelijk laag aantal in vergelijking met de honderd miljard of zo normale gezonde goed functionerende cellen die een gemiddeld mens onder zijn pannendak heeft liggen. Waarom die eerste versie dan überhaupt in het leven geroepen, zo hoor ik u daarachter verstopt in een hoekje enigszins meesmuilend opmerken? Wel, uit dat platvloerse en eerlijk gezegd nogal armzalige excuus voor een redenering blijkt natuurlijk al dat u geen flauw idee heeft waar Abraham meestal zijn mosterd gaat halen. Of welk ander tafelsausje dan ook, wat dat betreft. Deze man, deze stokoude knakker, deze seniele en wat kwijlende excentriekeling heeft in het allerlaatste quantum van een atoom van een molecuul van een complexe verbinding van een uit eiwitten, hormonen en andere exotische bizarheden samengesteld complex van lichaamseigen stoffen (of zo men innig hopen doet) dat enigszins en dus redelijkerwijs kan worden beschouwd als nog steeds deel uitmakend van het aan de randen wat wazig zijnde concept van dat wat zijn persoonlijkheid is, in dat onnozel kwantumpje dus, mèèr authentiek daadwerkelijk grondig doorleefd klaar en zuiver karakter dan u en uw wanordelijke janboel van metgezellen in al uw onbetekenende leventjes bij elkaar zoudt weten te kunnen mogen hopen schrapen, en dat is dan ook nog met behulp van kleine ijzeren kammetjes die door hun rare ontwerp heel vervelend in de hand liggen. Kromme poten krijg je ervan. Echt niet normaal. Dat die Geert met z'n blonde bolles dà à r eens iets over zegt, daar in Den Haagstreek of waar die platvissen ook allemaal zitten. Maar nee, dat mag dan weer niet. Dan heb je de poppen aan het dansen, en krijg die wervelende bende mooi aangeklede ellendelingen dan maar weer eens zo ver dat ze hun nieuw verworven status van vertolker van innerlijke pijnen en kwelletjes in het aloude metrum van de zwierende dans opgeven in ruil voor een leven in verstofte hoekjes en kwellende eenzaamheid. Dat gaat niet gebeuren, niet nu en niet in wat voor vreemde toekomst dan ook. Kleine grijze ronde balletjes met aan elk uiteinde een afwisselend rood en dan weer rond wormvormig aanhangsel in de vorm van een klein blauw apparaatje met een vage functie-omschrijving ('matrixiteitenmeter' meende ik ergens gelezen te hebben, maar daarbij verwijs ik u direct naar de opmerking die daar al over gemaakt is, elders, op een heel ander moment dan het huidige) komen nog eerder op de maat van wilde inheemse muziek die voornamelijk bestaat uit grondtonen en keelklanken uit de kieren van de wereld rollen dan dat dà t ooit werkelijkheid gaat worden. Of iets wat er zelfs maar op lijkt. Daarbij de kanttekening dat dat ook heel goed over iets totaal anders had kunnen gaan. Dat weet ik toch ook allemaal niet, man. En waar ze allemaal heen gaan? Geen idee, maar het blijft spannend. Ergens ter wereld moet een verrekt grote en behoorlijk rap groeiende hoop momenten liggen die allemaal weer net even anders zijn dan het huidige. In tegenstelling tot de moderne mens, die zonder telefoon opeens niets meer weet van niks en opeens nergens nooit meer iets kan voor of met of tegen wie dan ook in de hele wereld, niets in het bijzonder en niks van wat als het redelijke midden wordt beschouwd door hen die door een schrijnend gebrek aan compassie en mededelingsvermogen niet in staat zijn verder te kijken dan de overgroeide binnenberm van deze landingsbaan breed is en derhalve voor altijd door blijven sukkelen op deze stompzinnige ontkenning van wat de rest van de wereld gewoon asfalt noemt, zorgen wij er daarentegen wel degelijk voor dat we onze zaakjes in een breed assortiment kannen en kruikjes weggestouwd hebben, dit in opperst contrast met door mij hierover in het geheel niet geschreven voetnoten en zij-notities. Bent u nu helemaal betoeterd? Die kruikjes zijn er vooral voor als er deze winter nog wat extra potjes met vet moeten worden weggezet in die bedompte kelder van uw voorstellingsvermogen. Wat zich precies aan inhouden in de kannetjes doet bevinden is een goed bewaard geheim dat slechts in de nacht van de eerste volle maan in de zwarte bloedmaand van het Wolvenjaar van de ene generatie aan de andere wordt doorgegeven, in een taal die niemand meer kan lezen. Dan blijft het ook echt geheim. Geloof me (of niet natuurlijk, want eerlijk is eerlijk: echt veel boeien doet het me tenslotte niet, niet echt) als ik zeg dat ik weet wat het is. Ik heb het zelf meegemaakt en dat was bepaald geen pretje. Dat zal me de volgende keer echt geen tweede keer gebeuren. Er zijn stenen waar deze ezel nu echt mèèr dan vaak genoeg tegen aan is geklapt met z'n lompe poten. De heldere druppels van de ene ware wijsheid hebben die monsterachtig grote emmer van onnozelheid eindelijk weten te vullen. Tot aan het randje, verdomme. Of teil, beter gezegd. Daar kan meer in. U begrijpt vast wel, behalve als dat niet zo is natuurlijk, dat het ooit gedaan moet zijn. U moet verder. U kunt niet hier een beetje blijven hangen op hetzelfde niveau waar u nu al zò lang maar wat aan loopt te klooien, om zich heen zit te frunniken en in het rond ligt te rotzooien. Daar komt het eigenlijk op neer. Als u echt eerlijk bent. En geloof me: dat wilt u niet. Of niet, dat mag ook. Zal mij een bende lange lauwe worst wezen. Ik heb wel wat beters te doen dan hier wat zinloos zitten te zwetsen. Er valt me niet nu direct iets in, maar er schiet me straks vast wel iets te binnen. Of morgen of zo. Zulke dingen moet men niet haasten. Dus vort! Gaat voorwaarts en uit mijn ogen, gij dompeldopje. Scheert u weg. Gaat heen en overdenkt dit alles grondig, maar niet vaker dan een keer of drie, vier. Pas daarna, na voltooiing van deze onnoembaar zware werken en dus zeker niet een paar dagen eerder omdat u dat toevallig beter uitkomt, neen! Daarna pas. Dat wil ik even heel duidelijk hebben. Ik heb daar in het verleden gezeik mee gehad, dat wilt u vast niet weten. Mocht dat wel zo plachten te wezen: dikke pech. Dat gebeurt nooit meer. Niet na de gruwelijke gebeurtenissen van die zwarte maandag in oktober. Is dat helder? Mooi. Dà n pas, na geen keer nemende en aldus gedane zaken, dan mag u zich ook een meninkje over iets onnozels op de daarbij passende hals laten spelden. Recht in de slagader, als het even meezit. Recht in het bruisende bloed van het leven zelf. Want dat is de kern, het wezen van alles: dat u als mens ook eens met een opgeruimd gemoed tegen uzelf kunt zeggen: 'zo, dat heb ik even mooi gefikst!' En dat het dan ook eens echt waar is, begrijpt u. U kunt uzelf nu eenmaal niet altijd alles wijsmaken. Ik weet wel dat u dat uit alle macht probeert, maar kom. Laten wij nu niet meer speels zijn en elkaar als warme kameraden in de vastberaden ogen zien en met een door respect en verdriet omfloerste stem zeggen: ja. Het is zo. Het is ècht zo. En daar mag u dan best even trots op zijn. Jawel, dat mag. Toe maar. Doe nu maar even. Ben maar trots. Jazeker. Hier, neem een koekje. Dat heeft u wel verdiend. Zo. Koekje op? Dan opgesodemieterd. Opdonderen. Opgelazerd met z'n allen, en wel nu meteen. Het is gedaan. De show is afgelopen, het doek is gevallen, de tent is ingestort en de ringmeester en de clowns en trapeze-artiesten en alle wilde dieren zijn hartstikke dood en al een beetje aan het rotten. Zijt ge nu blij, gij miezerig schepsel? Is dit wat ge wilde bereiken? Wel, gefeliciteerd. Echt, van harte. Weer een werkelijk uitmuntende prestatie in een steeds langer wordende vrijwel aaneengesloten reeks van uiterst succesvolle handelingen, acties en volzinnen die vrijwel non-stop uitgebraakt worden door het in dat vreemd gevormd cranium huizend ziek en triestig breintje waar u over mag beschikken. Uw papa en mama zullen wel trots op u zijn. Of niet natuurlijk, gezien hun aperte inaffectie jegens nogal vreemde en vaak wat hatseflats-achtig bij elkaar gesmeten samenraapsels van raar gezemel en wijdlopige redevoeringen, en dat is allemaal ùw schuld. Ploert. Kort samengevat: nee. Allesbehalve.
  5. Demion

    Scheef bloed brengt nare dromen

    Scheef bloed brengt nare dromen Rare stekelige dingen, die zò door je kussensloop heen in je botte schedel prikken als je slaapt. Of dat althans probeert. Want deze oude hengsten laten je niet met rust. Ze stampen met hun verrotte messcherp afgesleten hoeven je genadeloos slapeloze hersens tot een grijs-rood klef-bloederig pulpje. Ga maar lekker slapen, lieve schat. Er zijn vannacht geen monsters. Ik bedoel, dat is toch best aardig. Voor iets dat ik me zomaar in liet vallen. Zo, uit het niets. Die titel vooral. 'Scheef bloed brengt nare dromen.' Ik heb werkelijk geen flauw idee wat het betekent. Of dat het überhaupt iets betekent. Of waarom het me inviel. Maar me invallen deed het. En hard. En de rest, ja, dat volgt dan zo'n beetje vanzelf, zeg maar. Als je me zou kunnen zien schrijven zou je me hier zien zitten met mijn draadloos toetsenbordje op mijn schoot en de tv als groot verlicht scherm, en steeds als me dan zo'n zin invalt gebeurd eigenlijk hetzelfde: ik zie mezelf verbaasd opkijken, zo van: huh? Wat nu weer? Scheef bloed brengt nare dromen? Jazeker. Laten wij dat eens noteren. Misschien volgt er wel iets leuks uit. En, zoals men in Frans sprekende regionen nog wel eens placht uit te roepen: voilá. Rare stekelige dingen, die zò door je kussensloop heen in je botte schedel prikken als je slaapt, en dan je dromen doorrijgen met hun gruwelijke angels, ze scheuren tergend langzaam je slijmerig gillende geest onverbiddelijk uit elkaar. Nachtmerrie-achtige visioenen van moord en dood vlees, rauw zwart bloed en witte beenderen en botten, dode lege oogkassen en ratten en maaien! Welkom, welkom in de pisbak van Satan! Kijk, dat is dan weer overdreven. Elk enigszins helder denkend mens, voor zover onder mijn lezers dan ook nog aanwezig, schiet hierbij in de lach. Ik was best goed bezig, zo met moord en rottend en zo, maar 'pisbak van Satan', dat is dan net weer een trapje te ver. Ach ja. Ook als ik uw edele delen zou verbinden met een krachtig elektriciteitsnetwerk en u dan allerlei links georiënteerde vragen ging stellen, gelooft u mij, waarde heer, als ik u zeg: dat waren nog eens een stel koninklijk geroosterde noten. Wat ik u brom. Van dat laatste ben ik dan weer niet helemaal zeker. Wat ik u brom? Dat lees je alleen nog in oude jeugdverhalen. Agent Bromsnor plakt dat als zogenaamd wijs maar al met al helemaal niks zeggend statement achter elk vanachter zijn harige walrussnor uitgesproken vermaning tot die heibelse opstandige dorpsjeugd. Of hun ouders. Fuck it. Die oude romantische bagger is van voor deze tijd, man. Zoek een hobby. Rare ouwe vent. Tijd dat je sterft. De jonge en fruitig dartele verpleegster van een jaar of eenentwintig vond hem de volgende ochtend. Ze maakte de deur van de toch al altijd wat muf ruikende slaapkamer 19 van het bejaardenhuis open en liep zonder iets te zien met haar licht doorschijnend witte uniformpje naar de gordijnen en trok die open om duizend bundels hard en geel zonlicht binnen te laten vallen op het scenario achter haar. “Goedemòrgen, meneer Mandemeule...†begon zij koket te krioelen, draaide zich om en zag wat ze zag: metershoge grijsgroene stekels die dwars door de rotte dooie kop van meneer Mandemeulers staken en zijn oude uitgeteerde graatmagere lijf bijna een meter hoog boven het bezeken bed hadden vastgepind. Met haar bek wijd open gezakt zakte het lekkere ding van een verpleegstertje ietwat kwijlend op het zachte tapijt in elkaar. Het kwam nooit meer goed met haar. Nee. Helaas niet. Ze moesten haar wel opsluiten. Ze begon haar eigen uitwerpselen te eten, snap je. Zoiets wil je niet op je feestje. Ik tenminste niet. Dag.
  6. Demion

    Goeie shit

    Of menen dat je in het loom voortkabbelende door het van veel wattages voorziene hoogstaande surroundsysteem voortgebrachte housemuziekje op de digitale zender èèn enkel woord steeds opnieuw herhaald hoort worden dat je zelf pas uren eerder onder een geschift pseudoniem hebt verzonnen en vervolgens gepubliceerd in weer een andere digitale wereld, dat is wat ze noemen 'goeie shit'. Snap je?
  7. Demion

    Slomo-tijd

    Slomo-tijd Een beetje om twee minuten over half zes in de belachelijk vroege ochtend van een al best aardig ingerichte doordeweekse vrijdag in deze zogenaamde wintermaand op een aantal middelen en verder volledig op je eigen werk zitten te trippen. Dat, dames en heren, is narcisme van het hoogste niveau. Het is masturbatie-staren. Zelf-genot. Je wentelen en baden in het zoete warme licht van je eigen grandioosheid. Echt gèèn genoeg kunnen krijgen van je eigen geniale geest en alle eventuele voortbrengselen daarvan. Ze noemen het een ziekte, maar ze zijn hartstikke gek. Het is verdomme geweldig. Blaas òp dat ego! Geniet verdomme elke godvergeten seconde van het simpele feit dat je bestaat. Neem nog een snuif, rook nog eens wat en hier is een pilletje, slik maar, stil maar, het komt allemaal goed. Ratel die geschifte hersenspinsels er maar allemaal uit via dat goedkope toetsenbordje van je voordat je er zelf knettergek van wordt, okee? Dat je schedel langzaam en tergend uit elkaar lijkt te barsten, maar dan in slomo-tijd. Dat je schrijft, man. Hà rd schrijft. Ik stel me zo voor dat als ik dit nog analoog zou moeten doen ik met die dikke gouden vulpenpunt nijdig diepe krassen eerst in het vergeelde perkament en dan in het oude kersenhouten tafelblad zou maken. Nee, man. Lazer op. Snelheid moet ik hebben. Spèèd. Het gaat allemaal elektrisch nu, man. Met de snelheid van het licht zet ik mijn zwabberende zieleroersels haarscherp om in digitale codes die met de druk op een knopje zò de hele fucking wereld over vliegen. Gedachten van een planeet. Kettingzaag-typen. Hamerslagen op het dode zwarte plastic. Ratel-redeneren. Oeverloos oreren. Eindeloos veel van dat soort spitsvondige grapjes en kekke krab-eens-op-je-hoofd-verhaaltjes. Mijn dichtmachientje draait op volle toeren. Zijn geniepige tandwieltjes klikken genadeloos nauwkeurig in elkaar en verscherpen elk detail van heel de wereld op een continue basis van altijd maar doorgaand goddelijk ervaren. Dit weldadige dekbed van constant en voortdurend dromen en zijn, waken en slapen en waar is mijn lief? Ik ben niet naar hier gekropen voor dit soort gezwets. Dit is mijn wapen, ik stel voor dat u kiest. Dit duel zal maar kort zijn, dus wees niet bevreesd. Mijn degen doorrijgt nu definitief uw slappe zak van lauwwarme darmen en u stort ietwat armetierig kermend tenslotte dan toch ter aarde. Bij het verlaten van het veld betreed ik nog eenmaal zeer bewust met mijn voet uwen brute bakkes. Ik stamp uw koude aangezicht een verse laag stinkende drab in en been dan over uw stijve lijk heen het padje af. Dan ga ik hier nog wat rare dingen zitten roepen en dan volgen er hopelijk nog wat grote blauwe emmers met veel bonte veren. Een helaas te vroeg verloren traditie raakt ons nu allen even diep en intens. Buig dat porem. Toon respect. Denk aan de slomo-tijd.
  8. Demion

    Zonder kaartje

    Sodeju man. Ik weet in elk geval hoe het voelt om overspoelt te worden met complimenten. Dank je! Wat dat uitgeven betreft, dat komt goed. Helemaal. Dank, nogmaals.
  9. Demion

    Zonder kaartje

    Zonder kaartje Het begint allemaal aan de Maas, die mooie oude rivier. Ik zit hier aan haar oevers en zie haar voorbij glijden. Ze staat hoog vandaag. De vele regen van de afgelopen tijd wordt hier voor mijn ogen met vele tonnen tegelijk afgevoerd. De hoge waterstand in combinatie met een koude wind die precies tegen de stroomrichting in blaast zorgt voor koppen en golven. Witte schuimvlokken springen soms opeens los van hun dragers en worden weggevaagd door de wind. Ze heeft het op haar heupen vandaag, de oude dame. Parmantig en breedgeschouderd toont ze nog eens haar gerimpelde spierballen. Het is een waarlijk prachtige dag. De zon staat in een met witte wolkjes bestippelde strakblauwe hemel te stralen alsof het een lieve lust is. Haar warme licht schittert weldadig over alles: de rivier en de stad en de mensen en mijzelf. Nog eens weerkaatst in het woest langs stromende water is het hier bijzonder aangenaam verpozen. Ik steek mijn joint aan, laat de juichende housemuziek nog eens wat harder heen en weer dreunen tussen mijn beide trommelvliezen en droom verder. Een duif komt met zijn korte vleugels strak gestrekt laag over het water aan vliegen en landt met een nogal coole beweging zo op de rand van het beton en het water. Strakke landing, zie ik hem denken. Belangrijk, want de vrouwtjes zijn in de buurt. Het is tenslotte al lente, midden in de winter. Hij poft zijn borstveren eens op en stapt parmantig en breedgeschouderd in het rond. Een argwanende blik over het water, en zijn geile hoop wordt direct bevestigd: een iets slankere damesduif landt met een klapperende beweging naast hem. Helemaal dol van blijdschap begint Maverick, de eerste duif, rondjes om zichzelf te draaien. Dan loopt een jongen links mijn blikveld in. Hij zegt iets en houdt een uitgedoofde en half opgerookte joint voor zich uit. Vuur, vermoed ik, en ik trek de oordopjes uit mijn oorschelpen. 'Fire' zegt hij in een soort Engels. 'Yes' zeg ik en geef hem mijn aansteker. 'Thank you' zegt hij, en draait zich van de wind af. Met enige moeite krijgt ook hij de brand in zijn rooksel. Hij geeft de aansteker terug en vraagt: 'Marihuana?' Ik glimlach. Ik dacht zelf dat de aanwezigheid van mijn eigen breeduit dampende genotsknots die hier al een kwartier of zo dikke dampende wolken van een geurig en altijd apart cachet weet te verspreiden nogal prominent aanwezig was in deze hele situatie, maar mijn gesprekspartner denkt daar blijkbaar heel anders over. Ik hou hem mijn dikke joint voor. 'Ik heb al' grijns ik hem vrolijk toe. 'Okay...!' zegt hij lachend, steekt zijn handen in de lucht, vist een telefoonscherm tevoorschijn en hij draait zich automatisch als een robot om, zijn aandacht direct en volledig opgeslorpt door die kleine digitale wereld. Okay, denk ik nog eens bij mezelf, en ik glimlach. Jazeker. Alles is okay. Vandaag even wel. Maverick de duif heeft ondertussen koerende concurrentie gekregen in de vorm van duif nummer drie. Laten wij hem Iceman noemen. Deze wederom parmantige en breedgeschouderde hengst van een gevederde rat trip nu rondom de dame in kwestie. Charlie was haar naam. Maverick ziet dit gepikeerd aan, bedenkt zich even en trippelt naar de rand van het beton. Een blik op Charlie om te zien of hij haar aandacht heeft. Dat heeft hij. Dan laat hij zich zonder pardon van de betonnen rand af vallen en verdwijnt. Dit had de coole Iceman niet verwacht. Hij staat stil. Er is daar beneden nog een smalle richel in het beton, net boven het water, herinner ik me glimlachend. Strakke actie van Maverick. Charlie trippelt verheugd naderbij en na een blik over de rand laat ze zich koket koerend ook vallen. Iceman ziet dat het de verkeerde kant uit gaat en stapt nu ook naderbij. Tijd voor actie, zie ik hem denken. Hij kijkt over de rand en laat zich vallen. Wat er dan gebeurd kan ik niet zien, maar nog geen drie seconden later zie ik Maverick opeens op volle snelheid laag over het water weg spurten. Dan trekt hij met een beweging waarbij een echte piloot zijns gelaat onmiddellijk in een lauwe grijze plumpudding zou veranderen naar boven, strekt op het allerlaatste moment zijn vleugels en landt met twee korte klapwiek-bewegingen op een oude groenbruin verroeste buis die over de hele lengte onder het brugdek loopt. Strakke actie, wederom. En even later, jawel: daar volgt mevrouw Charlie, duidelijk onder de indruk van deze aerotechnisch-acrobatische hoogstandjes. Ze trippelen daar nu samen over die dikke buis. Boven hen lopen mensen en bussen en auto's allemaal samen jachtig en druk en heen en weer, zich in het geheel niet bewust van de liefdesperikelen zoals die zich recht onder hun voeten afspelen. Daar gaat Iceman ook. Hij schiet half onder de brug door en buigt dan af naar links. Hij verdwijnt over de rivier de stad in. Hij verliest. Ach ja, Iceman. Duifjes genoeg, jongen. Duifjes genoeg. Ik droom verder. Een monsterachtig grote bak schuift opeens van links onverbiddelijk het plaatje binnen. Ik hou mijn hand boven mijn ogen om de felle zon wat af te schermen en kijk op. Wat een beest van een bak. Hoog en breed en lang en zo groot als een eiland dendert die enorme bak door het water, van ritme voorzien door de dampende bassen in mijn oren en de stampende dieselmotoren van de enorme duwboot die deze dinosaurus van een bakbeest door het water ploegt. 'Mover 4' staat er met grote zwarte letters op de felwitte zijkant van het grote stuurhuis. Dat zou ik verdomme denken, gaat het door me heen. Mover 4. Jazeker. Dender door, mijn vriend. Dender voor altijd door. Ik sta op. Ik strek mijn eigen gerimpelde spierballen en hoor en voel her en der iets kraken en knarsen. Ach ja. Breedgeschouderd ben ik nog altijd, maar mijn parmantige jaren heb ik toch wel achter me gelaten, dacht ik zo. Ik lach. De jongen met de halve joint bevindt zich aan het einde van het beton, daar waar gras de oever overneemt. Hij houdt zich met èèn hand vast aan het beton en hangt over het water. Misschien ligt daar een lijk, zo denk ik. Ik wens hem succes en stap de grote treden van de kade op. Ik loop terug richting het centrum en laat die laatste paar honderd meter van kade die ik nog heb het krachtige zonlicht rechtstreeks èn weerkaatst nog eens over me heen glijden. Zalig. Mijn jas hangt zoals altijd open en zwiert wat in de wind. Dan ben ik bij de grote winkelstraat en neem ik afscheid van de zon, maar zij nog niet van mij. Door de hele straat blijft ze voor me uit dansen, over de gevels van de oude handelshuizen, snel flitsend weerkaatst in de ramen van de panden, het glas van een auto en de reebruine ogen van die jongedame daar. Het lijkt verdorie wel lente. Bij het station aangekomen tekent zich een hoge torenflat af tegen de strakblauwe lucht. De kleuren en lijnen die dit beeld bepalen zijn zò scherp en helder dat ze wel nep lijken, alsof ze afkomstig zijn uit zo'n superheldenstrip, voorzien van extra dikke accenten en contrasten zodat je zèker weet dat het ook echt ècht is. Mijn wereld is soms net een stripboek. Ik ga naar huis. Op het station sta ik te wachten. De muziek beukt nog immer vrolijk in mijn hoofd en ik leun tegen de trap. Voor me op het beton van het perron glanzen dikke korrels zout in de zon, deze morgen vroeg gestrooid voor nooit gevallen of al lang weer weggesmolten sneeuw. Opdat gij niet zult vallen, forens. De trein zoemt elektrisch het perron langs en komt tot stilstand. Zijn deuren openen zich en vlokken mensen, veelal jong en fruitig, dringen zich naar binnen. Ik wacht nog even af en kijk toe. Als men zo naar binnen gedruppeld is slenter ik naderbij en zo'n halve minuut voordat de deuren zacht sissend weer sluiten en de trein vertrekt ben ik ook naar binnen gewandeld en heb ik me laten zakken in de brede zetels van de heerlijk rustige eerste klas-cabine. Ik laat me zakken in mijn jas en mijn muziek en de trein rolt weg. Ik zie de zon naderbij komen door de vuilwit-gele ramen die ze geslagen hebben in die lelijke oude gietijzeren overkappingen hier. Als de trein het perron helemaal verlaten heeft springt ze nog èèn keer in al haar stralende pracht tevoorschijn. Ik knijp mijn ogen dicht. De trein meerdert langzaam vaart en ik laat me vervoeren. Zonder kaartje, dat wel.
  10. Demion

    Enter. Okee.

    Enter. Okee. Zo'n fucking mèga-joint draaien en oproken in de vroege ochtend, als je net wakker bent en nog niet eens gegeten hebt, dat is een monsterlijk goed idee. Totdat je maag begint te rommelen. Langzaam maar onvermijdelijk sluipt dan het moment naderbij dat je je over mag geven aan vreetpartijen van waarlijk epische proporties. Schandalige hoeveelheden hoogst ongezond voedsel bestaande uit voornamelijk koolhydraat en bergen suiker vinden hun vermalende weg langs die ingang aan je voorkant. Dat schreeuwgat, weet je wel, waarmee je normaal gesproken de wereld placht te becommentariëren vanuit je luie stoel, jij hopeloos lui en stoned strak monsterachtig wezen. Energie is nodig en vereist, dus je propt die opening vol met vreten, je klapt je kaken tegen elkander en laat die lap vlees in het midden beginnen met vermalen, slap zacht nat voedsel glijdt en klotst vochtig van ladingen zoetzuur speeksel door je malende bakkes heen en maar weer. Je slikt eens en die dikke prop voorbereid voedsel dwingt zich een glijdende weg door je strot naar benee, op weg naar dat vat vol met zoutzuur daar in je pens. Daar wordt het verteerd en nog verder opgevreten. Dikke proppen potentiële energie wurgen zich een weg door je darmen, en metabolistische tovenarij van de allerhoogste orde begint zijn magische werk: het omzetten van alles in anders, en dan dringt zuivere energie door je darmwand en in door je bloedbaan. Het klampt zich vast aan je cellen en spoedt zich naar elk uiteinde van je luie lijf en je leden, om uiteindelijk zelfs je duffe hersens van splijtende hoeveelheden knetterende deeltjes te kunnen voorzien. Tegen dat punt neem je een toetsenbord en vertrouwt al dat oeverloos gezwam toe aan een leeg stuk digitaal papier. Enter. Okee.
  11. Demion

    Raggerandus

    Raggen is, volgens een online definitie, heen en weer schuiven. Hard rijden, ook. En paringsgedrag. Neuken, in gewoon Nederlands. Raggen is, volgens mijn eigen definitie, hard gaan. Het beest uithangen. Feestvieren. Mijn woning, dat lieflijke zolderappartementje waarin ik nu alweer enige tijd verblijven mag, is volgens die definiëring dus een raghok. Een mancave kent men, naar ik aanneem. Dat is waar puberale mannetjes zich terugtrekken tussen flipperkasten en grote tv's en veel bier en daar gaan zitten doen alsof dat allemaal verrekte cool is. Een raghok is anders. Dat mag al blijken uit de benamingen voor beide ruimtes, ik wilde het verschil hier toch nog eens onvergist te berde brengen. Er is al zo veel onduidelijkheid in de wereld (voor sommige mensen tenminste) en men slaat elkaar toch al zo snel de hersens in. Meestal om niks ook nog. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Een raghok, de naam verraadt het natuurlijk al een beetje, is meestal een hok waar behoorlijk geragd wordt. Het raghok vindt men vooral als bedstee van de langdurig vrijgezel. Het hardraggend leven laat zich niet eenvoudig delen met obstakels als relaties, kinderen, een carrière en ander gejengel. Het zijn vaak kleine, praktische en overzichtelijke ruimtes. Minder poetswerk, begrijpt u. Huurwoningen ook, in het leeuwendeel van de door ons onderzochte gevallen. Mocht het zo zijn dat het ragwerk van de bewoner de spuigaten in waarlijk monsterlijke hoeveelheden verlaten heeft, dan zegt hij de huur op en verkast naar een nieuw raghok. Dat is, als je mazzel hebt. Zijt gij van de minder fortuinlijken, dan vertrekt uw commensaal in het gezelschap van enkele noorderzonnen in de richting van de schimmige horizont om daar in een stofwolkje op te lossen, en dan kunt u fluiten naar uw centen. Het muzikaal instigeren van mens financiën mag dan voor de ontwikkelde mens een nogal zinloze bezigheid lijken, dat is het ook. Laten wij deze samenloop van verzwarende omstandigheden even aan ons voorbij waaien en ons richten op de klassieke inrichting van het raghok. Het woord 'klassieke' moet hier evenwel met een gezonde snuif zout genomen worden. Niet alleen doet dat de huig eens lekker smeren, het wijst ook op het naakte feit dat men, die vrij wazige groep van mensheidjes, nogal eens de neiging heeft aan zulk een simpele taak een heel eigen draai te geven. Een persoonlijke toets, als het ware. Begrijpelijk als dit misschien mag zijn, het is ook fout. Eenvoudig verkeerd. Men is daarin abuis. Incorrect. Dames en zeker heren, let nu even op. Trekt uw toch al wat hanger wordend smoelwerk even twee seconden weg van dat scherm met al zijn volstrekt onbelangrijke crap, en lees dit. Een raghok dient voorzien te zijn van zeker deze items: ter aanvang een verzameling tweedehands meubels. Daarbij is het niet zo erg als de bekleding van het bankje dat als uw primaire zitplaats gaat dienen beklad zal worden met een creatief pallet van synthetische en biologische narcotica, een welriekende variatie aan lichaamssappen en een plethora aan kruimels, vezels, haartjes en andere nogal kleine restanten van alle etenswaren die u in uw roes-uren daar verorberen gaat. Een bankje, inderdaad. Geen fauteuil. Men heeft plaats nodig, ruimte om zijn doorgesnoven en moe-gerookte ledematen even te strekken en neer te leggen, mocht het universum u daartoe verzoeken. Tegenover het bankje plaatst men, op niet meer dan èèn en een kwart armlengte, geteld vanaf de leuning van de bank, een stevige, liefst houten salontafel. Dat kwartje is er enkel om er voor te zorgen dat u makkelijk overal bij kunt, maar de afstand tussen uw lomp zwaaiende armen enerzijds, en de drugs en laptops en glazen drank en andere zaken die het met elkaar in contact komen ten zeerste verfoeien anderzijds, enigszins te beperken. Hij die ooit zijn glas Schotse single malt over een tafel vol drugs en microchips heeft doen kwakken weet vast wel wat ik bedoel. En weet hij dat niet, dan heeft hij pech. Die betreffende avond zal geen leuke zijn. Achter de voornoemde salontafel plaatst men nog een ander meubel. Van welk soort of type is geheel onnozel, daar zijn enige functie het dragen van het grote scherm is. Het zou een kartonnen doos kunnen zijn. Raggers zijn, zeker als ze thuis vertoeven, veelal een solitaire diersoort, dus wat bomt het. Het grote scherm dient als canvas voor al uw films, porno, tv-kijkende bezigheden en in het geval van uw olijke verteller, ook als verlengstukscherm van de laptop. Die irritante kleine kutfriemelschermpjes, daar moet uw dappere doordenker niets van hebben. Hoegenaamd niets en niemendal. Dit scherm, dit grote scherm dient, net als de rest van uw verzameling elektronisch speelgoed, van een zekere kwaliteit te zijn. Topmateriaal zou natuurlijk fijn zijn, maar als ragger leert men al snel dat het geld, voor zover überhaupt aanwezig, de neiging heeft razendsnel op te gaan aan het raggen in kwestie. Dit is, uiteraard, ook de bedoeling. Een zeker niveau van deugdelijkheid van de door u aangeschafte of anderszins bijeen gesprokkelde vermaak-apparatie is dus gewenst. Het moet niet zo zijn dat midden op een avondje lekker raggen, zo tegen half vier in de ochtend ergens, opeens uw surroundsysteem met een vermoeid zuchtje en oorschelpbrekend feedbackgejank de geest geeft. Dat is, om in ragtermen te spreken, serieus kut. Verder dient in uw raghok aanwezig te zijn: een douche, een aanrecht en een koelkast, en een balkon. De rest van de inrichting van het hok is van nul en generlei belang. Hang de muren vol met een collage van bijeengeschraapte aangereden beesten die u langs de kant van de naburige snelweg gevonden heeft, als u daar zin in heeft. Het zal me een biet wezen. Kwak er maar wat neer. Uw primaire focus bevindt zich voor het merendeel van de hier doorgebrachte tijd op de eerstgenoemde zaken. En met wat geluk op een of ander geil en vooral sporadisch mokkel. Is dit alles eens gerealiseerd, rest u enkel nog het over gaan tot het in bezit nemen van de door u gewenste afvalstoffen, en het feest kan beginnen. Geniet ervan. Maak plezier, gebruik veel drugs en schrijf af en toe iets vreemds. Ragt u lekker verder, daar in uw hokje, en beziet de wereld en zijn strapatsen met een ietwat lodderig oog. Dat is beter. Voor beiden. Dra men spreekt van òngewenste afvalstoffen, en het lijkt er ten stelligste op dat wij dit punt zojuist gepasseerd zijn, is er èèn middel dat met kop en schouders boven alle andere uitsteekt. Dit fabelachtige goedje wil ik dan ook graag even op deze plek aan mijn nietsvermoedende lezers voorstellen. Het heet Oscillococcinum. Geen feestmiddel in de gebruikelijke zin van het woord, of in welke andere zin dan ook. Deze raadselachtige substantie wordt onder andere aan de man gebracht door tv-reclame. Aan de vrouw ook wel, naar ik meen zelfs via dezelfde kanalen. Laten wij daar geen twistpunt van maken. Als men het tot hersenverminkingen leidende korte filmpje met goed gevolg tot het einde toe heeft weten uit te zitten, dan weet men nog steeds helemaal niks. Neen, dat is overdreven. Men weet dan dat het een goedje betreft dat men eens per week tot zich moet nemen, maar alleen als de 'r' in de maand is. Deze cryptische omschrijving doet vermoeden dat wij hier te maken hebben met wat in de volksmond ook wel 'bezeikerij' wordt genoemd. Laten wij echter, voordat wij over gaan tot het ons uitdrukken in al te krachtige termen, dit fascinerend stofje eens aan een nadere analyse onderwerpen. Kunnen we daarna altijd nog overgaan tot het volstrekt belachelijk maken ervan. Het begint, uiteraard, met de naam. Men strandt al voordat men goed en wel vertrokken is. Probeert u maar eens, in een poging op het wereldwijde web iets naders te ontdekken over dit materiaal, die naam juist te spellen. Goeie truuk natuurlijk. Heeft men de Goegelmachine eindelijk geleerd hoe dit monsterachtige etiket juist te omschrijven, ontdekt men alras dat het hier inderdaad draait om volksverlakkerij. Grote dampende hopen ervan. Wat is namelijk Oscillococcinum? Ik heb, na toch redelijk wat zoek- en denkwerk, nog steeds geen flauw idee. Dat is ook een goeie truuk. Volgens Het Grote Wikiboek is het vooral suiker en bindmiddel, en èèn actief deeltje in het gezelschap van èèn keer tien tot de vierhonderdste macht aan andere niet- of minder actieve deeltjes. Voor diegenen die, als ikzelf, een hekel hebben aan wiskundig gewauwel: dat is tien keer tien keer tien en dat vierhonderd keer. Maar een actief deeltje van wà t dan, zal de meer alerte lezer zich ongetwijfeld afvragen. Een terechte vraag. Het antwoord ligt voor de hand: muskus-eend. Of, beter gezegd, delen van het hart en de lever van dit lieftallige dier. Een extract daarvan, als het ware. Een verdunning. Nee? Ik ook niet. Wat doet nu precies dit middel? Ook dat weet niemand, omdat door allerlei rechtszaken de fabrikant van deze onzin in zijn reclamefilmpje alleen nog maar gebruik mag maken van wazige nietszeggende termen. Voor zover ik het begrepen heb doet het iets nuttigs met je weerstand. Men poogt mij te overtuigen van het feit dat na inname hiervan het snel lente wordt. Zelf heb ik voor dat soort effecten heel andere middeltjes tot mijn beschikking, maar dat is wellicht weer een ander verhaal. Ik heb eindeloos veel betere dingen te doen, maar ik neem aan dat als men werkelijk zeeën van tijd en een welhaast onaards geduld zou bezitten, men vast wel zou kunnen ontdekken welke fabelachtige kwaliteiten de lever en het hart van een muskuseend in zich dragen. Waar nog nooit iemand van gehoord heeft. Maar die er wel voor gaan zorgen dat ik het ene seizoen voor het andere ga aanzien en ik dus feitelijk psychotisch ben geworden. Voor de bescheiden prijs van tweeëntwintig knalharde euro's krijgt u dertig globulen, met daarin korrels (globulen zijn kleine buisjes, maar dan duurder). Slikt u maar. Ad fundum en santé. En wat de fucking hel is eigenlijk een muskuseend? Raggerandus. J'amuse extraordinair.
  12. Demion

    Van mannenzalf tot koolraap

    De wereld van de tv-reclame is, naast vooral vrolijk debiel opwekkend en dodelijk irritant, soms ook gewoon hilarisch. Hieronder een kleine greep uit het huidige aanbod. Een of ander mokkel dat met een vreemd Oost-Europees-achtig accent vertelt dat ze dà cht dat ze altijd goed haar tanden poetste. Nu geef ik toe dat tanden poetsen als taak wat betreft complexiteit slechts concurrentie te dulden heeft van, laten we zeggen, een deeltjesversneller bouwen. In de kelder van je oma. Met Lego. Of een hersenoperatie uitvoeren met een op afstand bedienbare robot. Terwijl je stoned bent. En in een achtbaan zit. Die in het donker keihard achteruit rijdt, om een of andere aparte reden. Lastig, dat geef ik ronduit toe. De dame op tv is gelukkig ook tot dit rijpe inzicht gekomen. Met behulp van haar tandarts, want 'die zei van niet.' Haar letterlijke woorden. Persoonlijk zou ik met mijn tandarts geen gesprek voeren over de kwaliteit van mijn poetswerk. Als mijn tandarts daar ooit op eigen houtje over zou beginnen zou ik hem eerst een tijdje vreemd aankijken en dan een andere tandarts zoeken. Als mijn tandarts dan ook nog, nadat ik hem toch op de hoogte had gesteld van de uitmuntende staat van mijn dagelijks borstelen, zou beweren 'van niet', zou ik hem op z'n bek slaan. Vrij hard ook. Al was het maar om hem te overtuigen van het nut van een gedegen en goed onderbouwde argumentatie. Als deze tandarts, deze demon uit de hel, dit vuig stuk smerigheid, me dà à rna dan ook nog eens een elektrische tandenborstel zou aanbieden voor maar vijfennegentig euro, wel... Laten we het er maar op houden dat tandenborstel en tandarts elkaar daar en op dat moment zouden ontmoeten op een wijze die zowel spectaculair, onverwacht als dodelijk zou zijn. Snoep verstandig en sterf, meneer de tandarts. Misschien maar goed dat ik geen tandarts heb. In een volgend briljant stukje dertig-seconden-proza zien we een tv-kok in een akker staan. Vòòr hem staat een tafel met daarop een gasbrander en een pan met een of ander ranzig groentesoepje er in. Daar omheen staan wat verse groenten uitgestald met wat kruidjes en blaadjes en andere rotzooi die geen enkel ander mens ooit zo op zijn tafel heeft liggen als hij aan het koken is, en natuurlijk het product in kwestie: voorgekookte ingemaakte bagger. Bonen en zo'n onzin. Waarom deze geld-, aandacht- en mediahoer van een tv-kok in een weiland staat te kokkerellen weet niemand. Ergens zal er wel een nuttige link bestaan tussen die bietenstruiken, het product, de kok en het feit dat hij daar staat, maar om dat allemaal uit te vogelen binnen dat korte tijdsbestek dat ze daar hun best doen om mij iets aan te smeren dat ik van z'n leven nooit niet zou kopen is veel te ingewikkeld. Dat ontgaat me dus volledig. Tegelijkertijd is er weinig in het geheel der mogelijke universa dat me op dat moment minder boeit, dus echt erg is het allemaal niet. Uiteindelijk mikt dat kale monster van een kok de raapstelen of wat het ook zijn uit dat potje in die pan en zegt dan deze onvergetelijke zin: 'ook voor als u eens op zoek bent naar een frisse bite in uw salade!' Ik heb mij sindsdien vaak afgevraagd wanneer ik ooit, op wat voor punt dan ook in mijn toch vrij avontuurlijke leven, mezelf zou kunnen betrappen op het verlangen naar een frisse bite in mijn salade. Ik kreeg het niet voor elkaar. Het is wellicht maar goed dat ik ook geen grote kale schreeuwende tv-kok heb. Tot slot nog enkele woorden over het laatste nieuwe in de vrij recent ontstane richting van 'we gaan van alle mannen baard-dragende creme-smerende met barbecues en I-Pads stuntelende idioten maken en ze gaan ons er verdomme nog voor betalen ook': de Nivea Men Creme. Ten eerste: de woorden 'men' (meervoud dus) en 'creme' zo naast elkaar te zien staan roept bij ondergetekende direct beelden op van twee al wat oudere leernichten die op zaterdagavond een nieuw zalfje bij elkaar willen uitproberen. Niks mis mee natuurlijk, maar toch vrij ver verwijderd van de slappe stumpers die hier blijkbaar als doelgroep moeten functioneren, dacht ik zo. Op hun website (dat idee alleen al: er bestaat dus een website over mannenzalf) en ja, dat heb ik dus echt opgezocht, staat het volgende zeer weldoordachte stukje promotie-tekst te lezen: 'NIVEA MEN CREME verzorgt je huid. Het hydrateert je huid onmiddellijk en beschermt tegen uitdroging. De lichte en niet vette formule trekt snel in zonder een plakkerig gevoel achter te laten. Het is speciaal ontwikkeld voor mannen en je kunt het gebruiken op je gezicht, lichaam en handen - overal waar jouw huid het nodig heeft.' Laten wij, we hebben ten slotte toch niets beters te doen, dit prachtig gestileerd stukje wangedrocht eens nader analyseren. Waarom, zo vragen wij, die hoofdletters? Is men soms bang dat die bezoekers van de site die daadwerkelijk, na het zien van de reclame, nog veel mèèr interesse in mannenzalf gekregen hebben dan anders al het geval was, nu die dorst hier digitaal komen lessen en zonder die hoofdletters wellicht zouden vergeten om welk product het ook alweer ging? Dat zou me niet eens zoveel verbazen. Deze bombastische opening van het nog eens krachtig door je strot duwen van de merknaam wordt terstond gevolgd door de woorden 'verzorgt je huid.' Wel, daar ga ik eerlijk gezegd wel een beetje van uit, ja. Ik ga er over het algemeen nièt van uit dat deze zinloze rommel eigenlijk helemaal geen fuck doet. Dat zou vreemd zijn. Een nogal overbodige opmerking dus. De volgende regel: 'Het hydrateert je huid onmiddellijk en beschermt tegen uitdroging.' Ook een pareltje. De zin opent met: 'het hydrateert je huid.' Dat is mooi. Maar mijn huid heeft geen extra externe hydratatie nodig. Mijn huid, net zo als die van zo'n beetje elk ander mens op deze planeet, kan dat namelijk prima zelf. Dank dus, mijne heren, voor een zalf die iets doet dat volstrekt overbodig is. Maar soit. Daarna volgt, vrij apart, het woord 'onmiddellijk'. Ik neem aan dat men hier 'vrij snel' bedoeld, maar dat terzijde. Boeiender vind ik dat dit suggereert dat er daar buiten ergens ook mannenzalven zijn die wel hydrateren, maar daar toch behoorlijk lang over doen. Wij leven in een fascinerende wereld. Tot slot: het hydrateren van je huid en het beschermen tegen uitdroging is feitelijk hetzelfde. Presenteer dat dus niet als twee afzonderlijke feiten, want dat slaat helemaal nergens op. 'De lichte en niet vette formule trekt snel in zonder een plakkerig gevoel achter te laten.' De volgende regel. Ook dit is weer een prachtvoorbeeld van totaal zinloze informatie. Wat hier eigenlijk staat is: 'we hadden eerst een formule die behoorlijk zwaar en vettig aanvoelde, een beetje zoals koude zwarte hompen industrieel smeervet zeg maar, die werkelijk ùren als een dikke slijmerige laag op je bakkes bleef zitten, en was het dan eindelijk een beetje ingetrokken, liet het nog een lang achterblijvend smerig plakkerig gevoel achter. Nou, daar hebben we 'n beetje aan gewerkt, aan die formule, en dit is het geworden. Gefeliciteerd. Geef me je geld.' Nee. Dat zal ik niet doen, meneer de mannenzalfpooier. Dan nog liever drugs. Waarvan akte. 'Het is speciaal ontwikkeld voor mannen' Zo begint de laatste regel van dit eindeloos boeiend stuk wanstaltigheid. Hoe en waarom het speciaal voor mannen ontwikkeld is staat er niet bij, voornamelijk omdat ook dit helemaal nergens op slaat en het gewoon dezelfde zooi is die mijn lieve moeder dertig jaar geleden al op haar wintertenen smeerde. Alleen staat er nu 'Men Creme' op. Want dat vind ik opwindend. 'en je kunt het gebruiken op je gezicht, lichaam en handen - overal waar jouw huid het nodig heeft.' Zo eindigt de regel en het vers. Ik kan het dus gebruiken, zo vertelt men mij. Dit is fabelachtig. Ik begon juist genoeg te krijgen van al die mannenzalven die ik om allerlei niet nader verklaarde redenen allemaal nièt heb kunnen gebruiken. Dank, dus, alweder. Dan: handen en gezicht zijn onderdeel van het lichaam. Deze apart daarvan te benoemen suggereert dat mannen dus naast hun lichaam, ergens buiten zichzelf, een paar handen en een gezicht hebben liggen. Als reserve misschien. Voor als hij eens een hand in de auto laat liggen. Of z'n gezicht verliest. Als gevolg van teveel creme, misschien. U ziet, uw suggestie leidt tot absurditeiten. Gelukkig bestaat uw product daar ook uit. Daar. Het moet gezegd. En 'overal waar mijn huid het nodig heeft'? Dat is dus helemaal fucking nergens. Heren en dames reclamemakers. U probeert mij iets te verkopen dat ik niet wil en niet nodig heb en dat iets overbodigs doet op een manier die blijkbaar nog veel erger had gekund en waarmee ik, als wèl echte man, op geen enkele manier, ooit, geassocieerd zou willen worden. En mannenzalf 'Men Creme' noemen is gewoon heel erg fout. Gaat u weg, met uw zalf. Neemt uw tandenborstel en uw koolraap en lazer op. Laat mij en mijn man-zijn met rust. Wij moeten bier drinken en everzwijn eten en ons mokkel enigszins ruw penetreren. Zonder zalf.
  13. Demion

    Waarom?

    Mensen zijn soms waarlijk wonderlijke wezens. Neem nu heden middag. Ik zat in de trein. Dat schijn ik nog wel eens te doen. Hier zat ik te zitten in de trein. We stonden stil, de trein en ik. Stil op het station te wachten tot we konden gaan. Ik had geen stationsklok in mijn blikveld, maar we stonden op het punt, zo dacht ik. Ik staar wat naar buiten. Dat doe ik, in de trein. Vanaf de trap naar de overloop van het station betreed een oudere heer het perron. Sportief gekleed in een outdoor-jas, rugzak en wandelschoenen. Hij werpt een blik op de stationsklok die zich dus wel in zijn blikveld lijkt te bevinden, en kijkt dan blij: hij heeft het gered. Hij vist een kaartje uit een van de zakken van de jas en draait zich om naar de incheck-automaat. Hij haalt het kaartje erlangs, de automaat zegt okee, en hij draait zich weer om. De twee wijd openstaande dubbele deuren van deze ingang van de trein bevinden zich helder verlicht en uitnodigend recht voor zijn neus. Drie stappen, en hij is binnen. Om wat voor reden dan ook die ik zo ontzettend graag zou willen weten besluit het heerschap dat deze ingang hem niet bevalt. Hij draait een kwartslag en begint naar de andere ingang van de trein te lopen. Ik zie zijn rugzak uit beeld verdwijnen. Dan sluiten de deuren zich zoemend en zet de trein zich in beweging. We rollen het perron uit. Ik haal de oude man langzaam weer in. Terwijl ik hem nader zie ik zijn hoofd in de richting van de trein draaien. Nu ben ik naast hem. In de paar seconden dat ik hem nog in beeld heb voordat we het station uit rijden zie ik achtereenvolgens opperste verbazing, dan een korte boosheid en vervolgens een verlaten verslagenheid op zijn oude gezicht. Hij heft zijn handen nog in de lucht. Dan is hij verdwenen. Waarom nou toch?
  14. Demion

    Was er sneeuw?

    Was er sneeuw? Ik meende dat er sneeuw was. Ik hoorde iets van sneeuw. Ik heb ook sneeuw gezien. Geloof ik. Het 'weerbeeld', wat dat ook wezen mag, hier in het heuvelachtige zuidelijke, zou ik omschrijven als: 'sneeuw? Ja. Maar... soms. En... een beetje. Kijk, daar ligt wat. En daar verderop, nog wat. Nee, dat is geen kots. Dat is sneeuw. Wel waar. Wat? Alarmfase drie? Code geel? Jazeker, man! Het land gaat godverdomme plat, mensen gaan dood, het wordt verschrikkelijk! Ben je klaar? Ben je voorbereid? Ik zeg je: nee. Dat ben je niet. Je denkt misschien van wel, maar dat is het soort arrogantie dat je snel de kop kan kosten. Neem van mij aan: je hebt geen idee. Echt, centimeters. Centimeters sneeuw. Je gelooft je ogen niet. Hier een centimeter. Daar een centimeter. Het gaat maar door. Koude grasveldjes. Bruggetjes. Hier en daar een plattelandsweg, waar wat vlokken zijn blijven plakken aan de plaatselijke vervuiling. Er komt geen eind aan. Het is een slagveld. Het is een nachtmerrie en iedereen gaat dood. Het is... pure witte horror. Deze sneeuw... die komt recht uit de hel. Zometeen nog het shownieuws.
  15. Demion

    Zinloze treinen

    Zittend in de trein hedenavond bedacht ik hoe prettig het zou zijn als alle treinen sneltreinen zouden zijn. Dan zouden we voor altijd van al die zinloze kleine stationnetjes verlost zijn en lekker op tijd op onze bestemming arriveren. Toen bedacht ik dat als alle treinen sneltreinen worden, er dan op slag geen enkele sneltrein meer bestaat. Het woord 'sneltrein' geeft namelijk het onderscheid aan tussen die en gewone treinen. Als alle treinen sneltreinen geworden zijn valt dat onderscheid niet meer te maken en zijn er dus geen sneltreinen meer, alleen nog maar treinen. En dan kun je weer opnieuw beginnen. Het is dus als idee, onderneming èn redenering misschien leuk geprobeerd, maar volstrekt zinloos. Als je er goed over nadenkt, tenminste.
  16. Demion

    Comprehensibel

    De kou begint bij m'n voeten. Lijkt me ook logisch: koude lucht is zwaarder dan warme lucht. Van daar trekt het naar boven, mijn benen in. Incomprehensibele gedachten en woorden en zinnen en beelden en indrukken en herinneringen dansen als losse blaadjes door m'n hoofd. Zwarte koffie zonder suiker. Bitter vocht. Chips als ontbijt en lunch en diner. Een bak vol peuken. Ik heb me al drie dagen niet gedoucht. Mijn lichaam en geest blijken onverwoestbaar te zijn. Gemaakt van wolfraam. Op een enkel herseninfarct na dan. Maar de gevolgen daarvan zijn volledig verdwenen. Toch? Ik werd geboren met de navelstreng twee keer strak om m'n hals gedraaid. Ik zag letterlijk blauw. Volgens de vroedvrouw moest mijn moeder onze lieve Heer maar op haar blote knietjes danken dat 'deze het gered had'. Zouden de gevolgen daarvan ook volledig verdwenen zijn? Wat is krankzinnigheid eigenlijk? Ze hebben er duizend termen en testjes voor, en een aantal van die labels hebben ze mij ook opgeplakt in m'n leven, maar wat zou het? Wat is 'normaal'? Dat wat de grote massa doet? Waarom zou ik dat willen? Waarom zouden 'zij' willen dat ik 'normaal' ben? Waar maak ik me eigenlijk druk over? Ik heb geen idee. Ik heb nog een pak rijst. Drie potten pindakaas. Een beetje tabak. Een zooi peuken. Ik red me wel. Toch? Laten we nog wat drugs gebruiken. Waarom niet? Daar is het spul voor gemaakt, nietwaar? Ik heb toch niets beters te doen. Schrijf een boek, roepen ze dan. Yeah right. Maar als ik vraag waarover dan weet niemand een antwoord. Wel, ik ook niet. Dus fuck of. Ga zelf een boek schrijven. Laat mij met rust. Er zijn nog altijd drugs in combinaties en hoeveelheden die ik nog niet ervaren heb, dus dat zal vast niet snel gaan vervelen. Zelfdestructief gedrag? Nee hoor, dat heb ik wel gehad. Ik ben er niet in geslaagd mezelf te slopen. Je zou kunnen zeggen dat ik ook op dat gebied gefaald heb. Dus nu zit ik hier. Met al mijn zogenaamde talent maar wat te neuzelen. Te zeuren. Woensdagavond, half elf. Of enig moment in de eindeloze stroom van tijd. Alsof het wat uitmaakt. Alsof ik iets zinnigs bij te dragen heb aan een wereld die zonder mij ook prima zijn rondjes draait. Schrijf een boek. Lazer toch op. Heb je enig idee hoe het is? Je begint vrijdagmiddag met een goeie joint. Dat alleen al. Hoe voelt dat, vroeg me ooit iemand. M'n vader, geloof ik. De eerste en laatste keer dat ik bij mijn ouders thuis aan de salontafel, zittend op de grond, een joint gedraaid heb. Ik weet niet meer wat ik als antwoord gaf. Is ook niet belangrijk, want het is niet te beschrijven. Ik draaide die joint, stak hem aan, pap griste hem uit m'n handen en wilde een hijs nemen, maar m'n moeder sloeg op tilt en begon te gillen en nam hem dat ding weer af en gaf hem terug aan mij en zei dat ik dat maar in de tuin moest gaan oproken. Wat ik gedaan heb. Dus mijn vader heeft nooit mogen ervaren wat het is om stoned te zijn. Verrekte jammer, als je het mij vraagt. Maar je begint dus vrijdagmiddag met een goeie joint. Die avond ga je naar een vriend, en daar neem je magic truffels. Familie van de paddo's, voor diegenen die minder bekend zijn met het materiaal. Dan begin je te trippen. Je ziet van alles en voelt van alles. Je hebt lol. Aan het eind van de avond doe je er een paar lijntjes speed bij. Drie soorten drugs op een avond, dat kan best. Ergens halverwege die nacht ga je eens op huis aan. Je gaat niet slapen natuurlijk, daar zorgt de speed wel voor. De volgende dag ga je terug naar die vriend en gebruikt nog wat speed en rookt nog een paar joints. Je hebt een nog leukere avond als daarvoor. Je praat honderduit met die vriend over duizend-en-een onderwerpen, wat dat is wat speed met je doet. Je gaat babbelen. Veel, in mijn geval. Ergens halverwege die nacht ga je op huis aan. Je gaat niet slapen natuurlijk, daar zorgt de speed wel voor. De volgende dag ga je terug naar die vriend en gebruikt nog wat speed en rookt nog een paar joints. Je gaat samen met hem bij kennissen op bezoek en rookt daar nog een paar joints. Je blijft al die tijd overeind en redelijk helder door al die speed die door je aderen suist. Geweldig. Aan het eind van die middag ga je weer naar huis. Je gaat nog eens met die vriend mee en snuift nog wat. Gedurende die avond, zondagavond dus inmiddels, duikt er opeens, op een haast wonderbaarlijke manier, LSD op. Dus neem je dat ook nog, samen met een paar whisky-cola's. En nog wat speed. En een paar joints. Als je dan eindelijk naar huis gaat, om half èèn 's nachts, ben je tegen die tijd zo'n zestig uur wakker. De korte wandeling van zijn huis naar mijn huis wordt een onbeschrijflijk avontuur van gevoel en kleuren en indrukken. Al die middelen samen, gecombineerd met het lang achter elkaar wakker zijn, het veroorzaakt een waanzinnige mix van ervaringen binnen je schedel. Thuis aangekomen duurt het nog eens 24 uur voordat je eindelijk gaat slapen. Je slaapt dan twaalf uur achter elkaar en daarna voel je je eigenlijk best wel weer prima. Je doet een paar dagen kalm aan, eet goed, slaapt goed, en dan ga je weer verder. Er is altijd meer. Ik heb helemaal geen tijd om een boek te schrijven. Fuck of. De kou begint bij m'n voeten. Ik heb het kacheltje maar weer aangezet. Het is verdorie koud buiten. Ik draai nog een sigaret en lees dit nog eens na. Kan zo op het forum.
  17. Demion

    Memorabele exploitaties

    Waanzinnige supermixen van heftige mega-muziek drijven loompjes rond in een eindeloze oceaan van breed gedragen klaar en helder mega-bewustzijn. Talloze soorten narcotica in monsterlijke hoeveelheden jagen hun supermoleculen met de snelheid van het veelkleurige licht door mijn uitgebreide brein. Al mijn zintuigen staan voor honderd procent open en stromen voortdurend volledig vol met alle indrukken die er maar mogelijk zijn. Geluiden en geuren en licht en gevoelens en smaken vermaken de waanzinnige vortex van bestaan waarin mijn bewustzijn zich op dit ene supermoment bevindt. Aaneenschakeling van het ene piekmoment van supergenot na het andere, elke volgende nano-seconde bevat weer een totaal universum aan niet te beschrijven indrukken en waanzinnige emoties, caleidoscopisch de vortex nog altijd en immer, draaiend en wervelend en waanzinnig sterk, hoe dit te leven, deze eindeloze denderende waterval van ervaring en moment en nu. De wereld verschuift van dimensie elke seconde, ongrijpbaar verglijdend in de stroom van de tijd, wervelende wereld van waarom en wanneer? Wanneer is het nu en de dag gaat voort, vooruit in de tijd en de wereld stroomt verder, scherven van pieken maken de wereld, ik ervaar maar en ervaar maar, dit is het summum, maar nu, nu is nòg beter. Wat is deze hemel van genot en uiterste hoogte, steeds sneller, steeds hoger en harder, steeds meer en steeds voller, steeds rijker de wereld. Waanzin van dromen en dagen van helder bewustzijn, de ziel van een demon, de geest van het licht en het hart van het beest, dit is wie ik wil zijn. Waanzinnige supermixen van heftige mega-muziek drijven loompjes rond in een eindeloze oceaan van breed gedragen klaar en helder mega-bewustzijn. Wat een waanzinnige wereld.
  18. Demion

    Techno-bebbel

    Ik zou vanavond bij een vriend op bezoek gaan. Deze middag belde hij me: of ik wat films op de usb-stick wilde zetten, want zijn modem had kuren en nu had hij geen tv meer. Wel nog internet, via zijn smartfoon, want daarmee kon hij op Ziggo Hotspots, maar dus geen tv. Geen probleem, zei ik, en ik downloadde een paar leuke films. Voornamelijk in mp4-formaat, een enkele in mkv. Wel allemaal met ondertiteling, in de vorm van bijbehorende srt-bestanden. Ik zette dat allemaal op mijn usb-stick en toog naar mijn makker. Aldaar aangekomen werd ik vooraleerst allerhartelijkst verwelkomd, zoals dat een goede vriend betaamt. Tot zover niets bijzonders. Wij namen verschillende soorten en hoeveelheden gereed liggende narcotica tot ons en begaven ons aan het doornemen van de laatste nieuwtjes, zowel lokaal als internationaal. Nadat er sprake was van het voorbij gaan van een zekere hoeveelheid van dat wazige medium tijd, deed een van ons het alleszins onschuldig voorkomende voorstel 'om eens een filmpje aan te zetten'. Deze vriendelijke suggestie werd met bevestiging ontmoet, en de usb-stick werd in zijn bijbehorende gleufje gestoken in de dvd-speler met interne harde schijf, via een standaard scart-aansluiting verbonden met de 1080p hd-tv. Twee vrijwel identieke afstandsbedieningen (beide apparaten, de tv en de dvd-speler, waren van hetzelfde merk) werden ter hand genomen. De tv werd ingeschakeld, en daar verscheen Nederland 1. (Fùck dat N-P-O-geneuzel, Nederland èèn blijft voor altijd Nederland èèn, naast Nederland twee en drie. Als ze daar bij de nos of wie dat dan ook bepaald weer eens perse een paar ton aan belastinggeld kwijt moeten om een naam-en-logo-verandering door te voeren waar echt helemaal nièmand op zit te wachten wil ik ze graag eens mijn bankrekeningnummer geven. Maar vooruit. Ik dwaal af.) Nederland 1 verscheen dus, als een van de drie kanalen die nog wel binnen kwamen, maar gewoon als analoog signaal. Met èèn van de twee afstandsbedieningen werd nu 'source' geselecteerd, oftewel het bron-apparaat. Er verscheen een geanimeerd schermpje in beeld met drie keer drie vakjes, met titels als 'systeem-instellingen' en 'configuratie'. Het middelste vakje zei 'usb'. Het vakje links bovenin zei echter 'ext. aansl.' Na enige trial-and-error-methodiek besloot het systeem dat 'usb' de juiste poort was naar dat specifieke bron-apparaat. Joechei. Wij verheugden ons gezamenlijk, want de eenvoudige geneugte een filmpje te mogen kijken zou doch nochtans binnen ons bereik liggen. Opnieuw verscheen er een schermpje, ditmaal eentje dat in de vorm van een lijstje weergaf welke bestanden er op de usb-bron-stick te vinden waren. Een film werd geselecteerd. Voor een korte seconde ging het beeld op zwart, toen verschenen er de bekende intro-titels en dergelijke. Wij, mijn kameraad en ikzelver, wij leunden genoeglijk achterover. Het genot des film kijkens zou dan aanstonds een aanvang nemen, en wij maakten ons al verheugd op zo net van tevoren een beetje blij te zijn. Derhalve was de film nog niet bezig met beginnen, als ware er al gasten en kerels in beeld, die dingen deden en zeiden met en tegen elkander, alswelk een schaterlach en een dijklets met zich moesten mede gebracht hebben, doch alras deed blijken dat de tv het srt-bestand niet als zodanig wist te hercoderen. Oftewel: geen ondertiteling. Na enige tijd de film dan toch maar zo aangeloerd te hebben werden beide afstandsbedieningen erbij gegrepen. Toetsen met raadselachtige codes er op zoals 'Dual I-II', 'Pre-size' en 'multifocuszoom', werden de een na de ander geestdriftig tot indrukken bewogen. Menu-schermen met regels en instellingen flitsten in een multi-kleurige caleidoscoop van settings en info voorbij, doch dit alles mocht niet leiden tot een ondertitelder bestaan. Neen. Omdat wij deshalve dan toch besloten dat, onder meer doordat wij beider niet meer geheel tot den allernuchtersten danwel -heldersten behoorden en wij deswege nogal wat cruciale informatie van de desbetreffende film leken mis te lopen, zoals waar het over ging en zo, werd besloten over te gaan tot het kiezen van een volgende film. Nu werden wij getrakteerd op een kraakhelder beeld, spattend van kleur en contrast en met dieptes als ravijnen, maar geen enkel geluid. Afstandsbedieningen zipten wederom als laserpistolen door de lucht, de atmosfeer klievend met hun infra-rode waanzin, doch van een akoestisch meebeleven van deze anders zo innemende rolprent moesten wij helaas verstoken blijven. Mijn makker had dan deze lumineuze ingeving: laten wij den laptop opstarten, die op de tv aansluiten, dan de usb-stick in de laptop steken, dan kunnen wij deszulks alle films met klaar-krakend geluid en beeld aanschouwen, en misschien nog wel met die smerige godvergeten ondertiteling ook, wie weet. Welzekers. De laptop werd aangejast en met een standaard hdmi-kabel verbonden met de optische aux-coax tulpjack-plug-ingang-aansluiting van de tv. Kabels werden gestoken in kabels van achter kabels door middel van het doorlussen van kabels. Somtijds hadden wij beeld, somtijds hadden wij geluid. Somtijds beiden. Een enkele keer zelfs tegelijkertijd, al leek bij die gelegenheden alsof het geluid, enigszins plat en vervormd, uit de laptop zelf kwam, die nu met èèn hoek drie centimeter boven de vloer bungelend aan zijn standaard hdmi-kabel poogde zijn signaal door te geven aan de inmiddels volledig onder hoogspanning staande 1080p hd-tv. Uiteindelijk, na wat wel gezwollen oceanen van tijd moesten geweest leken te zijn, gaven wij dit op. Mijn kompaan kopieerde de films van mijn usb-stick op de harde schijf van zijn laptop, voor later, en schakelde de tv over op Nederland èèn. Toen vroeg hij mij vanaf waar de analoge zenders eigenlijk verder gingen, na Nederland drie, in het standaard pakket. 'Bij mij thuis', zo oreerde ik, 'heb ik op èèn gewoon Nederland èèn, maar dan wel HD, maar als ik na Nederland drieHD RTL4HD wil kijken gaat dat niet, want RTL4HD is dan weer een gecodeerd signaal, maar als ik dan verder zap vanaf 928 heb ik wel weer RTL4, maar dan niet HD, maar wel gewoon in digitale kwaliteit omdat de tv ook HD is'. 928, herhaalde mijn kornuit, drukte die cijfers in op een van de twee afstandsbedieningen, en voilá, hij had zomaar weer alle zenders. Werd het toch nog een leuke avond. Truffels, een snuif speed en een goeie joint. Of twee.
  19. Demion

    Verheftig

    Ik begrijp dat het voor jullie soms moeilijk, zo niet schier onmogelijk is de ware omvang van mijn briljantiniteit, geniaalderisering en excellentair gedachtenwezen te onderkennen. Dit is niet erg. Op dit niveau van bestaan verkeerd uw weluitgebalanceerde meester der rake fraseerderisatie in een exaltatische opperwezen-complexitering, van waaruit uw gewriemel en gewroeting daar beneden slechts een minzame glimlach op zijn door Adonis uit Eros' kersenhouten graniet gehouwen gelaat tevoorschijn weet te fröbelen. Derhalve gij ooit in de schaduw van de achtergelaten voetafdrukken in het stof van de naweeën moogt verkeren van een geest zo ultimiteiterig, zo welvoldaand en goed bespraakt, met zulk een ruimschotig hart en een glimlach die elke Prodent-fabrikant ter wereld zich instantaan een semi-automatisch mitrailleurpistool in zijner bakkes doet steken, om dan zijn walnotenhersentjes in een lief klein waaiertje tegen een nabijgelegen achterwandje te doen spatten, dan moogt gij, doch ook enkel en slechts alleen maar dà n, zich even kortdurend in die glibberige grijpgrage klauwtjes van u wrijven. Wij, verhevener geesten, zullen zulke frivolitering voor deze ene maal oogluikend van een zekere toestemmigheid voorzien. Wij begrijpen, uiteraard, dat u het zwaar heeft, daar in uw dampend moeras van voortploeterigheden, stinkende lichaamssappen en andere nurksigheid. Laat u maar even gaan. Huil maar even, als dat moet. Echter, troost uzelf, voor zover u tot zulk een hogere levelinering van zelfrealisadatie in staat mag worden geacht, wat ons, oprecht gezegd en wellicht voor u troglodieten enigszins cru onder woorden gevocabuliseerd, sterk onwaarschijnlijk poogt voor te komen, met de idee dat ook u, ooit, wellicht, een fractoïde van een decimaling van een procentatie van het letterlijk volledig onvoorstelbare vermogen waarmee uw anderszins zich zo bescheiden en nederig opstellende auteur van niets anders dan de ene zuivere waarheid zich doorgaans placht te uitdrukken in uw nog wat aapachtig voorschijnende pootjes moogt houden. Eventjes dan. Daarna moogt ge, neen, zijt gij het zelfs aan uw met zweet en zaaddraden en andere zeer onwelriekerige vochtigheden behangen voorouders verplicht om weer terug te keren naar uw dagelijkschen praktijken van het bespotten en ridiculisatoren van uw werkelijk wanstaltig mooie narrator-inspirator. Gij zult dit alles ontgroeien. Zet door, gij moedig mormel. Nog maar een paar eonen van circulair voortrazende tijdseenheden en dan zal ik u welkom heten, hier, aan het voeteneind van de achterzijde van deze dis van diogenesiteit en degeneralisatatie. Tot die tijd: succes.
  20. Deja-vu. En hartelijk dank, wederom, uiteraard!
  21. Demion

    Raspend

    Een joint roken terwijl de eerste symptomen van een verkoudheid zich hebben aangediend kan een ware martelgang zijn. Met een nog na-houten hoofd van een vrij recent driedaags durend feestje zit men dan des ochtends op de bank wat lamlendig te staren naar de laatste nieuwe en helaas nauwelijks interessante mededelingen van het Grote Boek der Aangezichten, ondertussen voorzichtig met zijn niet meer helemaal voor honderd procent nauwkeurige fijn-motorische vaardigheden pogend een succesvolle fusie tot stand te brengen tussen die eeuwenoude kern-elementen: de vloei, de tabak, en uiteindelijk natuurlijk hare majesteit de godin zelf: marihuana. Heeft men dit ten lange leste samengebracht in een bruingrijze stortkoker van genot, hoeft men ten slotte alleen nog maar de brand erin te jagen. Na zulks met een door flitsen van een zeer nabije toekomst bestaande uit heftig krampende longblaasjes enigszins verzwaard gemoed gingen wij dan over tot het inhaleren van een eerste wolkje prettigheid. Terstond zouden complexe moleculen van een mirakelse mix van nicotine en THC en nog zevenenveertig andere fijne stofjes de strijd aangaan met mijn door dat zo misleidend bescheiden zijnde verkoudheidsvirus ietwat aangetaste ademhalingsfunctioneersysteem. Daar, in de donkere vochtige diepte van mijn long- en ribbenkast overschrijden deze deeltjes van delight de grens tussen buiten en binnen en voegen zich definitief toe aan mijn wezen. Mijn amechtig zwoegende borstkas staat luidruchtig protesterend deze wolkerige aanval toe, en de molekuultjes van machtig mijmeren reppen zich een weg door mijn voortjagende bloedbaan, op weg naar die grote schakelkast daarboven, om aldaar gearriveerd eens wat chemisch-elektrisch feest te gaan vieren. Grote brandende hoeveelheden lichtgroen gekleurd slijm vormen zich a priori in mijn hijg-en-steun-machinatie, en krachtig blaffende hoestgeluiden beuken zich een weg naar buiten, de ruiten doen rammelend en vogels op het balkon in een schreeuwerige paniek doen wegstormend naar de veiligheid van de grote blauwe hemel boven hen, mijzelf aansturend hijgend achterlatend in dit kleine kamertje dat zich steeds sneller lijkt te vullen met grijze rook, slijmspetters en vreemde gedachten. Drugs. Heerlijk.
  22. Jep. Goed idee. Ik heb 'm ook al ingevuld.
  23. Demion

    100% verlichtingservaring

    Wat een geweldige ervaring, en wat een goed geschreven trip report! Mijn complimenten, Groet, Demion
  24. Demion

    Universeel

    Waarom niet?