Demion

Members
  • Aantal bijdragen

    94
  • Geregistreerd

  • Laatst bezocht


Waarderingsactiviteit

  1. Like
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Frans Bauer is een alien   
    Op een lankmoedige zomernamiddag ergens in het midden van augustus zat ik eens kalmpjes en zo stoned als een aap door het online woningaanbod te bladeren toen er plots en geheel onverwachts uit de eindeloze zwartheid van het heelal een piepklein ruimtescheepje zomaar kwam opduikelen. Niet veel groter dan de nagel van mijn pink landde het zonder pardon op de L van mijn toetsenbord. Verbaasd keek ik toe. Het gebeurt je ten slotte niet elke dag, dat er een klein ruimtescheepje op je toetsenbord landt. Mij niet, in elk geval. Het scheepje had de vorm van een kleine amandel, waarvan het achtereind uitliep in twee punten. Het had ook de klèur van een amandel, nu ik er over nadacht, en ik vroeg me af: wacht eens even... is dit nu een ruimtescheepje, of een vreemd gevormde amandel die toevallig op mijn toetsenbord dwarrelt? Ik was ten slotte erg stoned...
     
    Lang hoefde ik niet te twijfelen. Er klonk een heel zacht gesis en ik zag hoe een nòg piepkleiner wezentje uit het scheepje kwam gestapt. Ik boog mij eens voorover om het goed te bekijken. Ik moest mijn ogen een beetje toeknijpen: het wezentje was nauwelijks een paar millimeter groot. Wat ik ervan dacht te kunnen waarnemen was dat het in vorm een soort mensachtig wezentje was, daar ik armpjes en beentjes en een rompje en hoofdje kon onderscheiden. Ik kon niet iets van kleding zien, maar wel dat de onderste helft van zijn lichaam paars was, en de bovenste helft groen. 'Hm', dacht ik. 'Curieus.'
    Op dat moment draaide het wezentje zich om en zag mij. Ik meende dat ik daar beneden een zacht krijsen kon horen, maar helemaal zeker was ik niet. Nu zag ik het wezentje in paniek naar iets aan zijn zijde grabbelen. Hij vond het en richtte zijn armpje op mij. Wat er vervolgens gebeurde was ook hoogst curieus: ik voelde plots een tinteling, eerst op mijn borst en zich van daaruit rap verspreidend over mijn hele lijf. Even later begon de tv groter te worden. Ook de laptop begon opeens te groeien, net als het wezentje op de L van het toetsenbord. Wacht even, dacht ik... De laptop groeit niet... ik krimp! En warempel: ik had de hoogst onwaarachtige ervaring te mogen meemaken hoe ik kleiner en kleiner werd, als Alice, nadat ze van haar paddenstoeltjes gesnoept had.... Voordat ik het goed en wel wist stond ik naast het wezen en zijn ruimteschip.
     
    Nu ik naast hem stond wist ik even niet zeker waar ik het eerst naar moest kijken: dat vreemde wezen naast mij, of de ENORME, GIGANTISCHE ruimte die mijn kamer was geworden. De deur aan de andere kant leek wel honderden kilometers ver en honderden kilometers hoog. Dit krankzinnige perspectief was zò overweldigend dat ik dan maar mijn aandacht op het wezen naast mij richtte. We waren nu beide even groot. Zijn lichaam vertoonde inderdaad opvallend veel kenmerken met dat van u en mij: benen met voeten, paars, armen en romp, groen, en zijn hoofd... Mijn mond viel open. Zijn hoofd was Frans Bauer.
     
    Niet ècht Frans Bauer natuurlijk, maar een soort plastic-wax versie ervan. Met een heldere blik in zijn ogen keek het wezen me aan. Het opende zijn mond en sprak in perfect Nederlands: 'een goedemiddag.'
     
    Nu had ik tot dusver geen reden om aan te nemen dat het wezen mij kwaadgezind was. Was dat wel zo geweest, dan had hij me wel met een plasma-X-ray tot nano-pulp gereduceerd, in plaats van me te verkleinen. Dus ik dacht: hij vriendelijk, dan ik ook vriendelijk en ik zei: 'een goedemiddag... uh... meneer Frans.'
    Het wezen glimlachte. 'Ik nam deze vorm aan in de hoop u niet al teveel schrik aan te jagen, waarde heer. Mijn ware vorm is... anders.'
    'Nou' zei ik, 'dat is vriendelijk van u... Wat, als ik vragen mag, brengt u naar hier? Naar deze planeet en mijn... toetsenbord?'
    'Ik ben op verkenning' zei Frans. 'Voor mijn volk ben ik op zoek naar geschikte planeten om op te leven, want onze eigen planeet hebben we per ongeluk opgeblazen.'
    'Oei', zei ik. 'Dat is onhandig...'
    'Een beetje wel ja, dat geef ik toe' zei Frans. 'En ik zie al dat uw planeet niet geschikt is, waarde heer. Op een planeet vol reuzen zouden wij niet lang overleven.'
    Wij spraken daarop af dat ik hem iets van het land en de wereld zou laten zien en dat deed ik. Ik legde hem uit hoe het kwam dat wij een koning hadden die met wc-potten werpt en waarom het ook alweer was dat Trump president werd. Daarvan raakte het wezen zo in de war dat hij een splijtende hoofdpijn kreeg en snel zette hij me weer af op mijn toetsenbord.
    'Het spijt me' zei ik. 'Wij mensen zijn nu eenmaal vreemde wezens.'
    'Inderdaad' zei Frans, en wreef over zijn pijnlijke hoofd. 'Edoch' zo sprak hij en maakte een lichte buiging, 'ik dank u, waarde heer, voor uw gastvriendelijkheid.'
    'Geen probleem' zei ik. 'Gij ook bedankt voor uw verschijnen en veel succes bij uw zoektocht. Ik zou eens op onze buurplaneet gaan kijken, als ik u was. Daar is nog alle ruimte.'
    'Dank u, waarde heer' sprak Frans, en nam zijn verkleinpistool van zijn zij.
    'Een ding nog', zei het wezen. 'Die Patty Brard van jullie? Da's ook een alien.'
    Ik schoot in de lach. 'Dat idee hadden wij zelf ook al.'
    Plastic-wax Frans Bauer frunnikte wat aan zijn pistool, richtte het op mij en haalde de trekker over. Even later had alles weer zijn normale afmetingen aangenomen. Het wezentje zwaaide nog even en stapte in zijn ruimtescheepje. De kleine amandel steeg op van mijn toetsenbord en met een zacht zoemend geluidje vloog het zo het raam uit.
    Ik leunde achterover in mijn stoel en dacht: 'sodeju zeg. Is het alweer augùstus?'
     

  2. Like
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Gedachtestromen   
    Gedachtestromen
     
    Beurtelings bewegen mijn benen zich langs elkander. Zoals dat hoort, bij het lopen. Ik observeer dit. Ik observeer dat ik dit observeer en ik denk: ik ben godverdomme goed bezig. Maar of ik het ga halen, dat weet ik nog niet. Mijn einddoel: het thuis zijn. Waar het warm is, en muziek. En de wereld? Wat is de wereld? De wereld is overal om mij heen. Dat om te beginnen. Verder kan ik rapporteren dat in het dorp alles vredig lijkt. De hemel boven mij kleurt langzaam donker, de dag loopt op zijn einde. Een nieuwe lente is begonnen.
     
    Zoals over het algemeen wordt aangenomen dat de Aarde met haar zwaartekrachtveld mij aan zich gebonden houdt zou ik net zo goed kunnen beweren dat ik het zelf ben die zich vrij door de ruimte beweegt en het de Aardplaneet is die aan mijn voeten hangt, en geen mens ter diezelfde planeet, hoe schrander hij of zij zichzelf ook achten moogt, zal van enig tegendeel bewijzen kunnen. Ik ben mijn eigen God.
     
    De fijnmotorische coördinatievaardigheden die vereist zijn bij het bijvoorbeeld rollen van een jointje, alsook het enigszins consequent de juiste toetsen op het bordje weten te raken hebben de neiging na drie dagen achter elkaar wakker te zijn geweest danig aan exacte precisie en doelgerichtheid in te leveren op zichzelf, doch het dichtmachientje, dat wonderbaarlijke verhalen vertellende apparaatje achter mijn ogen functioneert in hoge mate. De ene na de andere als zachte stroop vloeiende volzin rolt als kandij voor de geest via mijn toetsenbord de wijde wereld in. Milde zinsneden dartelen zichzelf vervoegend over het digitaal papier van het scherm en door uw helder stralend bewustzijn, waarde lezer.
     
    Beurtelings bewegen mijn benen zich nog altijd langs elkander. Zoals dat hoort, bij het lopen. Ik ben nu bijna thuis. Daar doemt in de verte al het mergelstenen kasteeltje op dat ik sinds jaar en dag mijn bescheiden onderkomen mag noemen. Althans, het schattig kleine zolderappartementje daar bovenin, waar dat zachte licht door het raam naar buiten schijnt. Ik ben bij de poort aangekomen. Ik toets geheel foutloos de juiste code in op het kleine paneeltje en het hek schuift aangenaam loom en iets van krakend aan de kant. Kom binnen, lijkt het te zeggen. Welkom thuis.
     

  3. Like
    Demion ontving waardering van NoMoreIdols in Game over in 3 minuten   
  4. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in De gelukkige aap   
    De gelukkige aap
     
    Het menselijk bestaan op deze planeet is een waanzinnige megatrip, van begin tot fucking eind. En dan heb ik het niet alleen over het door drugs en waanzin gerunde systeem van geniaal krijsend caleidoscopisch pandemonium zoals dat in mijn eigen kleine schedeltje nog wel eens ervaren wil worden, neen, ook het gemiddelde huis-, tuin- en keukenleventje van u daarbuiten is een volstrekt krankzinnige luid-lawaaierige over en dwars door elkaar heen buitelende onnavolgbare mix van rauwe emoties, flarderige wijd uiteenlopende warrige gedachtenstromen, vertekende herinneringen, doodsangst en fysiek ongemak, dit alles 'overzien', zogenaamd en tussen aanhalingstekens, door een vaag flakkerend ondefinieerbaar iets dat zelfbewustzijn heet. Heeft men met dat haperend systeem eenmaal de pijn, ziektes, verraad, oorlog, honger en alle andere miserabele ellende die dit gestoorde circus van een leven over u uit kan storten overleefd en ontweken, wacht aan het einde de lichamelijke aftakeling en de dood. Vanaf het traumatisch en bloederig geboren worden in èèn lange geschifte achtbaanrit rechtstreeks door naar de onvermijdelijke kilte van het graf: woehoei, wat een feest. En dan vindt u het gek dat diezelfde overontwikkelde apensoort al sinds zijn allervroegste bestaan zich met een welhaast dol enthousiasme overgeeft aan het zichzelf op zoveel mogelijk manieren intoxiceren met alle mogelijke substanties en substraten? Nou, ik niet.
     
    Ik zou zeggen: trek open die pot bier! Steek aan die joint, prop uzelf vol met chocolade-ijs of vrij eens met uw partner, zit urenlang op een schemerig verlichte zolder naar uw verzameling kerstbonbonwikkels te staren, scheur met uw Maserati met tweehonderd kilometer per uur over de Duitse autobahn om vier uur 's nachts met twee LSD-trips achter de kiezen of speel eens met uw poes, wat het ook maar wezen moogt waar u gelukkig van wordt: doen! Voordat u het weet is alles voorbij en ligt u in uw koude ondergrondse graf voor eeuwig weg te rotten. Nou ja, niet echt voor eeuwig natuurlijk: na een jaar of tien zijn alle zachte delen toch echt wel weggeteerd en blijft er alleen nog wat bot en schedelwerk over, maar waarschijnlijker nog houden uw gierige nabestaanden gewoon op met het betalen van de grafrechten en leggen ze een vers lijk op uw restanten. Efficiënt tot in den treure, wij mensenvolk.
     
    Of, als u daarvoor gekozen heeft, dat ze uw vleselijke overblijfselen in een grote oven schuiven en de vlam erin jagen, waarna u gereduceerd tot een potje as nog een tijdje in zo'n goedkoop urnenvakje mag staan, met een verlept roosje aan uw voeten. Dat kan natuurlijk ook.
     
    Dus dans! En lach en vrij en drink en lèèf, potverdorie! Het is tenslotte lente. Geniet ervan.
     

  5. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in De Bende van Klaas V.   
    De Bende van Klaas V.
     
    Ze hebben vannacht een uur van mijn tijd gestolen. Zeker, dat krijg ik straks aan het eind van de zomer wel weer terug, maar wie weet of ik dan nog leef, hm? En toegegeven, vannacht rond het tijdstip van de eigenlijke besteling lag ik toch hevig geïntoxiceerd op mijn tweezitsbankje in dromenland te wezen, dus veel eraan gemist heb ik niet, maar dat alles doet niet ter zake: diefstal is diefstal. Ik weet niet zeker wie de dief was, maar een geniepigerd moet het geweest zijn. Daar ik, zoals dat een waar poëet betaamt, geen cent heb om mijn achterste mee te bekratsen, besloot die sneaky sluiperd dan maar datgeen van me te stelen wat mij het waardevolst van alles is: mijn door God of welkander hoger of verzonnen wezen dan ook gegeven tijd op deze Aardbol. Hoeveel dagen, uren, minuten en seconden het ook nog moge zijn, ware het nog tweeënveertig jaar of ware het nog zestien dagen, mijn tijd is mijn tijd! Al dan wel te niet geïntoxiceerd en vrolijk dartelend door dromenland, verschiet ik zomaar opeens van uur. Het zou toch schandalig moeten wezen. Of vindt u soms van niet?
     
    Hoe diep triest en welhaast om eens een stevig potje ouderwets te grienen het heden ten dage met de jeugd van tegenwoordig en de maatschappij in zijn algemeenheid wel gesteld is blijkt wel uit dit ene schokkende feit: dat men een arm en verward en reeds lang aan lager wal geraakt dichter en auteur van vreemde kronkels die in zijn armzalig wankelend krot van een Aards bestaan al alles is verloren wat men zoal maar verliezen kan, de liefde, overgewicht, familie en vrienden, zijn beurs met nog best veel geld er in, zijn geestelijke gezondheid en zelfs zijn wàlkman, dat ze zulk een onbenijdenswaardig en meelijwekkend voortstrompelend wezen dan ook nog van zijn tijd moeten beroven, het is abominabel, het is deplorabel en het zou niet motte magge. Aasgieren, dat zijn het. Tijdpikkers. Krapuul!
     
    Ze probeerden vannacht een uur van mijn tijd te stelen. Ik heb daarop de klok uit het raam gemieterd. Coole reactie, vond ik zelf, totdat even later bleek dat mijn zware antieke klok een nogal verpletterende indruk had achtergelaten op het broze schedeltje van de kat van de buren. Arm dier. Zijn tijd was gekomen. Ach ja, dacht ik. Tijd van leven. Had ik alle uren reeds verkwanseld aan laveloze dagdromerijen en zinloos literabel geleuter toch maar aan iets nuttigs besteed, dan had ik pas echt een saai leven gehad. En morgen, dan zou ik zomaar door een bus overreden kunnen worden. Pardoes: splet. Niet dat ik daar nu met stel en sprong op zit te wachten, maar ik bedoel maar: het kan. Dus waarom je druk maken? Precies. Nergens om. Laat het los, go with the flow en relax. De zomertijd is begonnen.
     

  6. Upvote
    Demion ontving waardering van Bob in De Bende van Klaas V.   
    De Bende van Klaas V.
     
    Ze hebben vannacht een uur van mijn tijd gestolen. Zeker, dat krijg ik straks aan het eind van de zomer wel weer terug, maar wie weet of ik dan nog leef, hm? En toegegeven, vannacht rond het tijdstip van de eigenlijke besteling lag ik toch hevig geïntoxiceerd op mijn tweezitsbankje in dromenland te wezen, dus veel eraan gemist heb ik niet, maar dat alles doet niet ter zake: diefstal is diefstal. Ik weet niet zeker wie de dief was, maar een geniepigerd moet het geweest zijn. Daar ik, zoals dat een waar poëet betaamt, geen cent heb om mijn achterste mee te bekratsen, besloot die sneaky sluiperd dan maar datgeen van me te stelen wat mij het waardevolst van alles is: mijn door God of welkander hoger of verzonnen wezen dan ook gegeven tijd op deze Aardbol. Hoeveel dagen, uren, minuten en seconden het ook nog moge zijn, ware het nog tweeënveertig jaar of ware het nog zestien dagen, mijn tijd is mijn tijd! Al dan wel te niet geïntoxiceerd en vrolijk dartelend door dromenland, verschiet ik zomaar opeens van uur. Het zou toch schandalig moeten wezen. Of vindt u soms van niet?
     
    Hoe diep triest en welhaast om eens een stevig potje ouderwets te grienen het heden ten dage met de jeugd van tegenwoordig en de maatschappij in zijn algemeenheid wel gesteld is blijkt wel uit dit ene schokkende feit: dat men een arm en verward en reeds lang aan lager wal geraakt dichter en auteur van vreemde kronkels die in zijn armzalig wankelend krot van een Aards bestaan al alles is verloren wat men zoal maar verliezen kan, de liefde, overgewicht, familie en vrienden, zijn beurs met nog best veel geld er in, zijn geestelijke gezondheid en zelfs zijn wàlkman, dat ze zulk een onbenijdenswaardig en meelijwekkend voortstrompelend wezen dan ook nog van zijn tijd moeten beroven, het is abominabel, het is deplorabel en het zou niet motte magge. Aasgieren, dat zijn het. Tijdpikkers. Krapuul!
     
    Ze probeerden vannacht een uur van mijn tijd te stelen. Ik heb daarop de klok uit het raam gemieterd. Coole reactie, vond ik zelf, totdat even later bleek dat mijn zware antieke klok een nogal verpletterende indruk had achtergelaten op het broze schedeltje van de kat van de buren. Arm dier. Zijn tijd was gekomen. Ach ja, dacht ik. Tijd van leven. Had ik alle uren reeds verkwanseld aan laveloze dagdromerijen en zinloos literabel geleuter toch maar aan iets nuttigs besteed, dan had ik pas echt een saai leven gehad. En morgen, dan zou ik zomaar door een bus overreden kunnen worden. Pardoes: splet. Niet dat ik daar nu met stel en sprong op zit te wachten, maar ik bedoel maar: het kan. Dus waarom je druk maken? Precies. Nergens om. Laat het los, go with the flow en relax. De zomertijd is begonnen.
     

  7. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Drabbelig   
    Drabbelig
     
    Ja hoor. Nòg meer drugs gebruiken. Ik kan het u helemaal tot hier horen denken. Welk een affreus rumoer. En normaliter, toegegeven, zou ik u daarin volkomen gelijk geven. Een ei is nu eenmaal geen ei zonder dooier, laten we daar gewoon eerlijk in zijn. Maar vandaag, nee, nu even niet. Tot in de dubbele puntjes geïmpregneerd met exotische substantiteiten en weldra haast panklaar, dan heb ik niet meer veel nodig. Dan gaat het nog maar in kleine beetjes. Het langdurig effect van het middel, dat wat gewaar wordt ervaren, is iets dat gekoesterd moet worden als de tere bloem die zij is. Geef haar teveel en u krijgt alleen maar een dikke kop. Geef haar te weinig en het geheel dooft uit als een nachtkaars. En dan? Dan is u nuchter, en dat is nòg erger. Maar geef haar precies genoeg en u verkeert dagenlang op het scherpst van de snede in dimensies en vreemde plaatsen waarvandaan nog niet eerder een levende ziel is wedergekeerd. Van z'n lang zal je leven niet. Dat klinkt wellicht een weinig melodramatisch, doch gij weet: schromelijk overdrijven, dat is mijn vak. Gelukkig wel, want zou het maar een rare hobby zijn. Hoe dan ook, wat ik maar zeggen wilde: fascinerend!
     
    Echt eindeloos, man. En ik meen hier niet te veronderstellen dat mijn op heden wat dungerekte bewustzijnsvermogen zelfs met enige moeite in staat zou zijn ten volle te beseffen wat die woorden daadwerkelijk betekenen. Dat zou apekool zijn. Neen, slechts binnen de beperkte reikwijdte van de instrumenten die mijn persoontje daartoe tot zijn charmante beschikking gesteld heeft gekregen door Moeder Natuur en Vadertje Rationale zullen de onscherpe contouren van een half doorwrocht concept zich uit een murky achtergrond weten los te wurmen, een onmeetbaar kort moment van bestaan kennen om dan, even plotsklaps als zij uitgebraakt werd ook weer weg te zinken in dat duister slijmerig moeras van een onderbewustzijn, de plaats waar de monsters leven. Maar daarover later meer. Voor dit moment volstaat het eenvoudig te zeggen: murky? Ja, wel degelijk. Afgeleid van troebel, en obscuur. Geen zuivere koffie. Drabbelig.
     
    Van die rasechte Colombiaanse, puur en onversneden in zijn rauwe vorm: de koude boon. Groen en onverschillig, hard en bitter tot op het bot. Pas na een zacht en liefdevol roosteren en het daarna bruut verpulveren en met kokendheet water overgieten teneinde dat bitterzwarte vocht tijdelijk in een mok of beker of iets dergelijks te deponeren om het dan spoorslags achter in uw hunkerend keelgat te kwakken waar het als een hete lavastroom van suiker en cafeïne zich door uw slokdarm een weg baant, helemaal naar beneden, waar het aldaar aanbeland zich nog eens genoeglijk aandoenlijk door uw darmkanaal verspreidt, als een klein thermonucleair apparaatje: poef... En u wordt wakker. Die alhaast ingesleten verzameling neuronen onder uw schedeldak begint alras wat rapper te vonken, psychotronische netwerken worden in- en doorgeschakeld en traag maar gestaag wordt het wat lichter achter uw ogen. Nog even en u mag van een voorzichtig functionerend bewustzijn spreken. Daglicht en geestlicht smelten samen en een nieuwe dag is aangebroken, vol van hoop en nieuwe kansen. Wat zullen we eens gaan doen vandaag?
     
    Laten wij ons diepste dromen waarheid worden? Openen wij welwillend ons hart en ons huis om onze in hoge nood verkerende medemens met zijn psychosomatische symptomen, zijn complexe trauma's en zijn vuile klauwen zomaar aan onze piano te laten zitten? Of aan de ontbijttafel? En waar is het tafelzilver? Neen, ik zeg u! Sta stram, gij prutser, recht dat iele kippenborstje zo ver als nog mogelijk is en haal eens piepend adem, dan weet u meteen weer waar het om draait: chronische bronchitis en de noodzaak van frisse lucht. Vroeger sprong u er gaten in, nu krijgt er geen genoeg van. Dat is de ware kern van het Zen-logisch redeneren: alles hangt altijd samen met iets anders. Ook al lijkt dat op het eerste gezicht vaak niet zo, als u maar lang en obsessief genoeg zoekt vindt u altijd wel een wijze waarop u punt A en plan B op geheel nieuwe en unieke manieren met elkaar in verband kunt brengen, derhalve verse connecties en verbindingen aangaande op een niveau waar dat voorheen nog niet bestond. Nieuwe inzichten dienen zich aan en plots ziet u de wereld in een heel ander licht. Een vreemde en haast buitenaardse zalmroze gloed, zachtjes en bedorven pulserend. Alsof het ademhaalt. Alsof het verdomme lèèft. Pure Tjakka, man. Zonder blozen of omzicht.
     

  8. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Zonder kaartje   
    Zonder kaartje
     
    Het begint allemaal aan de Maas, die mooie oude rivier. Ik zit hier aan haar oevers en zie haar voorbij glijden. Ze staat hoog vandaag. De vele regen van de afgelopen tijd wordt hier voor mijn ogen met vele tonnen tegelijk afgevoerd. De hoge waterstand in combinatie met een koude wind die precies tegen de stroomrichting in blaast zorgt voor koppen en golven. Witte schuimvlokken springen soms opeens los van hun dragers en worden weggevaagd door de wind. Ze heeft het op haar heupen vandaag, de oude dame. Parmantig en breedgeschouderd toont ze nog eens haar gerimpelde spierballen. Het is een waarlijk prachtige dag. De zon staat in een met witte wolkjes bestippelde strakblauwe hemel te stralen alsof het een lieve lust is. Haar warme licht schittert weldadig over alles: de rivier en de stad en de mensen en mijzelf. Nog eens weerkaatst in het woest langs stromende water is het hier bijzonder aangenaam verpozen. Ik steek mijn joint aan, laat de juichende housemuziek nog eens wat harder heen en weer dreunen tussen mijn beide trommelvliezen en droom verder.
     
    Een duif komt met zijn korte vleugels strak gestrekt laag over het water aan vliegen en landt met een nogal coole beweging zo op de rand van het beton en het water. Strakke landing, zie ik hem denken. Belangrijk, want de vrouwtjes zijn in de buurt. Het is tenslotte al lente, midden in de winter. Hij poft zijn borstveren eens op en stapt parmantig en breedgeschouderd in het rond. Een argwanende blik over het water, en zijn geile hoop wordt direct bevestigd: een iets slankere damesduif landt met een klapperende beweging naast hem. Helemaal dol van blijdschap begint Maverick, de eerste duif, rondjes om zichzelf te draaien. Dan loopt een jongen links mijn blikveld in. Hij zegt iets en houdt een uitgedoofde en half opgerookte joint voor zich uit. Vuur, vermoed ik, en ik trek de oordopjes uit mijn oorschelpen.
    'Fire' zegt hij in een soort Engels.
    'Yes' zeg ik en geef hem mijn aansteker.
    'Thank you' zegt hij, en draait zich van de wind af. Met enige moeite krijgt ook hij de brand in zijn rooksel. Hij geeft de aansteker terug en vraagt: 'Marihuana?'
    Ik glimlach. Ik dacht zelf dat de aanwezigheid van mijn eigen breeduit dampende genotsknots die hier al een kwartier of zo dikke dampende wolken van een geurig en altijd apart cachet weet te verspreiden nogal prominent aanwezig was in deze hele situatie, maar mijn gesprekspartner denkt daar blijkbaar heel anders over. Ik hou hem mijn dikke joint voor.
    'Ik heb al' grijns ik hem vrolijk toe.
    'Okay...!' zegt hij lachend, steekt zijn handen in de lucht, vist een telefoonscherm tevoorschijn en hij draait zich automatisch als een robot om, zijn aandacht direct en volledig opgeslorpt door die kleine digitale wereld.
    Okay, denk ik nog eens bij mezelf, en ik glimlach. Jazeker. Alles is okay. Vandaag even wel.
     
    Maverick de duif heeft ondertussen koerende concurrentie gekregen in de vorm van duif nummer drie. Laten wij hem Iceman noemen. Deze wederom parmantige en breedgeschouderde hengst van een gevederde rat trip nu rondom de dame in kwestie. Charlie was haar naam. Maverick ziet dit gepikeerd aan, bedenkt zich even en trippelt naar de rand van het beton. Een blik op Charlie om te zien of hij haar aandacht heeft. Dat heeft hij. Dan laat hij zich zonder pardon van de betonnen rand af vallen en verdwijnt. Dit had de coole Iceman niet verwacht. Hij staat stil. Er is daar beneden nog een smalle richel in het beton, net boven het water, herinner ik me glimlachend. Strakke actie van Maverick. Charlie trippelt verheugd naderbij en na een blik over de rand laat ze zich koket koerend ook vallen. Iceman ziet dat het de verkeerde kant uit gaat en stapt nu ook naderbij. Tijd voor actie, zie ik hem denken. Hij kijkt over de rand en laat zich vallen. Wat er dan gebeurd kan ik niet zien, maar nog geen drie seconden later zie ik Maverick opeens op volle snelheid laag over het water weg spurten. Dan trekt hij met een beweging waarbij een echte piloot zijns gelaat onmiddellijk in een lauwe grijze plumpudding zou veranderen naar boven, strekt op het allerlaatste moment zijn vleugels en landt met twee korte klapwiek-bewegingen op een oude groenbruin verroeste buis die over de hele lengte onder het brugdek loopt. Strakke actie, wederom. En even later, jawel: daar volgt mevrouw Charlie, duidelijk onder de indruk van deze aerotechnisch-acrobatische hoogstandjes. Ze trippelen daar nu samen over die dikke buis. Boven hen lopen mensen en bussen en auto's allemaal samen jachtig en druk en heen en weer, zich in het geheel niet bewust van de liefdesperikelen zoals die zich recht onder hun voeten afspelen.
    Daar gaat Iceman ook. Hij schiet half onder de brug door en buigt dan af naar links. Hij verdwijnt over de rivier de stad in. Hij verliest. Ach ja, Iceman. Duifjes genoeg, jongen. Duifjes genoeg.
     
    Ik droom verder. Een monsterachtig grote bak schuift opeens van links onverbiddelijk het plaatje binnen. Ik hou mijn hand boven mijn ogen om de felle zon wat af te schermen en kijk op. Wat een beest van een bak. Hoog en breed en lang en zo groot als een eiland dendert die enorme bak door het water, van ritme voorzien door de dampende bassen in mijn oren en de stampende dieselmotoren van de enorme duwboot die deze dinosaurus van een bakbeest door het water ploegt. 'Mover 4' staat er met grote zwarte letters op de felwitte zijkant van het grote stuurhuis. Dat zou ik verdomme denken, gaat het door me heen. Mover 4. Jazeker. Dender door, mijn vriend. Dender voor altijd door.
     
    Ik sta op. Ik strek mijn eigen gerimpelde spierballen en hoor en voel her en der iets kraken en knarsen. Ach ja. Breedgeschouderd ben ik nog altijd, maar mijn parmantige jaren heb ik toch wel achter me gelaten, dacht ik zo. Ik lach. De jongen met de halve joint bevindt zich aan het einde van het beton, daar waar gras de oever overneemt. Hij houdt zich met èèn hand vast aan het beton en hangt over het water. Misschien ligt daar een lijk, zo denk ik. Ik wens hem succes en stap de grote treden van de kade op. Ik loop terug richting het centrum en laat die laatste paar honderd meter van kade die ik nog heb het krachtige zonlicht rechtstreeks èn weerkaatst nog eens over me heen glijden. Zalig. Mijn jas hangt zoals altijd open en zwiert wat in de wind. Dan ben ik bij de grote winkelstraat en neem ik afscheid van de zon, maar zij nog niet van mij. Door de hele straat blijft ze voor me uit dansen, over de gevels van de oude handelshuizen, snel flitsend weerkaatst in de ramen van de panden, het glas van een auto en de reebruine ogen van die jongedame daar. Het lijkt verdorie wel lente.
     
    Bij het station aangekomen tekent zich een hoge torenflat af tegen de strakblauwe lucht. De kleuren en lijnen die dit beeld bepalen zijn zò scherp en helder dat ze wel nep lijken, alsof ze afkomstig zijn uit zo'n superheldenstrip, voorzien van extra dikke accenten en contrasten zodat je zèker weet dat het ook echt ècht is. Mijn wereld is soms net een stripboek.
     
    Ik ga naar huis. Op het station sta ik te wachten. De muziek beukt nog immer vrolijk in mijn hoofd en ik leun tegen de trap. Voor me op het beton van het perron glanzen dikke korrels zout in de zon, deze morgen vroeg gestrooid voor nooit gevallen of al lang weer weggesmolten sneeuw. Opdat gij niet zult vallen, forens. De trein zoemt elektrisch het perron langs en komt tot stilstand. Zijn deuren openen zich en vlokken mensen, veelal jong en fruitig, dringen zich naar binnen. Ik wacht nog even af en kijk toe. Als men zo naar binnen gedruppeld is slenter ik naderbij en zo'n halve minuut voordat de deuren zacht sissend weer sluiten en de trein vertrekt ben ik ook naar binnen gewandeld en heb ik me laten zakken in de brede zetels van de heerlijk rustige eerste klas-cabine. Ik laat me zakken in mijn jas en mijn muziek en de trein rolt weg. Ik zie de zon naderbij komen door de vuilwit-gele ramen die ze geslagen hebben in die lelijke oude gietijzeren overkappingen hier. Als de trein het perron helemaal verlaten heeft springt ze nog èèn keer in al haar stralende pracht tevoorschijn. Ik knijp mijn ogen dicht. De trein meerdert langzaam vaart en ik laat me vervoeren. Zonder kaartje, dat wel.
     

  9. Upvote
    Demion ontving waardering van Spira80 in Waarom?   
    Mensen zijn soms waarlijk wonderlijke wezens. Neem nu heden middag. Ik zat in de trein. Dat schijn ik nog wel eens te doen. Hier zat ik te zitten in de trein. We stonden stil, de trein en ik. Stil op het station te wachten tot we konden gaan. Ik had geen stationsklok in mijn blikveld, maar we stonden op het punt, zo dacht ik. Ik staar wat naar buiten. Dat doe ik, in de trein. Vanaf de trap naar de overloop van het station betreed een oudere heer het perron. Sportief gekleed in een outdoor-jas, rugzak en wandelschoenen. Hij werpt een blik op de stationsklok die zich dus wel in zijn blikveld lijkt te bevinden, en kijkt dan blij: hij heeft het gered. Hij vist een kaartje uit een van de zakken van de jas en draait zich om naar de incheck-automaat. Hij haalt het kaartje erlangs, de automaat zegt okee, en hij draait zich weer om. De twee wijd openstaande dubbele deuren van deze ingang van de trein bevinden zich helder verlicht en uitnodigend recht voor zijn neus. Drie stappen, en hij is binnen. Om wat voor reden dan ook die ik zo ontzettend graag zou willen weten besluit het heerschap dat deze ingang hem niet bevalt. Hij draait een kwartslag en begint naar de andere ingang van de trein te lopen. Ik zie zijn rugzak uit beeld verdwijnen. Dan sluiten de deuren zich zoemend en zet de trein zich in beweging. We rollen het perron uit. Ik haal de oude man langzaam weer in. Terwijl ik hem nader zie ik zijn hoofd in de richting van de trein draaien. Nu ben ik naast hem. In de paar seconden dat ik hem nog in beeld heb voordat we het station uit rijden zie ik achtereenvolgens opperste verbazing, dan een korte boosheid en vervolgens een verlaten verslagenheid op zijn oude gezicht. Hij heft zijn handen nog in de lucht. Dan is hij verdwenen.
     
    Waarom nou toch?
     

  10. Upvote
    Demion ontving waardering van Cosmos in Exalteren   
    Exalteren
     
    Water stroomt en schittert
    eindeloos voorbij
    mensen lopen, honden blaffen
    boten varen voorbij
    alles stroomt en schittert
    eindeloos voorbij
    ik drink de lucht als water
    en laat me dragen
    dragen door de wind
    vleugels wijd gestrekt
    wereld me voorbij glijdt
    en de zon, zij
    maakt alles warm
    exaltatie maakt zich langzaam
    van me meester
    en ik laat het maar begaan...
     

  11. Upvote
    Demion ontving waardering van Spira80 in Het universum dat ben jij. Alles is mogelijk [Atlantis 15 gram]   
    Toeval bestaat niet.
     

  12. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Game over in 3 minuten   
    Ik zou zeggen dat er zo'n zeven miljard waarheden op de planeet rondlopen.
     

  13. Upvote
    Demion ontving waardering van OnTheChase in Game over in 3 minuten   
    Ik zou zeggen dat er zo'n zeven miljard waarheden op de planeet rondlopen.
     

  14. Upvote
    Demion ontving waardering van Spira80 in Game over in 3 minuten   
    Ik vond het ook fascinerend om te lezen, hoewel ik de ervaring zelf niet ken.
     
    Nog veel mooie trips gewenst, en blijf vooral schrijven!
     

  15. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Het Salamander Complex   
    Ik word wakker. In plaats van mijn gebruikelijke geest is er een blank licht en een naam: Zeno. Dat ben ik. Ik ben Zeno. De volgende vraag die zich met kracht opdringt is: waar ben ik? Er is wit licht. Ik knijp mijn ogen een beetje samen en het witte licht trekt zich wat terug en vervormt tot aluminium roosters met helwit zoemende tl-buizen er achter, zo'n drie meter boven mijn hoofd. Huh?
     
    Tijd. Complexe wereld. Onhandelbare begrippen. Verwarring. Onzekerheid. Angst. Verloren. Koud. Alleen.
     
    Ik word wakker. Ik ben Zeno. De aluminium roosters boven mijn hoofd laten hun ongenadige licht permanent op me neerstralen, dat weet ik nu. Denk ik. Er is hier... geen tijd. Ik lig ergens op, maar ik kan mijn hoofd niet bewegen. Ik voel mijn lichaam, het is er, helemaal, en het voelt prima, er is geen pijn of iets anders, maar ik kan me niet bewegen. Enkel mijn ogen kan ik naar wil openen en sluiten, maar het beeld is altijd exact hetzelfde: aluminium roosters en helwit licht. Er is ook een geluid. Ik weet niet hoe lang het geduurd heeft voordat dat geluid überhaupt tot mijn lege geest doordrong, want tijd is iets... rubberachtigs geworden. Iets slijmerigs. Iets... verkèèrds. Hoe kan tijd nu verkeerd zijn? Er zijn vage beelden. Schimmen van taferelen flitsen soms ongrijpbaar snel langs de onderkant van mijn bewustzijn. Beelden. Plaatsen. Een leven? Mijn leven? Ik weet het niet. Het enige wat zekerder is dan ooit iets zeker heeft kunnen zijn is mijn naam: Zeno. Dat is, in deze nachtmerrie van wit licht en tijd, een rotsvast anker van warmte en troost: het drijft als een weldadig eiland voortdurend in het midden van de kern van mijn wezen, zo zeker als god, zo vast als een huis. Dit zelfbegrip van zijn is wat voorkomt dat mijn geest volledig zou oplossen in deze lege stille witte hel. Waar ben ik, in godsnaam? En wat, oh hemelse herder, wat hebben ze in godesnaam met me gedaan?
     
    Tijd. Vloeibare rivier van aaneengesloten complexe vortex van altijd maar voortdurende kraakheldere ervaring. Het eeuwige nu. Dit is het Salamander Complex.
     
    Ik word wakker. Ik ben Zeno. Er is iets verandert. Ik merk het onmiddellijk. Ik open mijn ogen. Roosters. Licht. Geluid. Maar... ook iets anders. Een... sensatie. Een gevoel. Mijn geest worstelt. Ik heb geen begrippen meer. Alles is leeg. Ik ben enkel Zeno, en mijn wereld is wit licht. Maar nu... Wind, zegt mijn geest opeens, en het woord is als een bevalling, als de allerèèrste bevalling, want het is naast 'ik ben Zeno' het eerste andere... begrip, idee, concept, dat opduikt in mijn geest in wat wel eonen van tijd en onbeschrijflijke stilte en gruwelijke lege hel van wit licht geweest hebben moeten zijn. Wind. Maar... nee. Geen wind. Iets dicht bij wind. Mijn geest worstelt. Bries? Mijn lippen vertrekken opeens en de sensatie verpletterd mijn geest bijna met zijn plotselinge zinderende aanwezigheid in mijn tot nu toe volledig lege bestaan. Ze vervormen in een welhaast weldadige manier naar bòven en mijn geest produceert, bijna als een blikseminslag: glimlach. Dit haast onbeschrijflijke gevoel van licht geluk om iets kleins en prachtigs verlicht mijn geest op een niet te bevatten manier; ik sluit mijn ogen en verdwijn.
     
    Onbeschrijflijke golven van goudwit licht voeren me mee langs het ene ongelooflijke hoogtepunt na het andere. Waar ga ik heen? Hoe is het in godsnaam mogelijk dat elke volgende seconde die ik ervaar in dit zalig voortvloeien van die heerlijke rivier van tijd die mij al zolang als ik me herinner te bestaan met zich meevoert, vooruit naar de toekomst maar altijd in nu, hier is het eeuwige nu, elke volgende seconde die ik ervaar in dit zalig bestaan, nog bèter is dan de voorlaatste? Ik sluit mijn ogen en verdwijn.
     
    Ik word wakker. Ik ben Zeno. Een licht briesje waait over mijn buik. Dàt is de nieuwe sensatie die ik ervaar, direct gevolgd door de nieuwe sensatie van een glimlach die heel mijn hart en wezen verwarmt, een simpele glimlach om tegelijkertijd zowel het woord 'briesje' als de bijbehorende bijzonder prettige ervaring van een warme lichte bries over je buik. Ik kan me bewegen, flitst als een donderslag door me heen. Ik weet niet hoe ik dat weet, maar ik weet met een krachtige flits van intuïtieve zekerheid dat het waar is. Opeens word ik bang. De lege witte hel die, besef ik nu opeens, iets krijgt van 'achter me liggen', laat zijn helse ijskoude greep op me los en ik besef wat er misschien wel voor me ligt: vrijheid. Maar wat... wat is er, daar... daar bùiten? Wat is dat eigenlijk, buiten? Ik was ooit... niet hier. Dat heb ik geweten. Ik was ooit... niet-Zeno. Ongrijpbare wielen van tijd wentelen als universa van stilte en ruimte voor me langs en ik sluit mijn ogen en verdwijn.
     
    Ik word wakker. Ik ben Zeno. Er zijn roosters en er is wit licht en er waait een lichte warme bries over mijn buik en ik glimlach weer en dat voelt goed. Ik kan me bewegen, weet ik nu. Ik doe een snelle check en ervaar dat mijn lichaam nog in zijn geheel bestaat: daar zijn mijn handen en voeten en dit is mijn hoofd en mijn aangezicht, zo vertrouwd. Ik ben ik. Toch? Voorzichtig stuurt mijn geest een signaal naar mijn hand, en mijn hand... beweegt. Even. Een kort rukje en dan weer stil, maar mijn hand beweegt. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst iets anders dan mijn oogleden heb kunnen bewegen in... onmogelijke wielen van tijd. Mijn geest huivert even voor zoveel immense eonen, en trekt zich dan weer terug in zichzelf. Mijn lichaam rilt, opeens. Een weldadige trilling, een tinteling van wat niet anders te omschrijven valt als lèven begint opeens in mijn voeten en werkt zich op een allerprettigste manier langs de huid van mijn benen omhoog en omvat dan heel even heel mijn kruis als een stille geliefde en tintelt dan verder door mijn buik en mijn borst en verwarmt dan mijn hals heel snel en bereikt dan mijn hoofd en explodeert daar volledig en ik sluit mijn ogen en verdwijn.
     
    Ik word wakker. Ik ben Zeno. Ik open mijn ogen en kom overeind. De ruimte waarin ik me bevind is inderdaad zo'n drie meter hoog. Ik heb al die tijd gelegen op een stalen tafel. Ik zit nu op de rand ervan en kijk om me heen. Ik ben gekleed in een volledig witte overall van een prettig aanvoelende warme zachte stof. Mijn voeten zijn gehuld in witte slippers. De stalen tafel staat in het midden van een grote achthoekige ruimte die naar boven toe wat smaller wordt en eindigt in die gruwelijke roosters. De wanden lijken bekleed te zijn met effen stalen platen, maar mijn ogen en mijn geest hebben moeite veel te onderscheiden in die eindeloze waterval van helwit licht. Recht voor me uit steekt uit de anders zo effen wand een paneel een centimeter of twee naar binnen. Dat brengt het briesje voort dat mij... nou ja, gewekt heeft. Ik sta op. Ik zet mijn voeten voor me neer op de stalen vloer en duw me met mijn handen een beetje af van de stalen tafel en dan sta ik overeind en alles voelt gewoon helemaal prima en vertrouwd. Ik ben Zeno en ik zet een stap vooruit en strek mijn arm en mijn vingers krommen zich om de rand van de plaat die een beetje open staat en ik trek en het paneel opent zich nog verder.
     
    Ik ben Zeno. Dit is mijn wereld.
     

  16. Upvote
    Demion ontving waardering van OnTheChase in Een trip naar het gekkenhuis [Hollandia 15 gram]   
    He Voyager,
     
    Goed verhaal! Duidelijk omschreven, ondanks de wat minder duidelijke omstandigheden, zeg maar, lol...
     
    Ikzelf heb nog geen ervaring met Hollandia, maar toeval wil dat ik die nog in de koelkast heb liggen, ik zal er binnenkort nog wel iets over schrijven.
     
    Ik ken de ervaring die je deelt wel een beetje, maar niet met truffels: ik heb ooit, lang geleden, een aantal keer met doornappel geëxperimenteerd, en dat heeft minstens èèn keer een vergelijkbare ervaring opgeleverd als die jij hier beschrijft. Ik heb dat toen ook niet als echt prettig ervaren: het gevoel geen controle over jezelf of je ervaring te hebben vond ik niet prettig. 
     
    Wat wel of niet eten betreft voor of tijdens een truffeltrip, ik heb het allemaal al gedaan: wel gegeten van tevoren, op de lege maag, tijdens de trip wel en niet gegeten, het ging tot nu toe allemaal prima. Ik denk dat het voor iedereen anders is: je moet gewoon zelf bepalen wat goed aanvoelt. 
     
    Veel reisplezier nog!
     
    Vriendelijke groet,
     
    Demion
  17. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Fuck Descartes   
    http://www.cj.nl/venlo/stuw-in-belfeld_917b3cbd7.html
     
    Zie daar, Voyager...
     

  18. Upvote
    Demion ontving waardering van Spira80 in Wat als......ik dagelijks truffels eet?   
    Ik denk dat dit eindeloos fascinerend is om te lezen, de hele discussie en zeker die uitgebreide experiment-beschrijving, hulde!
     

  19. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Fuck Descartes   
    Fuck Descartes
     
    Tja. Want, wat moet je anders, en zo, weet je wel. Geen verbinding. Wel weer tv, dat wel. Digitenne. Dus nu is er dezelfde krep op als voorheen, maar dan in digitale beeldkwaliteit. Helaas resulteert het digitaliseren van bagger simpelweg in digitale bagger, dus daar schiet ik niet veel mee op. 'You can't polish a turd' zeggen ze in Amerika. Alhoewel Adam en Jamie dan weer het tegendeel daarvan bewezen hebben. Niets is zeker in de wereld. Maar goed ook. Je zou je dood vervelen. Dus, aangezien ik nu eenmaal graag en volgens sommigen ook nog best aardig schrijf, is dat, naast lekker veel door de heuvels wandelen en de nodige joint roken en af en toe wat lezen en veel op het balkon en langs de Maas zitten, zo'n beetje het enige wat overblijft, zeg maar. Waarover dan? Wel, dit bijvoorbeeld:
     
    Conscious awakening
     
    Een tijdje geleden ging ik 's morgens wandelen, op een van de vele stralende dagen van die mooie week. Ik liep het groen aan de voet van de heuvels hier in en liep daar wat om me heen te kijken naar de eindeloos in de wind heen en weer draaiende blaadjes aan alle grote en minder grote bomen en struiken en bloemen en planten en kruiden en grassen om me heen, toen ik daarin, en meteen daarna ook in de kleine rivier die hier zacht schitterend onderdoor stroomde, het ritme meende te herkennen waar ik eerder deze week ook al aan de Maas naar had zitten staren, toen, net als nu, begeleid door mijn eigen stomende soundtrack van stampende bassen in mijn hoofd: alles trilde en vibreerde en bewoog en danste en golfde op zijn eigen volkomen automatisch voortvloeiende zacht vriendelijke ritme heen en weer. Waar ik ook kwam, ik zag het overal. Als ik thuis op mijn bankje zat zag ik het aan de drie grote dennenbomen die van daaruit mijn uitzicht bepaalden, in hun vrolijk heen en weer dansende naalden, flitsend van blauw naar grijs naar wit en weer terug, eindeloos heen en weer wiegend in de weldadig warme middagzon. Ik liep dat zo'n beetje te overwegen allemaal, toen mijn blik omhoog gleed, naar de staalblauwe hemel. De wind en een vrolijke wirwar van wat nu lichte dunne wolken danwel vliegtuigstrepen waren, ze waren bezig de hemel vol te tekenen met prachtige lange en bijna etherisch dunne grote golfslagen en veer-achtige dingen. Het leken wel... vleugels.
    Ik bleef staan en keek nog eens goed. Jawel: terugkijkend in de richting vanwaar ik gekomen was strekte zich links en rechts boven mij in de lucht twee enorm grote vleugel-achtige wolken uit in lange sierlijke witte luchtige golvende krullen. Het was ongelofelijk. De linkervleugel was dik en wollig, de rechter verfijnd en etherisch, beide kilometers lang en samenkomend recht boven mijn hoofd. Als ik me omdraaide en me voorstelde dat ik vanuit een satelliet naar beneden zou kijken zou ik mezelf zien staan met twee enorme vleugel-achtige wolken die zich links en rechts vanuit ongeveer mijn positie kilometers ver over het landschap uitrolden.
     

     
    Ik ben geboren in een van de vele dorpen aan de Maas, een x aantal jaren geleden. Als kind heb ik veel langs de Maas gezeten, langs de Maas gespeeld, langs de Maas naar de eindeloos traag voorbij stomende rijnaken gekeken, de een nog groter en indrukwekkender met zijn zware dieselmotoren door het water dreunend dan de andere. We woonden vlak bij een stuw, en dat was nog veel geweldiger: als jochie van zeven of acht op een van je eerste fietsen samen met je broers en ouders op een regenachtige zondagmiddag ergens achter in oktober naar de stuw fietsen. Langs de op de brede oever van de oude rivier liggende doorlopende weg lag een fietspad, en van daar liep een korte steile helling van stroef beton naar beneden, naar de stuw. Het uitzicht, het lawaai van het vrolijk meters omlaag stortende water, de indrukwekkende grote zich eindeloos na elkaar vormende serie draaikolken die vlak voor de stuw dreigend en woest heen en weer kolkten, en dan je vrolijke vader die het verhaal opdiste dat in dat wilde water zelfs de allerbeste zwemmer nog verzuipen zou. Dan stond je daar als klein jochie met twee handjes stevig aan de dikke koude ijzeren buizen van het hek dat de rand van het hoge beton markeerde met nòg wat grotere ogen naar al dat watergeweld te kijken. Ge-wel-dig. En mijn oudste broer maar zeuren: “mà-ham... het is koud!†Mijn ouders waren toen nog een stuk jonger dan ze nu zijn en ze stonden op die prachtige zondagnamiddag vrolijk met elkaar te flirten. “Zeur niet en ga spelen!†riep mam opgewekt en niet half geboeid, en keek m'n vader weer in de ogen. Verveeld ging oudere broer dan maar weer wat aan het hek hangen. Mijn jongste broer en mijzelf hoefde je dat überhaupt niet te zeggen: hij en ik waren al lang terug de helling opgeklauterd, ondertussen onze extra mooie zondagse kleren en schoenen vrolijk en onbezonnen vol smerend met vers nat gras en modder en herfstbladeren, zooi die er never nooit niet uit zou gaan in de was (had je maar moeten opletten, ouders..., op weg naar de grote open hangar daar boven, waar een enorm speciaal gebouwd locomotief-kraan-apparaat stond geparkeerd, alsof een grote staal-met-glas-en-wielen-dinosaurus uit een of andere vreemde science fiction-film was ontsnapt en zich hier bij ons aan de stuw kwam schuilhouden. Dat grote roestige beest van een machine stond daar voor als de oude dame het eens op haar heupen kreeg, door serieuze regenval midden in de zomer of, laten we zeggen, grote dikke pakken smeltende sneeuw in Frankrijk in de late lente, dan kwam die dinosaurus puffend en grommend en ratelend naar buiten schuiven en werden de grote schotten van de stuw èèn voor èèn uit hun houders getild, zodat er nog meer duizenden tonnen water per seconde afgevoerd konden worden. Dat machtige schouwspel heb ik èèn keer mogen aanschouwen. Het was geweldig. De aanstaande kledingramp voor mama vrolijk nog wat verergerend door op de smerige grote rupsbanden van dat monster te klimmen hadden we van daaruit een grandioos uitzicht over de hele stuw en de woest in de wind heen en weer waaiende omgeving. Mijn broertje en ik keken elkaar aan en ik zag dezelfde glimmer: het was geweldig. Toen ontdekte mam ons en ze begon onze namen te schreeuwen. Met de achternaam er bij. Dat was een slecht teken.
     

     
    Die avond zat ik weer aan de Maas. Aan die mooie oude rivier, zoals ze door de prachtige hoofdstad van deze prachtigste van alle provincies stroomt: Maastricht bij nacht. Geloof me: het wordt zelden beter. De zon was ongeveer een uur geleden ondergegaan en het oude van het geld bulkende centrum van Maastricht spreidde op deze koopavond al zijn pracht en praal uit voor de argeloze en minder argeloze voorbijgangers, een eindeloze stroom van voornamelijk rijke goed opgeleide mooie jeugd, studentenvolk van over de hele wereld. Daar tussendoor de immer druk zijnde advocaten en zakenmannetjes en andere snelle jongens, de èèn in een nog dikkere en duurdere patserbak dan de volgende, elkaar afsnoevend en -snuivend, op jacht naar de volgende bonus, de volgende lijn. Lang leve de lol. Op een gemiddelde dinsdagavond kon je in Maastricht op het station letterlijk tegen dezelfde in nauwelijks wat dunne doekjes geklede dames aanlopen als die je op MTV zag langskomen. De Armani's en Rolexen flitsten je links en rechts voorbij. Heerlijk. Wat een wereld. Ik liep daar vanavond vrolijk en stoned wat doorheen te dromen met wat zalig dampende housemuziek op mijn oren, op weg naar die grote trap daar net voor de brug, pal aan de oever. Ik had daar eerder deze week overdag ook al eens gezeten en dat was geweldig. Nu was het zo mogelijk nog geweldiger: er zat in tegenstelling tot een paar dagen terug nu helemaal niemand. De grote trappen waren donker en leeg. Prachtig. Ik liep eerst naar de brug die wat verderop over de rivier lag en wilde op dezelfde plek gaan zitten als eerder deze week, maar ik bedacht me en liep een stuk terug. Daar waar de trappen ophielden en overgingen in gras stonden boven aan de kade wat grote bomen en weinig lantaarns en was het donkerder. Dat beviel me beter. Ik ging helemaal onderaan op de laatste trede zitten. Tussen mijzelf en het langs stromende water was alleen nog een vlakke betonnen plaat. Opgaand in de schaduw was het uitzicht dat zich daar voor me tentoonstelde simpelweg magistraal: links en rechts van mij twee van begin tot eind verlichte bruggen, met aan de overkant het ene in alle kleuren van de regenboog verlichte terras danwel groot luxueus inkijkraam van het dure restaurant naast het andere kostbare exclusieve loungecafé. Aan mijn rechterzijde, zowat tegen de brug aan die kant aangebouwd, stonden twee grote verlichte kantoorgebouwen-of-appartementen. Vandaar naar de andere brug dus al die bars en restaurants, en daar boven uit nog het silhouet van minstens drie verlichte kerktorens. Al die verlichting, al die lampjes, die van de brug en al die ramen in al die kleuren werden nog eens in het vriendelijk voorbij kabbelende water gereflecteerd, waardoor het leek alsof zich in het water gezien vanaf mijn zitplaats een grote stralenkrans vormde van kabbelend eindeloos heen en weer wiebelend zacht en vriendelijk licht dat vrolijk op en neer danste met al zijn kleuren op dat kabbelende water. Ik had de muziek eindelijk in mijn jaszak gestoken en dat was een briljant idee gebleken: nu hoorde ik ook eens de soundtrack die bij dit waanzinnig mooie avondbeeld hoorde: gelach en gepraat en gefladder van vleugels van vogels en vleermuizen, automotoren en mensen die zacht pratend arm in arm voorbij liepen. Een hond die ergens blafte en een andere die antwoord gaf. In de verte steeg een vliegtuig langzaam op. Ergens achter me spelende kinderen. Ze riepen over het water in de richting van de kantoorgebouwen-of-appartementen, en lachten vrolijk als hun eigen echo naar ze terugkaatste. Over de brug croste een pizzakoerier, een bestelbus, een met oranje zwaailampen heen en weer flitsende gemeente-auto. Pratende mensen. Zwijgende mensen. Eindeloze rijkdom. Eindeloze vrijheid. Hier was alles verkrijgbaar. Echt. Alles.
     
    Daar zat ik, zo high als maar mogelijk was, wat voor me uit te dromen over stralenkransen en rijkdom, toen ik eens om me heen keek. Rechts van me strekten de duistere trappen zich uit tot aan de brug. Ik keek omhoog over mijn linkerschouder en daar stond een kerk. Van onderuit verlicht door een paar grote natrium schijnwerpers stond ze daar, kolossaal afgetekend tegen de donkere avondlucht, haar torens en spitsen priemend naar de hemel, als om te zeggen: daar... Eerder deze week waren er al die vleugel-wolken Nu bevond zich voor mijn neus die heen en weer kabbelende stralenkrans van licht in dat zacht voorbij stromende water, bekroond met een groot doorlopend juweel van licht in alle kleuren, begeleid door die sprankelende soundtrack, en over mijn linkerschouder die grote verlichte kerk. Ik zat aan de rechterkant van God.
     

     
    Zomaar wat gebeurtenissen van de afgelopen weken. Je zou kunnen zeggen dat ik de ene verbinding voor de andere heb ingeruild. De digitale verbinding de deur uit en er een met het universum zelf voor terug gekregen. Goeie deal, vind ik zelf. Veel getript heb ik ook, de laatste weken. Zou het een en het ander iets met elkaar te maken hebben? Ik heb heb een sterk vermoeden van wel. Psylocybine en marihuana zijn beide stoffen die als geestverruimend bekend staan. Wel, wat er de laatste weken met mijn geest aan het gebeuren is, het is... bijzonder. Ik ben nog steeds bezig het allemaal een plek te geven, maar dat gaat helemaal goed komen. 'Je moet gewoon doorgaan' zei laatst iemand. 'Het gaat allemaal vanzelf' zei twee dagen later iemand anders. 'Veel plezier, maar dat lukt wel, geloof ik' zei weer een ander. 'Goede reis' was een vierde advies dat ik meekreeg, zomaar, ongevraagd. Geweldig. Zet ze op een rijtje en je krijgt een prachtig levensmotto: 'je moet gewoon doorgaan, het gaat allemaal vanzelf', en een allervriendelijkste groet: 'goede reis en veel plezier, maar dat lukt wel, geloof ik'. Prachtig.
     
    Of dat je op de bank ligt, op een vrij doordeweekse zaterdagmiddag, een beetje ligt te trippen op een portie paddenstoeltjes die je gratis gekregen hebt, zo van: hier, neem maar mee, en dat er zich dan om je hoofd in alle richtingen een soort mega-veld opent waarin je de gedachten en de wereld en de woorden en alles en iedereen ziet en hoort en voelt en bent en overal en alles tegelijk, en dat alles wordt dan nog eens voortdurend van doorlopend commentaar voorzien van iets dat ik uiteindelijk maar de 'multi-mux' genoemd heb: een in en om zichzelf draaiende miljoenkleurige helix van woorden, maar niet van hèle woorden: het klinkt alsof er steeds de eerste helft van het ene woord aan de tweede helft van het tweede woord is gekoppeld en dat zou onverstaanbaar moeten zijn maar op de een of andere manier is het dat niet en begrijp ik die alleszins àndere stroom van taal en beschrijving en superlatieven, want dat zijn het uiteindelijk: de ene superlatief aan de andere gekoppeld, eindeloos in elkaar over draaiend en twistend. Dit is de altijd draaiende kern van mijn dichtmachientje zoals het stationair draait, al zijn versnellingen en tandwieltjes soepel en snel draaiend in het warme bad van de olie van mijn verbeelding. Ik hoef als ik wil en zoals ik al vele
    duizenden keren gedaan heb van die eindeloos draaiende stroom maar even iets af tappen en dan heb ik weer een verhaal of gedicht of ander literair avontuur. De hoogste versnellingen van deze prachtige op de grens van mijn onder- en bovenbewustzijn bestaande bron van eindeloos creatieve energie ben ik nog steeds aan het ontdekken; er zijn er steeds meer... Ik schakel in en word sneller dan de snelheid van het licht meegevoerd in de supernexus zelf, ik ervaar wat het is als de stroom van nieuwe informatie en versnelling en vooruitgang een verticale lijn recht omhoog wordt op de grafiek van de wereld en ik zit er voor een fractie van een fractie van een seconde midden in en dan kom ik weer langzaam bij en ga eens voorzichtig overeind zitten. Sodeju. Hoe laat is het? Vijf uur? Ow, dat valt nog mee. Dan spring ik nog even onder de douche en ren ik nog even naar de winkel.
     
    Ik ben verdomme verlicht. Fuck Descartes. Ik ben geen machine. Ik ben een god.
     

     
    Zou op het niveau van de kwantummechanica, die wazige soep van niet gedetermineerde (on)waarschijnlijkheden daar aan de tot dusver bekende 'onderkant' van de realiteit, een link bestaan met mijn danwel ons onderbewustzijn? Zou dat het gebied zijn waar die twee samenkomen en de link leggen tussen de mentale en de fysieke wereld? Creëren wij voortdurend op dat niveau onze eigen fysieke werkelijkheid door met ons (onder)bewustzijn uit die wilde soep van kwantummogelijkheden steeds onze werkelijkheid te 'kiezen'? Waarna we diezelfde werkelijkheid dan een niveau hoger, in ons dagelijkse bewustzijn, als 'vast' en 'daarbuiten' ervaren? Zijn niet onze gedachten, die eindeloze stroom aan beelden en woorden en gevoel en emotie en angsten en dromen en wensen en verlangens en herinneringen in ons hoofd niet net zo vluchtig en soms ongrijpbaar als die in en uit de werkelijkheid tevoorschijn springende quarks en dergelijke? Als er een level zou moeten zijn waarop ik me zulk een verbinding kan voorstellen dan zou het daar zijn. Elke vorm van bewust bestaan is de ultieme trip, en al die vormen samen op èèn planeet, dat is God zelf. Welkom in de kwantumveld-wereld.
     
    En dan is er nog de rest van het universum. En wellicht ook nog wel een veelvoud daarvan: het multiversum. Alles beleefd door iedereen tegelijk in het eeuwige nu. En er komt alleen maar mèèr bewustzijn bij op de planeet, elke seconde. Niet alleen komt er steeds meer, het al aanwezige bewustzijn, dat van jou en mij, wordt elke seconde groter en beter en hoger en uitgebreider en dat gaat steeds sneller, zoals het universum zelf, deze versie althans, met een steeds gròtere snelheid nòg groter wordt: iedereen die bestaat en ademt en leeft en zich van zichzelf bewust is gaat altijd en automatisch vòòruit, groeit, ontwikkelt zich, je wordt gewoon elke seconde dat je bestaat bèter, wat je ook doet, wie je ook bent, waar je ook bestaat op de wereld of wat je ook al of niet meemaakt in je leven: het simpele feit dat je bestaat betekent dat je groeit, vooruit gaat, en dus dat je ook, uiteindelijk en volledig automatisch, op dat punt van het 'nu' uitkomt waar dat wacht wat 'verlichting' genoemd wordt.
     
    Dat je op het perron zit. Of bij de Hema in de rij bij de kassa staat te wachten. De supermarkt uitloopt. Het maakt niet uit waar, of wanneer, of wie. Of waarom. Niemand weet waarom. Het gebeurt gewoon. Er is een moordenaar op pad. Een psychopaat. Een ijskoude geest. Een holle lege blik in zijn ogen. De vingers van zijn rechterhand in zijn jaszak strak wit geklemd om het heft van een mes. Een stiletto. Verborgen in het handvat, onder spanning staand van de stalen strak opgerolde veer, wacht onder de knop onder zijn duim een vlijmscherp stalen lemmet van vijftien centimeter. Zijn brein kermt als een pad, zoals een van mijn helden het ooit zo mooi zei. Dream on, Jimmy. Hij loopt door het centrum van de stad. De avond is vroeg ingevallen vandaag en het is koud onder de naakte sterrenhemel. Een enkele etalage is verlicht, maar de meeste winkels zijn gesloten. Er waait een kille wind door de lege winkelstraat en je bent op weg naar huis, naar de warmte. Je haalt je foon uit je zak en zet op afstand vast de verwarming thuis drie graden hoger. Er bungelen boodschappentassen aan je stuur. Groentesoep vanavond, lekker zelfgemaakt, en daarna met een hete kop thee op de zetel hangen en tv kijken, lekker. Je knijpt in de remmen voor het stoplicht en hoort je foon 'pling' zeggen. Feesboek! denk je blij, en je vist je foon weer uit je zak om te kijken wie nu weer wat over wat dan ook te zeggen heeft dat je nu meteen zou moeten weten. Het scherm licht op en laat een ziekelijk wit licht als koude melk over je gezicht stromen, dat zich dan vermengt met het felrode led-licht dat uit het stoplicht druipt. Je kijkt even op, ziet auto's het kruispunt oversteken en richt je weer op je scherm. Je merkt niet dat hij naast je komt staan. Hij staat op de stoep, geen halve meter van je vandaan naar je te staren met zijn dode haaien-ogen en je merkt er helemaal niets van. Geen instinct dat waarschuwt voor die koude glimlach op zijn gezicht. Zijn rechterhand komt uit zijn jaszak. Zijn duim drukt op de knop. Met een metalen klik springt het lemmet tevoorschijn. Het voorbij glijdende licht van de auto's blikkert even over de rand van het dodelijk scherpe staal. Nu is er iets. Iets in je geest heeft iets opgemerkt, op de een of andere manier, dat laagste deel van je hersens, het hagedissenbrein waar het ooit mee begon, voorvoelt iets gruwelijks en heeft een signaal tot in je bewuste geest geperst gekregen, en zegt: kijk op! Nu meteen! Je kijkt op. Je ziet hem staan. Hij is klein. Kleiner dan jijzelf. Hij draagt een capuchon die zijn gezicht half verbergt. Je blik glijdt omlaag naar zijn hand. Je ziet het blikkerende staal. Je geest zegt: 'huh? Mes?' Op datzelfde moment beweegt het mes bliksemsnel naar je toe. Je ogen volgen het nadrukkelijk scherp gefocust als het staal zich naar je toe beweegt en zich in je buik begraaft, helemaal. Nee, zegt je geest simpelweg, terwijl iets gruwelijks onvermijdelijks begint op te wellen rond dat stuk staal dat je daar onmogelijk maar wel degelijk in je lijf voelt zitten. De moordenaar draait nu langzaam het blad rond. Het beneemt je letterlijk de adem. Je voelt iets open scheuren daar beneden, iets nats en warms en vochtigs, je mond opent zich helemaal om te schreeuwen van pure angst en horror en pijn maar je keel is volledig dicht geknepen en je gaat hier dood, dat besef je nu. De moordenaar trekt het mes met een snelle beweging uit je lijf en je voelt het koude staal uit je glijden en een allerkortste moment flitst er iets van waanzinnig wilde hoop door je heen van misschien is dit het wel en gaat hij nu weg en overleef ik het als ik 1-1-2 kan bellen ik kan hier toch niet dòòd gaan dat kan toch niet kan toch niet maar alles wordt gruwelijk snel ook weer totaal vermorzeld als je geest meedogenloos registreert hoe het koude staal opnieuw nietsontziend in je steekt en opnieuw in je steekt en opnieuw in je steekt en je hoort hem hijgen daar naast je als hij je nog eens steekt en paniek en horror en gillende schreeuwende scheurende pijn die alles verwoest dendert met oerkreten door je heen en nee en nee en nee en nee Je hart stopt. Je borstkas zwoegt zinloos spastisch heen en weer. Je darmen legen zich. Je geest scheurt zichzelf totaal uit elkaar als hij merkt dat hij de controle volledig kwijt is en binnen nu en een kwart seconde het lichaam en de hersens volledig zullen sterven en er helemaal niks is dat wie dan ook daar aan zou kunnen doen en dan is het zover en sterft alles en ben je dood
     
    Maar het hoeft niet natuurlijk. Je kunt ook gewoon naar huis gaan en lekker soep maken. Want, ja, het kàn toch helemaal niet? Dood, en zo? Welnee. Is ook allemaal onzin. Ga maar lekker soep maken.
     

     
    Soms gaat het tè hard. Soms ga ik harder dan het universum en verschijnen er scheuren en barstjes in de werkelijkheid. Dan gebeuren er vreemde dingen.
     
    Opeens is daar in de tuin van de huurbaas een duif. Vliegt niet meer en heeft achter op zijn kop een nare wond, aangekoekt bloed en weggepikte veren. Hij is een beetje in de war, deze arme duif. Hij valt het tuinset van de huurbaas aan, evenals een stuk plastic dat even verderop ligt. Soms loopt hij wat om zich heen te kijken en draait zich dan opeens snel om naar niets, bijna alsof hij paranoïde wanen heeft. Ik was deze week bezig met knutselen in de tuin van de huurbaas, dus ik leerde deze verwarde duif elke dag wat beter kennen. Vreemd genoeg voelde hij zich blijkbaar op zijn gemak bij mij in de buurt, want ondanks dat ik vaak met elektrische apparaten bezig was, kwam hij steeds dichterbij. Op de derde dag, terwijl ik lustig aan het werk was, was hij opeens boven op mijn schoen geklommen. Ik hield op met bezig zijn en keek toe. De duif keek even omhoog naar mij, toen weer om zich heen, besloot dat hij daar wel goed zat en begon in mijn broekspijp te pikken.
     
    Hij paste prima in de prachtige tuin van de huurbaas, waar ook al kippen en ganzen rondscharrelden. Die vogels lieten hem over het algemeen met rust, zodat de verwarde duif overdag maar wat met de kippen mee scharrelde en hun voer at. 's Nachts werd hij door de huurbaas in een leeg kippenhok gelegd, om te voorkomen dat een vos of marter er mee vandoor zou gaan. Een enkele keer, als er onder de kippen beroering ontstond om het een of ander, dan poogde de duif te vliegen: hij klapperde met zijn vleugels, fladderde een meter of twee de lucht in en landde dan weer onhandig, om dan maar weer enigszins berustend in zijn lot verder te gaan met scharrelen.
     
    Gisteren tijdens een van mijn wandelingen lag in het hoge gras in de berm van de weg opeens ergens een jonge poes. Dood. Nog maar kort, aan haar nog steeds glanzende vacht te zien. Grijs-wit was ze, ik schat een maand of zeven, acht oud. Ik zag haar liggen en dacht: hè kijk, een slapende poes. Een fractie van een seconde later was er het besef dat zo'n jong dier hier nooit zo zou liggen, vlak naast een redelijk drukke plattelandsweg waar nu net nog een grote Jeep voorbij reed. Ik bukte en keek nog eens goed: nop, geen beweging. Voorzichtig raakte ik het dier even aan met de neus van mijn schoen, maar ze bleef stil liggen. Dood.
     
    En dan ben ik, en waarschijnlijk de andere zes bewoners van dit prachtige oude pand die op dat moment ook thuis waren, nog aan iets verschrikkelijks ontsnapt deze week. Ik had truffeltjes gegeten die avond, dus ik was om twee uur 's nachts nog wakker. Ik stond/lag op het punt om te gaan slapen. Ik had de muziek en de laptop al uitgezet, de kaars uitgeblazen, de balkondeur even opengezet en weer dichtgemaakt. Ik lag op de bank nog wat na te dromen toen ik ergens achter mij een geritsel hoorde. Nu hoor ik dat hier wel vaker: prachtige oude panden, zeker als ze zoals dit zijn opgetrokken uit mergelstenen en houten balken en zachtjes rammelen bij elke langsrijdende vrachtauto; dit zijn huizen die spreken. De deur van de badkamer klemt in de winter harder dan in de zomer. Als ik in bed lig, als ik alles uit en dicht heb en het drie uur 's nachts is, dan kraakt het huis nog steeds. Af en toe. Dus ik hoorde geritsel. Regen, dacht ik eerst. Regendruppels en die oude dakgoten die hier boven bijna overal langs mijn kleine appartementje lopen willen nog wel eens ritselende geluidjes produceren. Ik lag op mijn bankje en probeerde in de verder stille nacht het geritsel te lokaliseren. Nu ik mijn aandacht er op richtte besloot mijn brein dat het meer leek op getrippel dan geritsel. Het had bijna iets ritmisch: krits-krits-krits, stil, krits-krits-krits, stil. Een muis, dacht ik? Ergens onder de houten vloer of in de oude spouwmuren? Mijn ietwat wazige focus verplaatste zich naar het nachtkastje, waar het getrippel vandaan leek te komen. Ik bleef in het halfdonker stil liggen kijken naar de hoek waar het nachtkastje en het gordijn van de balkondeur samenkwamen, verwachtend dat er elk moment een klein muisje langs zou schieten. Toen drongen er vanuit die schemerachtige hoek kleine lichtflitsjes tot me door. Huh, dacht mijn wazige geest, ben ik nu aan het hallucineren? Maar mijn geest schakelde en kwam tot de conclusie dat dit echt iets anders was, iets 'echt'. Ik ging overeind zitten, boog wat voorover en richtte mijn nu iets meer ontwaakte blik op die donkere hoek. Daar was het weer: kleine lichtblauw-witte vlekjes licht, knipperend vanonder het gordijn, die met het knipperen ook het geritsel produceerden: krits-krits-krits, stil. Wat de fuck? Ik stond op en trok het gordijn weg. Daar op de vloer lag een stekkerdoos op z'n zij. Zo'n verlengkabel-stekkerdoos, met er in geplugd drie stekkers: een van de tv die nog aan stond, een ander van de grote staande halogeen-lamp-met-dimmer die ook nog aan was, en via een tweede verlengkabel-stekkerdoos ook nog het surroundsysteem dat op stand-by stond en de elektrische kachel, die al de hele avond stond te loeien. Ik keek weer naar de stekkerdoos naast het nachtkastje. Krits-krits-krits, stil. En lichtvlekjes. Ik bukte me en wilde de stekkerdoos omdraaien, bedacht me en tikte er met mijn slipper tegen aan. De doos kantelde en liet me zijn onderkant zien. Daar was het geritsel en de lichtvlekjes: kleine blauwwitte gloeiend hete vonkjes die bijna ritmisch uit het binnenste van de stekkerdoos kwamen knetteren en al bezig waren zich door het zwart wegsmeltende plastic naar buiten te vreten. Fucking hel. De kabel van deze doos verdween achter het nachtkastje en de matras naar een stopcontact dat daar ergens begraven zat, daar kwam ik zo gauw niet bij. Kut! Ik tikte de doos nog eens om met mijn voet en bekeek de bovenkant. Ik zag geen blootliggend metaal of kabels en tikte met een snelle beweging even met mijn vinger tegen het plastic van de stekker van de kachel. Geen stroom, maar ik realiseerde me wel met schrik dat de stekker warm aanvoelde. Ik drukte met mijn beslipperde voet de stekkerdoos tegen de grond en probeerde de kachelstekker uit de stekkerdoos te trekken. Muurvast! Het geknetter aan de onderkant ging ondertussen rustig verder. Fuck it. Ik trok met zo min mogelijk niet te vermijden lawaai het nachtkastje en de matras aan de kant en trok de stekker van de overwerkte stekkerdoos uit het stopcontact dat daar in de muur zat. Onmiddellijk viel alles uit: de tv, de lamp, de kachel en het geritsel. Opeens was het stil en donker. En het stonk naar verbrand plastic.
     
    Holy crap. Ik ging weer op de bank zitten. Ik stond weer op, zette de balkondeur open om die verbrande lucht eruit te laten en ging weer op de bank zitten. Mijn snel ontwakende geest liet nu volledig tot zich door dringen waar ik op het nippertje aan ontsnapt was. Brand door kortsluiting. Een klassiekere opstelling was bijna niet denkbaar: een oud pand met een krakkemikkige elektrische installatie, een idioot die daar vrolijk een hele berg apparatuur met drie verschillende verlengkabels op aansluit en dan die ene stekkerdoos naast het nachtkastje laat liggen, pal onder het gordijn. Dat lange smalle hoge gordijn dat naast de smalle hoge balkondeur hangt. De tòchtige smalle balkondeur. Ruim voldoende aanvoer van verse zuurstof. Ik had op Discovery Channel wel eens zo'n filmpje gezien van een proefopstelling waarin ze lieten zien hoe dat soort branden ontstaan en zich razendsnel verspreiden: zo'n kleine houten keet op een bedrijventerrein ergens die was ingericht als slaapkamer, aan èèn kant open. Naast het bed stond een prullenbak vol watten, met daarin, voor het experiment, een opengewerkte kabel die door een technicus even verderop van een vonk werd voorzien. Er knetterde iets wits, de vlam sloeg in de watten en letterlijk binnen twee minuten stond de hele keet in lichterlaaie. Gereedstaande brandweer erbij om het te blussen en een blije presentator die het publiek uitlegde dat het dus echt zò snel kon gaan. Dat flitste er allemaal door me heen terwijl ik daar in de donkere stille nacht met de deur open mijn verzameling nu als stukken donker en stil starende plastic en glazen schermen en ogen als een cockpit om me heen verzamelde apparatuur bekeek, van hun zoemende leven afgesloten door, alweer, het verbreken van een verbinding. Teveel. Het was gewoon teveel. Teveel power door een te dunne lijn. De ongebreidelde kracht van elektriciteit die zich, niet langer gebonden wetend door pogingen het met koper en plastic in de juiste banen te leiden, zich een weg naar de vlammende vrijheid wist te vreten. Of zoiets. Gewoon fucking brand. Nooit meegemaakt. Tot vandaag. Bijna dan. Sodeju zeg.
     
    Nu drong er ook iets anders tot me door. Als ik vanavond geen truffels had gegeten was ik waarschijnlijk al een paar uur eerder gaan slapen. Met de kachel gewoon aan. Hadden de truffeltjes mijn leven gered?
     

     
    Goede reis en veel plezier, maar dat lukt wel, geloof ik. Je moet gewoon doorgaan, het gaat allemaal vanzelf.
     

  20. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Een trip naar het gekkenhuis [Hollandia 15 gram]   
    He Voyager,
     
    Goed verhaal! Duidelijk omschreven, ondanks de wat minder duidelijke omstandigheden, zeg maar, lol...
     
    Ikzelf heb nog geen ervaring met Hollandia, maar toeval wil dat ik die nog in de koelkast heb liggen, ik zal er binnenkort nog wel iets over schrijven.
     
    Ik ken de ervaring die je deelt wel een beetje, maar niet met truffels: ik heb ooit, lang geleden, een aantal keer met doornappel geëxperimenteerd, en dat heeft minstens èèn keer een vergelijkbare ervaring opgeleverd als die jij hier beschrijft. Ik heb dat toen ook niet als echt prettig ervaren: het gevoel geen controle over jezelf of je ervaring te hebben vond ik niet prettig. 
     
    Wat wel of niet eten betreft voor of tijdens een truffeltrip, ik heb het allemaal al gedaan: wel gegeten van tevoren, op de lege maag, tijdens de trip wel en niet gegeten, het ging tot nu toe allemaal prima. Ik denk dat het voor iedereen anders is: je moet gewoon zelf bepalen wat goed aanvoelt. 
     
    Veel reisplezier nog!
     
    Vriendelijke groet,
     
    Demion
  21. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in In aanraking met hogere sferen en een visioen van de mensheid [Atlantis 15 gram]   
    Sodeju, Voyager!
     
    Ik heb met grote ogen en een brede grijns van zowel herkenning als plezier zitten lezen! Helemaal geweldig, dank je.
     

     
    Groet,
     
    Demion
  22. Upvote
    Demion ontving waardering van Voyager360 in Ego tript   
    Ego tript
     
    In een wereld die nu al bevolkt wordt door zoveel ongrijpbare fenomenen (ice bucket, iemand?) wil ik er toch nòg een aan u voorstellen (behalve als u het concept al kent natuurlijk, in dat geval is er slechts sprake van een hervertelling): de Akasha-kroniek. Een idee oorspronkelijk afkomstig uit het Hindoeïsme, waar het bekend staat als 'een alles doordringend medium, 'ether' genoemd of het 'vijfde element'. Wat nu is of doet dit element, deze ether, dit medium? Zie het als een grote databank, maar dan niet een van namen of banknummers, maar van alle gebeurtenissen die ooit hebben plaatsgevonden, elke gedachte en emotie. (Bron: Wikipedia)
     
    Anders gezegd: alles, echt àlles wat ieder mens dat ooit bestaan heeft, nu bestaat en ooit nog zàl bestaan ooit gedacht en gevoeld heeft, staat daarin opgeslagen, in die database in dat ether-veld-medium. U en ik en iedereen, alles wat wij denken en voelen, nu en ooit, wordt automatisch opgeslagen in dat 'veld'. Niet iets waar noodzakelijkerwijs iedereen zich ook mee bezig houdt: de meeste mensen hebben het over het algemeen te druk met meer wereldse zaken, dingen als 'baan', 'gezin', 'partner', en de altijd gevreesde maar zo populair op feestjes zijnde draak van een 'hypotheek'. Dit is, uiteraard, allemaal helemaal okee. We kunnen ten slotte niet allemaal de hele dag thuis op de bank zitten trippen. Toch?
     
    Even iets anders. We zijn hier in Nederland en omgeving zo rijk dat we zijn begonnen met het perfectioneren van werkelijk alles in onze omgeving. Eenvoudig voorbeeld: Pringles chips. U kent ze wel, in die ronde kartonnen buizen, dat chipje waar die mensen in die gruwelijk irritante reclame allemaal zo misselijk pisvrolijk van gaan doen. Dat chipje dus. Best lekker trouwens, dat wel. Laten wij dit bescheiden chipje eens onder de loep nemen. Openen wij een dergelijke buis chips, dan zien wij in de stevige kartonnen koker èèn enkele rij van allemaal keurig op elkaar gestapelde exact dezelfde chipjes. Laat dit feitje even tot u doordringen. Dus we hadden al chips, in het licht van de onvermijdelijke evolutie gezien een totaal overbodig en daarom waarschijnlijk zo lekker zijnde luxe-product. We zijn als diersoort hier in de omgeving zò ongelofelijk succesvol, dat we niet alleen zo'n beetje verzuipen in het voedsel, maar van dat voedsel, gewoon omdat we het kunnen en willen en er zin in hebben, besluiten om van die rommelige onoverzichtelijke ongelijkvormige bènde die een gewòne zak chips eigenlijk is, dan maar eens het perfecte chipje te creëren, en voilà: Pringles.
     
    Dit is maar èèn voorbeeld, maar kijk even om u heen naar uw eigen wereld van dit moment en u ziet waarschijnlijk zelf wel wat ik bedoel. Alles wordt gewoon steeds beter. Dat lijkt een dood-doener, maar denk daar even over na. Het is toch zaterdag. Die smartfoon die u zeer waarschijnlijk wel in uw bezit heeft. Dat hoogstaand technologisch wonder, dat wij, dat is, die mensen bij Eppel en hun collega's, desondanks maar steeds bèter maken. Nog sneller en dunner en scherper totdat er uiteindelijk iets overblijft als een interactief lichtscherm dat door een miniatuur projector in een polsbandje op uw onderarm geprojecteerd wordt. Hoe science fiction had u het graag? Al die miljarden aan terabytes aan data die al die apparaten samen vrolijk naar elkaar versturen worden, letterlijk, met de snelheid van het licht door satellieten door de ruimte naar elkaar en terug naar de Aarde gestuurd, zodat u dat leuke plaatje van die collega naar al uw vrienden kunt doorsturen. Maar dan wel àl uw vrienden, en wel nu meteen. Klik. De serverparken die daarvoor nodig zijn rijzen als paddestoelen uit de grond. Enorme ruimtes helemaal vol met de ene zacht zoemende en met druk knipperende lampjes voorziene computer-schakel-kast na de andere, die samen zoveel energie gebruiken dat ze alleen maar gebouwd worden dicht in de buurt van grote energiecentrales. Allemaal druk bezig de ene na de andere feesboekpagina te laden. En zo.
     
    Nou, zo'n soort database, maar dan in dat ongrijpbare veld-medium-ether, dat is de Akasha-kroniek. De in het duister van die computerkasten rondzoemende elektronische pulsen zijn vervangen door de gedachten en emoties van alle mensen ooit, maar het idee is ongeveer hetzelfde.
     
    Laten we verder neuzelen. Het is toch zaterdag. Mijn geweldige ex-vriendin, in de korte maar ongelofelijk boeiende relatie die ik met haar had, zei vaker tegen me, als we aan het praten waren over van alles en nog wat, dat ik alles wist. Gewoon, alles. Nu ben ik best intelligent. Ik weet dat ik vrij veel weet (wee mijn monsterachtige onbescheidenheid) maar alles? Wie weet er nu alles? Wat is dat uberhaupt: alles weten? Dat doet alleen God zelf, voor wie daar in geloofd. Ik heb haar destijds een aantal keer gevraagd of ze dat serieus meende, of alleen om aan te geven dat ik 'vrij veel' weet. Nee, serieus, zei ze altijd. Jij weet gewoon alles, zei ze dan. Het maakt niet uit waar het over gaat, het hoeft maar een woord of idee te zijn en jij haalt er, hup, zo een brok informatie bij te voorschijn. Haar woorden. (Terwijl ik dat schrijf, 'haar woorden', besef ik meteen hoe zinloos ze zijn: aangezien ik des schrijvers dezen wees, zou ik mijn lieve ex-vriendin elk woord in de mond kunnen leggen dat ik maar wil, om vervolgens tegen u te zeggen: haar woorden. Maar vooruit, ik dwaal af...) Dat zei ze dus. Ik wist alles. De Simon-fans onder u die mij de laatste tijd bestempeld hebben als geniaal en briljant weten vast wel wat ik bedoel. Nee, dit is geen grote egotrip. (Alhoewel... Is niet alles een grote egotrip? Maar dat terzijde...)
     
    Waar nu wil ik toch heen met dit geneuzel? Dat die Akasha-kroniek gewoon geweldig is. Het voelt alsof je voortdurend toegang hebt tot die supercomputer uit dat geniale verhaal 'The Hitchhikers Guide to the Universe'. Behalve dan dat deze supercomputer wèl altijd alles weet. En ik dus blijkbaar ook.
     
    Wat zegt u? Dat is een waanzinnig idee?
     
    Nou, dat ben ik toevallig volkomen met u eens.
     

     
    Magic truffels Dutchii, 15 g 
  23. Upvote
    Demion ontving waardering van OnTheChase in Voor de Japanse rijstwijn van het argument   
    Voor de Japanse rijstwijn van het argument
     
    Ik duik. De bodem van het meer is van een realiteitsverpletterend smaragdgroen glas. Niet glad: nee, om alles nog veel erger te maken heeft de smaragd-donkergroene glazen bodem van het meer waar ik zojuist ingedoken ben een bodem die het profiel heeft van golven en dat is niet alles want door de woest brekende golven boven mijn hoofd breekt schaterend kletterhelder steenkoud zonlicht in extreem scherpe scherven dwars door het water en verscherpt ongenadig hard de randen en pieken en dalen van het monsterachtig blikkerend glazen tapijt daar beneden mij. Ik duik en druk neemt doe en ik duik nog wat dieper en de druk van eindeloos veel tonnen aan duister woest schuimend water overal om mij heen in eindeloos donkere kilometers strekt het zich overal uit en golft koud en straks langs mijn kille naakte huid en ik duik en word langzaam maar zeker verpletterd en mijn schedel die bàrst...
     
    Dan ben ik bij de bodem en het zinderende kwantum-veld van bewustzijn binnen mijn brekende schedel registreert met een schrikbarende felle flits van naakte totale horror dat mijn ijskoude vingers dwars dòòr dat zogenaamde gekmakende glas heen gaan en onmiddellijk vormen zich zeer scherpe lijnen in mijn geest en een allestotale multidimensionale supernexus van integraal in zichzelf verweven voor altijd terugvallende anti-gravitone neergaande golven maken dat mijn kwantum-veld zichzelf spontaan exponentieel begint te verbreden in alle richtingen van alle dimensies tegelijkertijd en ik ben wèg.
     
    Er is hier varenhout. Varenhout en... oude bomen. Het is stil maar... niet helemaal. Zo af en toe ritselt er iets, dan weer eens links van je, dan weer van boven... Onder je blote stil doorlopende voeten bevindt zich een aangenaam zacht tapijt van parelend mos en wat zachte dennennaalden. Je maakt geen geluid. Je beweegt je bewegingsloos voort en zelfs je warme adem glijdt als vanzelf onhoorbaar door je lijf heen en weer. Dit is van voor de tijd. Er is hier in dit hete dampende Mesozoĩcische woud maar èèn koning: Tyrannosaurus.
     
    Er doemt een oud kasteel op aan de zacht schimmerende horizon. Zijn oude en langzaam maar zeker afbrokkelende mergelstenen blokken zijn door de vele jaren heen zwart beroet geraakt: oud en tanend. Het verregende grijze beton herbergt schuimerachtig de lange koude donkerbruin verroeste treinrails, ingebed in hun koude graf van scherpe puntige grijze en bruine stenen. De wind waait wild en en onbeheerst door deze koude graftunnel en jaagt vlagen regen naargeestig voor zich uit. Daar echter, recht voor mijn ogen, staat midden tussen het dubbele spoor op deze jagende namiddag een klein roze-bloeiend heide-achtig struikje parmantig met zijn kleine roze bloemetjes wat heen en weer te waaien in de straffe wind, alsof het wil zeggen: goedemiddag, wat een prachtige dag, vindt u niet?
     
    Ik vind van wel als de dreunende bas van de dampende house-mix uit de zacht in mijn beider gehoorgang passende mini-luidsprekers hun pompende golven van energie maar recht op mijn op de grens van scheuren staande strak mee vibrerende trommelvliezen blijven beuken, steeds opnieuw en opnieuw. Mijn schedel trilt mee als de golven worden omgezet in flitsend snelle pulsen van voortrazende elektrische energie die rechtstreeks mijn brein in schieten en daar een miljard neuronen tegelijkertijd in een weergaloos feest van vuren en vonken doen oplichten, een onzichtbaar neuraal netwerk van heen en weer schietende bassen en fel flitsende high-hats, en dàn pas open ik mijn ogen en de hele voortrollende werkelijkheid van de grijs verstormende wereld dringt met al zijn denderende kracht door in mijn kwantumveld-geest en ik zie hoe de totale werkelijkheid is gemaakt van een werkelijk eindeloos langgerekt veld van voortdurende omzetting van de ene vorm van zuivere energie in de andere, het hele universum een flitsend metabolisme van helder bewustzijn. Wat een magistrale manier van bestaan.
     
    Wat een waanzinnige wereld.
    Tja. Dat je dus, zeg maar, midden in de nacht of zo, een beetje buiten rond loopt, gelukkig wel gewoon met je kleren aan en zo, een beetje midden over straat zwalkt, zeg maar, want er is toch niemand thuis, en nee, niet bezopen, helemaal niet, maar wel gewoon, ja, helemaal happy, zeg maar, en vrolijk. Want ja, er is zoveel moois te zien, man! De straten hangen vol met diamanten, zeg maar, dus. En mooie kleurtjes en zo, best wel overal en alles, weet je wel? En dat er opeens ergens achter je een auto verschijnt en ook zomaar weer weg draait voordat je hem echt ooit hebt gezien waardoor alleen dat geluid van die over het asfalt schurende banden en die ronkende motor nog door mijn hoofd echoën en ik me vrolijk afvraag of die hele auto nu eigenlijk wel of niet heeft bestaan, en zo niet, geldt dat dan niet meteen maar voor alles? Ik vind eigenlijk van wel, ha! En zo dreinzelen mijn vrolijk over elkaar heen buitelende gedachten als een stel spelende kinderen elkaar lachend achterna door de grote bonte speeltuin die is mijn hoofd. Maar dat je dan dus, opeens zeg maar, vanuit je linker ooghoek iets ziet bewegen wat volgens mij niet helemaal alleen bij het voorbij schuivende beeld hoort, zeg maar, snap je? Dus ik wierp even een snelle blik over mijn schouder en daar verscheen dus echt uit het helemaal niks een langslopend ander menselijk wezen! Nee, ik lieg niet, hij verscheen daar opeens, want ik had hem daarvoor echt in het geheel niet gezien, toen ik in mijn olijke uppie een beetje voor me uit spacend wat wazig aan het trippen was daar midden op de weg, en daar was hij dan dus zomaar opeens verschenen: die andere mens. Een waarachtig klein parmantig voortstappend manneke was het, wat ik je brom! Een kleine zwarte mantel-kapon was als een zachte bevermuts diep over de oortjes van dit kleine woeste mannetje zijn bolle hoofdje getrokken, als om hem en het te beschermen tegen de grote boze buitenwereld, en nu steek ik ook nog mijn kleine handjes in mijn kleine zakjes en zet ik nog wat donker voort schimmende stapjes hier in mijn eigen kleine duister, waar niemand mij vinden kan. Maar ik had hem gezien, uit het niets verschenen had ik hem gezien, al was het maar even. Daarna was hij weer weg, zomaar opgeslokt door een langs rollende donkere schijf nacht: weg. Ook van hem weet ik nu nog niet zeker of hij eigenlijk wel ooit echt bestaan heeft. Wat een wondere wereld.
     

     
    Een portie Dolphins Delight, magic truffel
    Een portie Cosmic Connectors, magic truffel
    Een aantal goeie joints
    Een enkel kopje thee of twee
    En een vrolijke glimlach
     

     
    Smartshop Sirius, Maastricht
    waarvoor dank