Demion

De poes van Bubbelientje

Recommended Posts

 

Een verhaal in de geest van Kerstmis

 

Nu was Bubbelientje een schat van een meid. Acht jaar oud, een IQ van 135 en zo bijdehand als de pest, zij was niet voor de poes! Die at namelijk voornamelijk brokjes. En af en toe een muis. Poes Mozambique, zo heette het dier. Bubbelientje had ooit, toen ze drie was, iets over dat land op tv horen voorbijkomen, had haar armpjes richting de op dat moment nog naamloze poes gestrekt en met een kirrend lachje 'Poes Mozambique!' gekraaid. En dat, zoals men dan zegt, was dat.

 

Op een kwade dag was Poes Mozambique verdwenen. Bubbelientje had het hele huis en ook de tuin doorzocht, maar ze kon haar lieve poes nergens vinden.

'Mama, mama!' riep ze, 'Poes Mozambique is weg!'

'Kind, nee toch!' riep haar moeder. 'Wat nu, oh, wat nu toch te doen?' (Bubbelientjes mama was een wat dramatisch tiepje.)

Bubbelientje keek haar mama aan en een ferme rimpel betrok haar gezichtje.

'Ik ga haar redden, natuurlijk! Poes Mozambique, here I come!'

Ze drapeerde een rood kapje over haar blonde haardos, griste haar Hello Kitty-rugzakje vanonder de kapstok vandaan en trok de wijde wereld in, op zoek naar haar poes. Mama bleef in de deuropening achter, een traan langzaam vanuit haar ooghoek opwellend, biggelend, wiggelend, over haar wang...

 

Bubbelientje stapte met kordate stapjes door de sneeuw. Nog geen honderd meter van haar ouderlijk huis verwijderd stopte een enorme vrachtauto naast haar. De deur aan de passagierskant werd opengeworpen en een dikke harige chauffeur, gekleed in een overall met daaronder een grauw en smerig T-shirt, boog zich naar haar toe en zei: 'zo, meisje? Heb jij misschien een lift nodig?'

'Jawel, meneer!' zei Bubbelientje. 'Wat aardig van u! Ik ben mijn poes kwijt, kunt u me misschien helpen zoeken?'

'Natuurlijk, kindje!' zei de chauffeur. 'Stap maar in!'

'Wacht eens even...' zei Bubbelientje, en daar was de denkrimpel weer. 'U bent toch niet toevallig een viezerik of zo, hè?'

'Welnee, mijn kind!' sprak de chauffeur joviaal, maar op zijn ongeschoren voorhoofd waren reeds kleine zweetdruppeltjes verschenen.

Hm, dacht Bubbelientje bij zichzelf. Ik vertrouw deze bolle knakker voor geen meter. Van de andere kant: hij heeft wel een vrachtauto, en van daaruit is het beter zoeken naar een poes dan vanuit mijn eigen kleine blikveld. Dat gaf de doorslag. Bubbelientje klom de cabine in, trok het portier achter zich dicht en nestelde zich op de grote stoel.

'Vooruit maar!' zei ze.

De chauffeur lachte een grimmig lachje, schakelde en reed weg.

 

De chauffeur manoeuvreerde zijn dikke truck voorzichtig door de nauwe straatjes van het dorp. Bubbelientje zat op haar knieën op de zitting van de stoel en keek dor het raam naar buiten, speurend naar enig spoor van haar poes. De chauffeur schakelde nog eens, en liet toen zijn hand van de schakelpook naar de knie van Bubbelientje glijden.

Ik wist het verdorie wel, dacht Bubbelientje. Zonder iets te zeggen haalde ze in een flitsende beweging een samoerai-zwaard uit haar Hello Kitty-rugzakje tevoorschijn en zette de punt van het blad tegen de keel van de chauffeur. Ze drukte even heel zachtjes en een druppeltje helderrood bloed verscheen op zijn huid. De chauffeur verstarde. De vrachtwagen rolde onbestuurd verder en kwam met een bons tot stilstand tegen een plastic arrenslee die voor de supermarkt geparkeerd stond.

'Uh... rustig maar, meisje...' stamelde de chauffeur.

'U, meneer, u bent een grote...' Bubbelientje dacht even na. 'Een trol! Dat is wat u bent! Een grote lelijke trol en ik zou eigenlijk hier ter plekke uw strot moeten doorsnijden, maar dat zou, volgens mijn mama tenminste, niet in de geest van Kerstmis zijn.'

'Uh... ja, kind...' zei de chauffeur.

Bubbelientje maakte het portier open en liet zich uit de cabine glijden. Het samoerai-zwaard verdween weer in haar rugzakje. Ze smeet het portier dicht en liet de verbouwereerde chauffeur alleen achter.

 

Terwijl achter haar de vrachtauto zich losmaakte van de arrenslee en hortend en stotend wegreed keek Bubbelientje om zich heen. Ze was in het centrum van het dorp. Naast haar was de supermarkt, tegenover haar de kerk, maar nergens een poes. Waar zou ze toch zijn, vroeg Bubbelientje zich wanhopig af. En hoe moet ik haar vinden, in deze grote wereld?

'Kan ik jou misschien ergens mee helpen, kleine meid?' sprak opeens een bolle stem achter haar.

Bubbelientje zuchtte. Waren er dan alleen maar viezeriken in de wereld? Ze draaide zich om om ook deze trol een fikse uitbrander te geven, maar bleef toen met open mond staan. Voor haar stond de Kerstman.

 

Krijg nou het rambam, dacht Bubbelientje. De Kerstman stond groot en rood en ditmaal echt joviaal tegenover haar en keek vriendelijk glimlachend op haar neer.

'Dag Bubbelientje' zei hij. 'Ik geloof dat jij iets kwijt bent, niet?'

'Kerstman, u... u bestaat echt?' Ditmaal was het aan Bubbelientje om te stamelen.

'Welzeker, Bubbelientje! Waar ook ter wereld kleine meisjes hun poes kwijtraken, daar zal ik er voor ze zijn!'

'Kunt u me helpen zoeken dan, Kerstman?'

'Natuurlijk!' zei de Kerstman, en hij wees naar zijn slee. Nu pas zag Bubbelientje dat de arrenslee niet zomaar een plastic stuk kerstversiering was, maar echt! Net zo echt als de zes rendieren, die gnoevend en snuivend witte wolkjes waterdamp de lucht in bliezen. Achter de zitting van de slee lag een enorme jutezak, aan alle kanten uitstulpend met hoekige vormen. De cadeautjes! Bubbelientjes ogen werden groot.

'Wauw, Kerstman!' riep ze verrukt. 'Dit kan... dit kan vliegen?'

De Kerstman lachte bulderend, nam plaats op de met rood fluweel beklede bank en klopte met zijn behandschoende hand op het plekje naast hem.

'Ga maar zitten, Bubbelientje, dan merk je het vanzelf!'

Hm, dacht Bubbelientje bij zichzelf. Vertrouw ik deze bolle knakker beter? Van de andere kant: hij had wel een vliegende arrenslee, en van daaruit was het nog veel beter naar poezen zoeken dan vanuit een ranzige vrachtwagencabine. Plus: dit was de Kerstman. Dat gaf de doorslag. Bubbelientje klom naast de Kerstman op de zitting van de slee.

'Vooruit maar!' riep ze.

De Kerstman nam de teugels in zijn handen, gaf er een kort rukje aan en riep: 'Jaaa!' De rendieren spanden hun magische spieren en de slee kwam in beweging. In vliegende vaart nam hun snelheid zienderogen toe en binnen een tiental meters kozen zij al het tintelfrisse luchtruim. Bubbelientje hield zich met twee handen vast aan de reling van de slee en keek met grote ogen om zich heen. Onder haar werd het dorp snel kleiner en kwamen de witte akkers in beeld. Het was gaan sneeuwen en door het heldere licht van de maan leek het net of de lucht vol zat met sprankeldiamanten. Het was prachtig. Echter, hoe mooi het ook was, er was een probleempje.

'Kerstman' sprak Bubbelientje voorzichtig, 'dit is helemaal geweldig, maar we zitten veel te hoog! Van hieruit kan ik nooit mijn poes vinden!'

'Je hebt helemaal gelijk, lieve Bubbelien!' zei de Kerstman en gaf een ruk aan de teugels. De rendieren doken de diepte in en de slee dook er scherp achteraan. Met een waarlijk adembenemende snelheid schoten zij naar beneden.

'Yeehaa!' riep de Kerstman, terwijl hij met èèn hand de teugels vasthield en met de andere zijn muts op zijn hoofd hield. Bubbelientje greep zich met beide handjes nog steviger vast en gilde het uit van plezier. Vlak boven de bomen trok de Kerstman op en de slee rechtte zich weer.

'Wat vond je daarvan, Bubbelien?'

'Freakin' awesome!' riep Bubbelientje uit. Een helderrode blos scheen op haar wangen en haar ogen straalden.

'Kunnen we dat nog eens doen? Please?' vroeg ze.

De Kerstman lachte zijn bulderlachje. 'Ik zou wel willen, Bubbelien' zei hij, 'maar ik heb vanavond nog heel veel te doen!'

'O ja, natuurlijk...' zei Bubbelientje.

'Maar hè' zei de Kerstman, 'zie eens waar je bent?'

Bubbelientje keek naar beneden, en daar was haar eigen huis. En bovenop de schoorsteen, daar zat, jawel: Poes Mozambique.

'Poes! Daar ben je!' riep Bubbelientje verrukt. Ze strekte haar armen en pardoes sprong Poes Mozambique er zomaar in.

'O, Kerstman, dank u wel!'

Ze sloeg haar armpjes nu rond de Kerstman en gaf hem een dikke knuffel. Dat ze daarbij bijna haar lieve poes verpletterde werd maar even door iedereen genegeerd.

'Tis al goed, kind, tis al goed...' zei de Kerstman. Hij landde zijn slee in de tuin en Bubbelientje en Poes Mozambique stapten uit. Hij gaf weer een rukje aan de teugels en de slee stoof weg in een wolk van sneeuw. Even nog was de slee met zijn rendieren zichtbaar als silhouet tegen de maanverlichte hemel, toen was hij verdwenen. Bubbelientje en Poes Mozambique renden het huis binnen.

'Mama, mama!' riep ze, 'ik moet je nù toch iets vertellen...!'

 

:)

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Maak een account aan of meld je aan om een opmerking te plaatsen

Je moet lid zijn om een opmerking achter te kunnen laten

Account aanmaken

Maak een account aan in onze gemeenschap. Het is makkelijk!

Registreer een nieuw account

Aanmelden

Ben je al lid? Meld je hier aan.

Nu aanmelden