Demion

Members
  • Aantal bijdragen

    87
  • Geregistreerd

  • Laatst bezocht

Over Demion

  • Rang
    Advanced Member
  • Verjaardag 09-03-1976

Profiel informatie

  • Geslacht
    Male
  • Interesses
    Alles.

Recente profielbezoeken

1087 profielweergaven
  1. Demion

    This is the End

    Dus dat president Frump, president Folsonaro, president Fassad, president Kim Jong-Fun en natuurlijk president Foetin de vettige handjes ineenslaan en rigoureus besluiten elkander te bestoken met zestienduizend nucleaire bommen en daarmee heel het leven op Aard in èèn klap uitroeien. Dat zou zomaar kunnen. Maar ach, gaat het niet die kant op, dan zakt binnenkort wel de complete ijskap van Groenland in èèn keer de zee in, waardoor wereldwijd het zeeniveau in èèn klap met zes meter stijgt. Zie je, het is dààrom dat wij, als mensheid, nog niet benaderd zijn door welkeender ander ruimte-ras dan ook: geen van hen, althans niet in onze sector, kwam ooit voorbij het punt waarop wij ons nu bevinden: dat ons aantal zò groot geworden is dat wij ons eigen planeet volledig verwoesten. Dus dit, lieve mensen... ...is ons gezamenlijk einde. Enjoy. :)
  2. Demion

    Mathilda's horror

    Er zat een slak in het mais. Zijn naam was Jakob. Jakob leidde een goed leven. Er was voedsel zo ver zijn ogen op hun steeltjes reiken konden en nòg veel verder, en in deze schemerwereld van onnatuurlijk dicht opeen staande stammen van maisplanten waagde zich geen natuurlijke vijand. Zich aldus onbekommerd volvretend groeide Jakob uit tot een slak van waarlijk epische proporties. Eerst nog maar enkele centimeters, maar al snel waren het er tien, toen twintig... Binnen een paar weken was Jakob al een halve meter lang, en het huisje op zijn rug, dat proportioneel met hem mee groeide, woog inmiddels zestien kilo. En Jakob vrat maar en hij vrat maar, en groeide vrolijk verder. Een steeds luider wordend 'tjomp-slobber' kon des avonds en nachts uit het maisveld worden waargenomen, als Jakob met zijn slappe natte slakke-kaken meer en meer maisplanten in z'n geheel naar binnen schrokte. Naarmate zijn lichaam groter werd groeiden zijn hersens natuurlijk ook, en hij kwam al snel op het lumineus idee om zich alleen nog maar in de duistere uren op zijn alomvattend vreetwerk te storten, zodat hij des ochtends zich schielijk in zijn kalkstenen bunker kon terugtrekken. Die legde hij, heel clever, elke morgen plat op zijn zijde, zodat hij nog minder opviel. Dat, plus het feit dat het hier een genetisch ernstig gemodificeerde maissoort betrof, die tot wel drie-en-een-halve meter hoog kon groeien, maakte dat het bijzonder lang duurde voordat Jakob door de buitenwereld werd opgemerkt. Op een mooie zomeravond fietste Mathilda op haar omafiets langs de eindeloze maisvelden. Zeventien lentes jong was zij, en zo mooi en puur als een zijden lelie in een bad van honing. Zoals dat gaat met die jeugd van tegenwoordig was haar aandacht helaas geheel niet op haar omgeving maar op het schermpje van haar telefoon gericht, en samen met de draadloze oordopjes in haar lieflijke oorschelpjes zorgde dat ervoor dat zij zich geenszins bewust was van het feit dat slechts een paar meter van haar verwijderd zich een slak bevond van twaalf meter lang, drie meter breed en zevenduizend kilo zwaar. Zouden wij een blik als van hoog boven naar beneden werpen, dan zouden wij zien hoe Jakob in een paar maanden tijd het enorme maisveld van binnen naar buiten in steeds groter wordende concentrische cirkels had kaalgevreten, en nu was hij aanbeland bij de laatste paar rijen. Zijn enorme slobberkaken openden zich en zogen als het ware hele rijen planten tegelijk naar binnen, en opeens hadden zijn bolle ogen, nu zo groot als skippyballen, vrij zicht op de fietsende Mathilda. 'Wel, verrek', dacht Jakob. 'Wat is me dat voor een vreemd wezen?' Hij slobberde langzaam naderbij en liet daarbij de grond trillen onder zijn immense gewicht. Mathilda voelde iets trillen en keek op. Een twintigtal meters verderop werd de weg versperd door een gigantische slak, die met langzaam heen en weer deinende grote bolle ogen op haar neerkeek. Mathilda's mond zakte open. Haar telefoon gleed uit haar hand en kletterde op het wegdek. Haar ogen werden groot als schoteltjes. Ze vergat te gillen. Dit was... Nee. Er weerklonk een luidruchtig 'tjomp-slobber' en weg was Mathilda. Levend en wel verdween zij met het hoofd vooruit in de dikke donkere slijmerige ingewanden van Jakob, alwaar zij in een mum van tijd door een giftige soep van zoutzuur en maisresten verteerd werd tot er niets meer van haar overschoot dan een zijdeachtig pulpje. Jakob trok een gezicht, rekte zijn enorme kaken van links naar rechts en met een grondige rochel spuugde hij Mathilda's omafiets weer uit. 'Wel, verrek' zo dacht hij verrukt, 'dat smaakt... haast naar honing!' Hij draaide zich om en begon richting de ondergaande zon te slobberen, op zoek naar nieuwe maisvelden. En wie weet, misschien waren er nog wel meer van die vreemde kleine honingwezens... Mathilda's fiets bleef op het wegdek achter. Het omhoog gestoken voorwiel draaide nog een tijdje rond en bleef toen stilstaan. :)
  3. Demion

    Drentelen

    Drentelen Er zaten wel twintig kraaien in het grasgroen heuvelland vrolijk krassend naar elkaar wijl nu eens die, en dan weer deze zich sierlijk uit het gras verhief om naar even verderop te vliegen schijnbaar, zomaar In de verte ligt het land zonbeschenen lui te zijn dit is de wijd open wereld en de hemel boven mij is ultramarijn Het is lente in de winter sluit mijn ogen, en geniet kraaien krassen in de verte maar het deert me niet
  4. Constitutionele heropstartprocedure Exceptionele manuele transfiguratie pseudo-mentale herijkingsmechanica affreus nefarieuze neuzelarij en kleine zwarte balletjes maar geen pingpongtafel, edoch klossende ossen hunner harige staarten dobberen statig gestaag door de straat van Gazpacho hartig gegarneerde quiche van artisjokken dromerig zo romig werd het dessert elk een kelk dromedariskarnemelk dan, vooraleerst nog met ferme tred doch alras naarstig een spurtje getrokken en route du tranquil kabbelend loo oh het porseleinen pretcloset waar ruig de huig nog vernacheld langs rancuneuze regurgitatis dwarreldampende bonificaties en andere helse overpeinzingen smeuïg de boventoon voeren vermits dewelke, dat had u krek gevat een verrekte trek te stillen had! Bonen, bonen appetijt! :)
  5. Demion

    Gedachtestromen

    Gedachtestromen Beurtelings bewegen mijn benen zich langs elkander. Zoals dat hoort, bij het lopen. Ik observeer dit. Ik observeer dat ik dit observeer en ik denk: ik ben godverdomme goed bezig. Maar of ik het ga halen, dat weet ik nog niet. Mijn einddoel: het thuis zijn. Waar het warm is, en muziek. En de wereld? Wat is de wereld? De wereld is overal om mij heen. Dat om te beginnen. Verder kan ik rapporteren dat in het dorp alles vredig lijkt. De hemel boven mij kleurt langzaam donker, de dag loopt op zijn einde. Een nieuwe lente is begonnen. Zoals over het algemeen wordt aangenomen dat de Aarde met haar zwaartekrachtveld mij aan zich gebonden houdt zou ik net zo goed kunnen beweren dat ik het zelf ben die zich vrij door de ruimte beweegt en het de Aardplaneet is die aan mijn voeten hangt, en geen mens ter diezelfde planeet, hoe schrander hij of zij zichzelf ook achten moogt, zal van enig tegendeel bewijzen kunnen. Ik ben mijn eigen God. De fijnmotorische coördinatievaardigheden die vereist zijn bij het bijvoorbeeld rollen van een jointje, alsook het enigszins consequent de juiste toetsen op het bordje weten te raken hebben de neiging na drie dagen achter elkaar wakker te zijn geweest danig aan exacte precisie en doelgerichtheid in te leveren op zichzelf, doch het dichtmachientje, dat wonderbaarlijke verhalen vertellende apparaatje achter mijn ogen functioneert in hoge mate. De ene na de andere als zachte stroop vloeiende volzin rolt als kandij voor de geest via mijn toetsenbord de wijde wereld in. Milde zinsneden dartelen zichzelf vervoegend over het digitaal papier van het scherm en door uw helder stralend bewustzijn, waarde lezer. Beurtelings bewegen mijn benen zich nog altijd langs elkander. Zoals dat hoort, bij het lopen. Ik ben nu bijna thuis. Daar doemt in de verte al het mergelstenen kasteeltje op dat ik sinds jaar en dag mijn bescheiden onderkomen mag noemen. Althans, het schattig kleine zolderappartementje daar bovenin, waar dat zachte licht door het raam naar buiten schijnt. Ik ben bij de poort aangekomen. Ik toets geheel foutloos de juiste code in op het kleine paneeltje en het hek schuift aangenaam loom en iets van krakend aan de kant. Kom binnen, lijkt het te zeggen. Welkom thuis.
  6. Het waften der sporadische gelukkeling Kent gij de psychonaut? De zeevaarder van de ziel, zoals zijn ware naam luidt, brengt graag zijn door God gegeven tijd van leven op deze mooie Aardbol door met het onder invloed van een scala aan psychedelische en vaak ook hallucinogeen-entheogene heksendranken en kruidenmengsels doorsurfen zijner eigener geest-universum, van diens diepste krochten tot helemaal hoog de hemel in. Psychedelisch is van de geest geopenbaard, hallucinogeen is eindeloos veel kleurtjes en indrukwekkende visioenen en entheogeen, dat is afkomstig van de god in onszelf. Zoals de wijsheid van de sjamaan onder invloed van de groene godin Datura ons tienduizend jaar geleden van het duister van de grot naar buiten begeleidde, zo is heden ten dage uw dichtstbijzijnde dealer of smartshop leverancier geworden van wat wel geestverruimend genoemd wordt: spirituele explosie, uitgebreid ervaren en hogere inzichten. Het zacht zwevend overschrijden van veelal volstrekt imaginaire grensgebieden, alleen om te ontdekken wat daar nog achter ligt: nieuwe werelden, eindeloos veel. Voortgedreven door een diepgewortelde nieuwsgierigheid naar de aard van het wezen danst de psychonaut langs de eindeloze kustlijn van zijn innerlijke wereld. Wat is daar nog, zo wil hij weten, daar achter de horizon van dat donker woelig water dat zich uitstrekt voor zover het derde oog kan zien? Welke stralende godheid of gloeiende demon wacht daar op hem, en wat hebben ze voor hem meegebracht? Duivelse zwarte nachtmerries of eindeloos zacht en vriendelijk licht, het is om het even, altijd al geweest: alles wordt ervaren ter verrijking van geest. Dus dans maar, zeeman van ziel, dans rond het kampvuur heel de nacht lang, dans in de ban van het licht van de vlammen, laat alles los en wees vrij... Kent gij het psychonautisch wezen? Het vrijwillig tot zich nemen van meerdere narcotische substanties achter elkaar en door elkander dient het best aan de ervaren psychonaut te worden overgelaten. Voor de beginneling in de illustere wereld van het illukraak consumeren der wonderlijke middelen mocht dit nog wel eens tot enige ongewenste en niet te benijden resultaten leiden. Dat men plots in het geheel niet meer weet waar nog naar zijner kluts te zoeken, alsook het niet langer in het bezit zijn van zijn voorheen zo voorradig vermogen om nog tot enig zinvol gewauwel te komen zijn maar enkele van de effecten die men verwachten mag, zo men niet een beetje oppast. Zijt gij echter zulk een sporadische gelukkeling dat gij in staat zijt gebleken ook na het nuttigen van verscheidene psychedelica nog steeds een samenhangend verband waar te nemen tussen de wereld van nu en die van een vluchtig moment geleden, prijst uzelf dan, niet uitbundig, maar bescheiden, gelijk uw zachtaardige aard is, want alleen dan doet zich een ongekende mogelijkheid voor zich in anderszins niet te kennen bewustzijnstoestanden te begeven, te zien wat daar wellicht nog voor vreemde wezens leven en waaruit hun motivaties en dromen en angsten bestaan, vooraleer gij later weer zij het dankbaar maar even naar die ware wereld terugkeren moest om te zien of daar nog steeds alles hard en reëel recht was. De effecten van alle substanties tezamen waften nu vredig door elkaar heen in mijn sponzige hoofd, als doen de wolkerigste gedachten de een na de ander zacht door elkander drijvend langs mijner wollige geest. Aan diepe sporen te zien is het een prachtig feestje gebleven en even blijf ik nog dromen van die donderende waterval aan beeld en emotie zoals ik de wereld beleef, soms in het zonlicht, soms in de willekeurige regen. Het nachtelijk uur schrijdt voort. De tijd verglijdt subtiel van seconde. Een enkele druppel bewustzijn valt voor eeuwig verlicht. Alles wordt eindeloos. Of is het dat altijd geweest? Dit was het sporadisch waften voor nu. Dit was het waftenfeest.
  7. Demion

    Mannetje Sakkerloot

    Mannetje Sakkerloot Er was eens, ooit, in een twijfelachtig universum waar de dingen vaak net even iets anders liepen dan u gewend was, een mannetje. Mannetje Sakkerloot, zo heette hij. Niemand wist zeker of dat zijn echte naam was, maar iedereen noemde hem zo omdat hij voortdurend 'sakkerloot' zei. Te pas en te onpas. Echt, de hèle tijd. Tot je er een beetje tureluurs van werd. En eerlijk is eerlijk: sommige mensen werden dat ook. Hartstikke krankjorum, is misschien beter gezegd. Moordplannen werden er al gesmeed, door deze mensen. En kidnapplannen. Allerlei nare plannen. Het was dan ook vrij onsympathiek volk. Van de andere kant: geef ze eens ongelijk. Hoe vaak zou u op 'n dag 'sakkerloot' kunnen horen voordat het u grijs voor de ogen werd? Nu had Mannetje Sakkerloot het geluk dat hij in dienst was van de koning. Hij was bibliothecaris van de uitgestrekte verzameling boeken, perkamenten en papyrusrollen waarvan zijn vorst de trotse bezitter was. De bibliotheek bevond zich diep in de zompige kerkers en kelders van het oude kasteel. Tegen de klamme stenen wanden stonden metershoge boekenkasten zwaar door te buigen onder het immense gewicht van alle opgeschreven informatie die er op dat moment in de wereld te vinden was. Al snel voldeed de kastruimte niet meer en werden eeuwenoude manuscripten en rollen vol toverspreuken dan maar centraal op de koude tegelvloer opgestapeld. Na jaren van fanatiek verzamelen door zijn nobel broodheer waren de bedompte kelders en kerkers van het kasteel veranderd in een woud van wankele stapels en krakende bergen van kisten vol boeken, losse geschriften en stoffige aktemappen vol kladblaadjes met alchemistische berekeningen en de exacte locatie van Excalibur, het legendarische zwaard van koning Arthur himself, nota bene. Slechts schaars verlicht door enkele sputterende walmende olielampjes die met kettingen vanaf het ruwe plafond naar beneden hingen, de verstikkende damp van schimmel, oud vocht, rottend perkament en rattenkeutels plus het voortdurende instortingsgevaar zorgden er wel voor dat Mannetje Sakkerloot meestal het rijk alleen had, daar beneden. Dat vond Mannetje Sakkerloot helemaal niet erg. Enthousiast boekofiel als hij was kon hij eindeloos door die lange schimmige gangen vol meesterwerken dolen, dan eens hier een magisch naslagwerk oppakkend, dan weer daar een mysterieus geschrift in een vergeten taal ter hand nemend, en bij elke nieuwe fascinerende vondst klonk er weer een zacht gepreveld 'sakkerloot' door de ondergrondse gewelven. Mannetje Sakkerloot was gelukkig, daar in zijn verborgen universum van kennis en wijsheid en hij had daar best tot in lengte van dagen in zijn eentje kunnen rondscharrelen en 'sakkerloot' tegen zichzelf mompelen, maar dat zou maar saai zijn, nietwaar? Dus op een dag, toen aliens uit de ruimte het kasteel aanvielen met vreemde asymmetrische steampunk-ufo's vol stoommachines en analoge computers nam Mannetje Sakkerloot een voor velen onverwacht besluit. Terwijl robijnrode laserstralen het oude vermoeide kasteel in stukken en brokken uiteen lieten donderen en de doormidden gezapte lichamen van pages en narren en ander kasteelpersoneel langs de afbrokkelende muren naar beneden kwamen zeilen om her en der met luide vochtige pletsen neer te paffen gooide Mannetje Sakkerloot opgewekt een knapzak met daarin zijn belangrijkste bezittingen over zijn schouder en trok de wijde wereld in. Voordat hij de poort van het kasteel definitief achter zich dicht trok had hij nog èèn keer langs zijn geliefde boeken gedwaald. Dan had hij een olielampje van zijn ketting genomen en dat in de duistere diepte van de perkamenten canyons gesmeten. Heel even gebeurde er niets. Toen een luide woesj, een felle oranje gloed en een golf van zinderende warmte door de klamme kilte van de kerker. Mannetje Sakkerloot veegde een traan uit zijn oog, draaide zich om en liep weg. Als wij hem weg zien wandelen in de richting van een eenzame zonsondergang zien we tegen de achtergrond van zijn heen en weer deinende knapzak hoe de aliens de strijd tegen hun middeleeuwse tegenstanders effectief beslechten door het kasteel en zijn wijde omgeving met een plasma-inversie-bom in èèn grote geluidloze flits tot op kwantummechanisch niveau in de as te leggen. Mannetje Sakkerloot beleefde nog vele doldwaze avonturen en spannende belevenissen. Hij leerde ook iets minder vaak 'sakkerloot' zeggen zodat de mensen om hem heen niet meer onmiddellijk een gruwelijke pesthekel aan hem hadden en onbewust hun messen en dolken begonnen te slijpen als hij in de buurt was. Uiteindelijk vond hij in de late herfst van zijn leven zelfs nog troost in de boezem der liefde, alhoewel die vooraleerst aan Saartje toebehoorde. Samen betrokken zij een leegstaand konijnenhol in de Mistige Wouden en maakten daar hun thuis. Het muffe vochtige beschimmelde hol vol wormen en ander gewriemel deed Mannetje Sakkerloot met enige weemoed terugdenken aan zijn geliefde bibliotheek en hij voelde zich er al snel op zijn gemak. Saartje helaas niet. Die werd helemaal psychotisch in die klamme graftombe en moest uiteindelijk gillend en schreeuwend en wild om zich heen slaand en trappend, woest schuimbekkend en met rollende ogen afgevoerd worden terwijl ze halfnaakt en met een wilde haardos allerlei obsceniteiten uitkraamde in de richting van de ambulancebroeders. Behoorlijk dramatisch allemaal. Hierna trok Mannetje Sakkerloot zich steeds verder terug in de duisternis. Het konijnenhol begon langzaam te verzakken. De statige oude eik die al eeuwenlang met zijn knoestige wortels de ingang van het hol had bewaakt ging dood. Later werd het hele gebied platgegooid en kwam er een meubelboulevard. Van Mannetje Sakkerloot werd nooit meer iets vernomen. En toch... Er wordt gezegd, maar wie geloofd dat nog, dat als men op de heren-wc van de Ikea op een warme zomeravond toevallig eens zijn blaas staat te legen en dan zijn oor heel goed tegen het kalmerend mintgroen tegelwerk plakt èn een beetje geluk heeft, men nog steeds in de diepte een zacht en verbaasd gepreveld 'sakkerloot' kan horen.
  8. Demion

    Sterren van Parallax

    Sterren van Parallax Later als ik groot ben wil ik intergalactisch pornoster worden. Dat ik bij vele volkeren en rassen verspreid over een immens planetologisch imperium van wel drie parsecs in doorsnee bekend zal staan als 'Demion de Broeierige'. Een parsec is een afstandsmaat uit de astronomie en is 3.261.631 lichtjaar ver, dus kun je nagaan hoevèèl volkeren en rassen. En alleen in smààkvolle films, welteverstaan. Jawel. Dus niet van die kleffe zielloze vleesbeukerij zoals dat in die oude Aardse klassiekers nog wel eens te zien was, neen! Ik zou een heer van mijn vak zijn, een koene ridder op het erotische witte doek der verlangen, met zijn lans stram vooruit galopperend door de sensuele tuin der lusten uwer lendenen, oh vrouwe... Nou ja, zoiets, in elk geval. Iets met smaak. Een weloverwogen soft focus cameravoering, gedimd indirect diffuus licht, mysterieus hemels grijs omhoog kringelende Annapuraanse wierook, van Egyptisch zijde en Satirisch satijn bekleedde kussens belegd met pure rozenblaadjes, hedenochtend nog vers geplukt aan de oevers van de Oosterzee. Gelegen op een klein vroeg-Etruskisch schaaltje de eerste aardbeien uit de tuin, gedompeld in de eerste room van de koe. Druipend van smaak. Schuberts beroemde sonate 'Du sachte Herzen der Liebe und Freude' die zachtjes neerdrentelt uit smaakvol in de achtergrond weggewerkte high-end StereoSonic® luidsprekers. Een met het fijnste filligrijnzilver beëtste drankenkoeler staat beschaafd condenserend een fles Maron du Sud '98 te koelen, een van de drie laatste nog overgebleven exemplaren. Gerschtanowitzkristallen glazen natuurlijk, van honderd procent zuiver karaat, en op een zilver plaviertje daarnaast nog enige ronde toastjes met daarop smaakvol georiënteerd een dotje Burlofski-kaviaar, de beste ter wereld. Nou ja, van dèze wereld, haha! Dolletjes... Hoog opgeleid zou ik zijn, met een intergalactisch gewaardeerde smaakvolle etiquette onderlegd, belezen en zeer intelligent alsook beroepsplichtig zowel als privé van een stram afgewerkte fysiek voorzien, altijd volgens de laatste smaakvolle mode gekleed en aan iedere arm het sprankelend gezelschap van een interplanetair lekker mokkel of twee zou ik uitgenodigd worden op imperiumwijde premières en openingen, gala's en ballen en andere feesten met gouverneurs, baronnen en Tessmachers, toneelvoorstellingen bezoeken met ambassadeurs en presidenten en lezingen geven aan selecte gezelschappen van interfeoderale planetabelen en voorzitters van handelsraden, overlegorganen en studiegroepen. Ik zou een weldoorlicht en stralend voorbeeld zijn voor ieder lid van elk van de ontelbare rassen en volkeren in heel ons verenigd planetarium, een glanzend en glimmend standbeeld en eerbetoon aan de grandioze kosmische evolutie van wat ooit, in een onnoembaar ver verleden op een klein blauw planeetje in een duffe uithoek van het universum begonnen was als dromer en mensheid. Ja, dat lijkt me wel wat. Of piloot.
  9. Demion

    Ten oosten van Terneuzen

    Ten oosten van Terneuzen Het zou kunnen dat ik ergens halverwege dit stukje dood neerval, dus ik zal het kort houden. Dat zou een goede openingszin kunnen zijn. Hij grijpt direct de aandacht en laat vervolgens niet meer los, waardoor u haast wel gedwongen wordt in èèn ruk naar het einde toe door te lezen. De magie van goed schrijverschap. Desondanks is het natuurlijk waar: ik zou inderdaad ergens halverwege dit stukje zomaar ter vloere kunnen neerzijgen en met mijn laatste adem de pijp uit blazen zodat die terug naar Maarten kan. Dat kan. Elk mogelijk moment, elke volgende seconde, en dit geldt uiteraard ook voor u, kan het voorbij zijn. Er breekt ergens iets in dit fragiele systeem, iets cruciaals, en het is gedaan met de pret. Lampjes uit, einde verhaal, bedankt voor de bloemen. Dat wij, mensensoort, voor zover bekend als een van de weinige levende wezens in onze omgeving zich bewust is van zijn eigen eindigheid en zich door die verpletterende gruwelijke onvermijdelijkheid nochtans nauwelijks uit het veld lijkt te laten slaan geeft getuige van het opmerkelijk vermogen onszelf gedurende dit korte leven met zoveel mogelijk onzin en poeha te omringen, alsom ons maar vooral niet bezig te hoeven houden met dat ongenaakbaar naderend monster dat is de dood. Een enkele keer, als u weer eens omgeleid wordt na een bloederig ongeluk op de A2, op de crematie van oma toen u zestien was of gewoon, op een zaterdagmiddag op Facebook, komt het voor dat magere Hein met zijn zeis even tussen de bladzijden door naar buiten glipt en iets levends uit ons universum wegsnaait, maar afgezien daarvan storten wij ons over het algemeen hals over kop en blind vooruit in de krankzinnige maalstroom van dit bestaan en zien we wel waar het feestje eindigt. Men zou derhalve oprecht kunnen stellen dat een mensenleven èèn groot aaneengeschakeld struisvogelpolitiekbonanza is. Dat gezegd hebbende: voor hetzelfde geldt bestaat u en zelfs de rest van de wereld helemaal niet echt en zijt gij allen slechts een vrij complexe hallucinatie in mijn hoofd, en dat ik dan niet een mens ben zoals u, maar een voor uw beperkte bewustzijn niet te bevatten multidimensionaal en buiten de tijd bestaand wezen dat na inname van wat in dat bestaan voor magische paddenstoelen zou moeten doorgaan daar helemaal slecht op gaat. Bad trip. Groen zien, weet je wel. Dat kan natuurlijk ook. Mocht u dat als een onwaarschijnlijk of zelfs geschift scenario in de flapoortjes klinken, bedenk dan dat Super Mario waarschijnlijk hetzelfde zou reageren als iemand hem vertelde dat hij eigenlijk geen loodgieter was maar slechts een stel elektronische impulsen en verspringende pixels. Nog onwaarschijnlijker is het dat ik een verdichtsel van ùw verbeelding zou zijn. Niet dat ik iets tegen uw verbeelding heb hoor, in des geheels niet, maar als ik werkelijk uit uw fantasie voortkomen zou dan had ik mezelf wel iets beter aangekleed. Dit geeft ook geen sjoege. Kort gezegd: daar, in die een-tot-anderhalve kilo sponsbloemkoolachtige wit-en-grijze massa tussen die toch wel charmante luisterschelpjes van u, bestaande uit neuronen en dendrieten en axonen die onderling meer mogelijke verbindingen kunnen aangaan dan er sterren in het bekende heelal zijn, waar op nanotechnische schaal een voortdurende uitwisseling plaatsvindt van elektronische impulsen, neurotransmitters, hormonen en potentialen en er zelfs op kwantummechanisch niveau activiteiten plaats lijken te vinden die iets significeren dat op bewustzijn lijkt aan te komen, dààr vindt de ware overdracht plaats van potentiële buitenzintuiglijke waarden naar een kraakrealistische innerlijke ervaring van de echte wereld in al haar complexe onderlinge interacties en verschijningsvormen. Althans, zo denken de rationele mensen erover. Er zijn ook meer oosters ingestelde filosofieën aan te wijzen die argumenteren dat het juist andersom is, dat bewustzijn er eerst was en daaruit materie is voortgekomen, maar als men in die richting gaat denken zou het wel eens kunnen dat u in een diep en duister konijnenhol lazert van een meisje dat Alice heet en daar nooit meer uit ontsnapt, en dat wil ik u niet aandoen. Het is zo'n mooie dag vandaag. Dus gaat heen, menswezen, en procreëer. Maar niet teveel.
  10. Demion

    De gelukkige aap

    De gelukkige aap Het menselijk bestaan op deze planeet is een waanzinnige megatrip, van begin tot fucking eind. En dan heb ik het niet alleen over het door drugs en waanzin gerunde systeem van geniaal krijsend caleidoscopisch pandemonium zoals dat in mijn eigen kleine schedeltje nog wel eens ervaren wil worden, neen, ook het gemiddelde huis-, tuin- en keukenleventje van u daarbuiten is een volstrekt krankzinnige luid-lawaaierige over en dwars door elkaar heen buitelende onnavolgbare mix van rauwe emoties, flarderige wijd uiteenlopende warrige gedachtenstromen, vertekende herinneringen, doodsangst en fysiek ongemak, dit alles 'overzien', zogenaamd en tussen aanhalingstekens, door een vaag flakkerend ondefinieerbaar iets dat zelfbewustzijn heet. Heeft men met dat haperend systeem eenmaal de pijn, ziektes, verraad, oorlog, honger en alle andere miserabele ellende die dit gestoorde circus van een leven over u uit kan storten overleefd en ontweken, wacht aan het einde de lichamelijke aftakeling en de dood. Vanaf het traumatisch en bloederig geboren worden in èèn lange geschifte achtbaanrit rechtstreeks door naar de onvermijdelijke kilte van het graf: woehoei, wat een feest. En dan vindt u het gek dat diezelfde overontwikkelde apensoort al sinds zijn allervroegste bestaan zich met een welhaast dol enthousiasme overgeeft aan het zichzelf op zoveel mogelijk manieren intoxiceren met alle mogelijke substanties en substraten? Nou, ik niet. Ik zou zeggen: trek open die pot bier! Steek aan die joint, prop uzelf vol met chocolade-ijs of vrij eens met uw partner, zit urenlang op een schemerig verlichte zolder naar uw verzameling kerstbonbonwikkels te staren, scheur met uw Maserati met tweehonderd kilometer per uur over de Duitse autobahn om vier uur 's nachts met twee LSD-trips achter de kiezen of speel eens met uw poes, wat het ook maar wezen moogt waar u gelukkig van wordt: doen! Voordat u het weet is alles voorbij en ligt u in uw koude ondergrondse graf voor eeuwig weg te rotten. Nou ja, niet echt voor eeuwig natuurlijk: na een jaar of tien zijn alle zachte delen toch echt wel weggeteerd en blijft er alleen nog wat bot en schedelwerk over, maar waarschijnlijker nog houden uw gierige nabestaanden gewoon op met het betalen van de grafrechten en leggen ze een vers lijk op uw restanten. Efficiënt tot in den treure, wij mensenvolk. Of, als u daarvoor gekozen heeft, dat ze uw vleselijke overblijfselen in een grote oven schuiven en de vlam erin jagen, waarna u gereduceerd tot een potje as nog een tijdje in zo'n goedkoop urnenvakje mag staan, met een verlept roosje aan uw voeten. Dat kan natuurlijk ook. Dus dans! En lach en vrij en drink en lèèf, potverdorie! Het is tenslotte lente. Geniet ervan.
  11. Demion

    Lazerus van Babel

    Lazerus van Babel U heeft soms echt geen idee, waarde dames en heren. Dat blijkt uit alles. Laatst nog, tijdens die later zo uit de hand gelopen dinsdagnamiddag, weet u dat nog? Vast niet, vermoeden wij: u lag daar maar wat laveloos zeverend voor zich uit te staren. Ik greep u bij uw magere kladden, rammelde die eens stevig door elkander en bevroeg en besmeekte u: waarheen toch, en vooral: waarvoor? Doch enkel een amechtig doods en naargeestig gereutel kwam nog uit uw rammelend ribbenstaketsel naar buiten gerocheld, als deed het dof en glazig staren uwer bloeddoorlopen half geopend oog. Het daarin ooit zo helder stralend levenslicht nog slechts een klein en eenzaam flutterend vlammetje, opgebrand en uitgeblust, als Icarus zelf: hooghartig de hemel bestormend, faliekant afgebrand en keihard neergestort. Een verpletterende eerste indruk: de arrogantie druipt er nog vanaf. U kwam nochtans hoog aangeschreven... Lang werd hier niet over nagedacht door een kommissie van wijze mannen en schalkse dames tijdens lange vergaderingen in rokerige ruimtes aan schraagtafels vol bloedworst en bier, in wat later nog ABBA zou worden, vooraleer zij unaniem en eensluidend deze stevig doorwrochte eindconclusie wisten te bereiken: waren wij maar de Beatles geworden, dat was veel beter geweest. Dansende koninginnen of lekker LSD gebruiken, het is mij om het even: knipperende lichten zie je overal. Meest nog als de zon er doorheen schijnt, vanachter de bomen in de trein als je voort rolt. Dat is soms echt stroboscopisch, psychotronisch atomisch en atonaal flitsend, finaal door je oogleden heen kaatst het recht in je schedel met de snelheid van het licht heen en weer. Ik ben mijn eigen atoomklok, van zilverwit rubidium geschapen en zo scherp als een seconde, maar dan ook exact èèn. Zo ben ik weer even verder, al lijkt dat soms niet zo: vaak is dit moment net geweest, daar juist nog, zo-even. Terug in de toekomst wordt heden verleden, en zo is de cirkel rond: anders zou het wel vierkant heten. Nog even over die uit de hand gelopen dinsdagnamiddag: sorry. Er zijn daar onder invloed van heftige emoties en diverse al of niet legale narcotica dingen gezegd geworden waarmee ik mijn ergste vijand op zijn sterfbed nog niet zou lastigvallen, maar waarschijnlijk al veel eerder. Welzeker jandorie, had hij maar niet zulk een naar en onwelriekend sujet moeten wezen. Aan een beetje deodorant is nog nooit een avondje romantisch lebberen overleden, is al wat ik daarmee maar zeggen wilde. Een dame het hof maken is houw toe woe ee leedie, maar dan in het Engels geschreven. Wazel is uit Bazel en bullshit aus Bonn, maar da's dan weer Duits. Glücklich macht das alles kein eine flaus aus: al was ik van de toren van Babel gelazerd en had ik op weg naar beneden elke verdieping geraakt met mijn krakend onderkaakbeen: soit. Dat ik dan tandeloos wauwelend ter Aarde zou neder gestort zijn en op slag voor altijd werkeloos wezen moest, behalve misschien een krampachtig verschijnen in een Paul de Leeuw-show, laat op de avond als niemand het ziet: dit is hoe het heet om van schande te sterven. Dus, ja, sorry. Mocht u inmiddels nog steeds geen idee hebben, dames en heren: dat blijkt wel. Echt, uit alles.
  12. Demion

    De Bende van Klaas V.

    De Bende van Klaas V. Ze hebben vannacht een uur van mijn tijd gestolen. Zeker, dat krijg ik straks aan het eind van de zomer wel weer terug, maar wie weet of ik dan nog leef, hm? En toegegeven, vannacht rond het tijdstip van de eigenlijke besteling lag ik toch hevig geïntoxiceerd op mijn tweezitsbankje in dromenland te wezen, dus veel eraan gemist heb ik niet, maar dat alles doet niet ter zake: diefstal is diefstal. Ik weet niet zeker wie de dief was, maar een geniepigerd moet het geweest zijn. Daar ik, zoals dat een waar poëet betaamt, geen cent heb om mijn achterste mee te bekratsen, besloot die sneaky sluiperd dan maar datgeen van me te stelen wat mij het waardevolst van alles is: mijn door God of welkander hoger of verzonnen wezen dan ook gegeven tijd op deze Aardbol. Hoeveel dagen, uren, minuten en seconden het ook nog moge zijn, ware het nog tweeënveertig jaar of ware het nog zestien dagen, mijn tijd is mijn tijd! Al dan wel te niet geïntoxiceerd en vrolijk dartelend door dromenland, verschiet ik zomaar opeens van uur. Het zou toch schandalig moeten wezen. Of vindt u soms van niet? Hoe diep triest en welhaast om eens een stevig potje ouderwets te grienen het heden ten dage met de jeugd van tegenwoordig en de maatschappij in zijn algemeenheid wel gesteld is blijkt wel uit dit ene schokkende feit: dat men een arm en verward en reeds lang aan lager wal geraakt dichter en auteur van vreemde kronkels die in zijn armzalig wankelend krot van een Aards bestaan al alles is verloren wat men zoal maar verliezen kan, de liefde, overgewicht, familie en vrienden, zijn beurs met nog best veel geld er in, zijn geestelijke gezondheid en zelfs zijn wàlkman, dat ze zulk een onbenijdenswaardig en meelijwekkend voortstrompelend wezen dan ook nog van zijn tijd moeten beroven, het is abominabel, het is deplorabel en het zou niet motte magge. Aasgieren, dat zijn het. Tijdpikkers. Krapuul! Ze probeerden vannacht een uur van mijn tijd te stelen. Ik heb daarop de klok uit het raam gemieterd. Coole reactie, vond ik zelf, totdat even later bleek dat mijn zware antieke klok een nogal verpletterende indruk had achtergelaten op het broze schedeltje van de kat van de buren. Arm dier. Zijn tijd was gekomen. Ach ja, dacht ik. Tijd van leven. Had ik alle uren reeds verkwanseld aan laveloze dagdromerijen en zinloos literabel geleuter toch maar aan iets nuttigs besteed, dan had ik pas echt een saai leven gehad. En morgen, dan zou ik zomaar door een bus overreden kunnen worden. Pardoes: splet. Niet dat ik daar nu met stel en sprong op zit te wachten, maar ik bedoel maar: het kan. Dus waarom je druk maken? Precies. Nergens om. Laat het los, go with the flow en relax. De zomertijd is begonnen.
  13. Demion

    Drabbelig

    It's good to be back.
  14. Demion

    Drabbelig

    Drabbelig Ja hoor. Nòg meer drugs gebruiken. Ik kan het u helemaal tot hier horen denken. Welk een affreus rumoer. En normaliter, toegegeven, zou ik u daarin volkomen gelijk geven. Een ei is nu eenmaal geen ei zonder dooier, laten we daar gewoon eerlijk in zijn. Maar vandaag, nee, nu even niet. Tot in de dubbele puntjes geïmpregneerd met exotische substantiteiten en weldra haast panklaar, dan heb ik niet meer veel nodig. Dan gaat het nog maar in kleine beetjes. Het langdurig effect van het middel, dat wat gewaar wordt ervaren, is iets dat gekoesterd moet worden als de tere bloem die zij is. Geef haar teveel en u krijgt alleen maar een dikke kop. Geef haar te weinig en het geheel dooft uit als een nachtkaars. En dan? Dan is u nuchter, en dat is nòg erger. Maar geef haar precies genoeg en u verkeert dagenlang op het scherpst van de snede in dimensies en vreemde plaatsen waarvandaan nog niet eerder een levende ziel is wedergekeerd. Van z'n lang zal je leven niet. Dat klinkt wellicht een weinig melodramatisch, doch gij weet: schromelijk overdrijven, dat is mijn vak. Gelukkig wel, want zou het maar een rare hobby zijn. Hoe dan ook, wat ik maar zeggen wilde: fascinerend! Echt eindeloos, man. En ik meen hier niet te veronderstellen dat mijn op heden wat dungerekte bewustzijnsvermogen zelfs met enige moeite in staat zou zijn ten volle te beseffen wat die woorden daadwerkelijk betekenen. Dat zou apekool zijn. Neen, slechts binnen de beperkte reikwijdte van de instrumenten die mijn persoontje daartoe tot zijn charmante beschikking gesteld heeft gekregen door Moeder Natuur en Vadertje Rationale zullen de onscherpe contouren van een half doorwrocht concept zich uit een murky achtergrond weten los te wurmen, een onmeetbaar kort moment van bestaan kennen om dan, even plotsklaps als zij uitgebraakt werd ook weer weg te zinken in dat duister slijmerig moeras van een onderbewustzijn, de plaats waar de monsters leven. Maar daarover later meer. Voor dit moment volstaat het eenvoudig te zeggen: murky? Ja, wel degelijk. Afgeleid van troebel, en obscuur. Geen zuivere koffie. Drabbelig. Van die rasechte Colombiaanse, puur en onversneden in zijn rauwe vorm: de koude boon. Groen en onverschillig, hard en bitter tot op het bot. Pas na een zacht en liefdevol roosteren en het daarna bruut verpulveren en met kokendheet water overgieten teneinde dat bitterzwarte vocht tijdelijk in een mok of beker of iets dergelijks te deponeren om het dan spoorslags achter in uw hunkerend keelgat te kwakken waar het als een hete lavastroom van suiker en cafeïne zich door uw slokdarm een weg baant, helemaal naar beneden, waar het aldaar aanbeland zich nog eens genoeglijk aandoenlijk door uw darmkanaal verspreidt, als een klein thermonucleair apparaatje: poef... En u wordt wakker. Die alhaast ingesleten verzameling neuronen onder uw schedeldak begint alras wat rapper te vonken, psychotronische netwerken worden in- en doorgeschakeld en traag maar gestaag wordt het wat lichter achter uw ogen. Nog even en u mag van een voorzichtig functionerend bewustzijn spreken. Daglicht en geestlicht smelten samen en een nieuwe dag is aangebroken, vol van hoop en nieuwe kansen. Wat zullen we eens gaan doen vandaag? Laten wij ons diepste dromen waarheid worden? Openen wij welwillend ons hart en ons huis om onze in hoge nood verkerende medemens met zijn psychosomatische symptomen, zijn complexe trauma's en zijn vuile klauwen zomaar aan onze piano te laten zitten? Of aan de ontbijttafel? En waar is het tafelzilver? Neen, ik zeg u! Sta stram, gij prutser, recht dat iele kippenborstje zo ver als nog mogelijk is en haal eens piepend adem, dan weet u meteen weer waar het om draait: chronische bronchitis en de noodzaak van frisse lucht. Vroeger sprong u er gaten in, nu krijgt er geen genoeg van. Dat is de ware kern van het Zen-logisch redeneren: alles hangt altijd samen met iets anders. Ook al lijkt dat op het eerste gezicht vaak niet zo, als u maar lang en obsessief genoeg zoekt vindt u altijd wel een wijze waarop u punt A en plan B op geheel nieuwe en unieke manieren met elkaar in verband kunt brengen, derhalve verse connecties en verbindingen aangaande op een niveau waar dat voorheen nog niet bestond. Nieuwe inzichten dienen zich aan en plots ziet u de wereld in een heel ander licht. Een vreemde en haast buitenaardse zalmroze gloed, zachtjes en bedorven pulserend. Alsof het ademhaalt. Alsof het verdomme lèèft. Pure Tjakka, man. Zonder blozen of omzicht.
  15. Demion

    Van geluk word je blij

    Van geluk word je blij Dat we met z'n allen zo gelukkig lopen te wezen, lees ik ergens. Ons landje zou tot de gelukkigste ter wereld behoren, zo staat er. Nou, dat dacht ik dus even van niet! Ik weet natuurlijk niet zeker waar ze die onzin nu weer vandaan verzonnen hebben, met al dat nepnieuws van tegenwoordig weet je dat ten slotte maar nooit, maar het is je reinste kolder. Lariekoek! De plank volledig misgeslagen en derhalve kant noch wal geraakt, heren en dames nieuwsberichtenmakers. Sta mij toe dat eens fijntjes van zijn windsels te ontdoen, mits het u believen mocht. Niet dat daarvoor perse uw goedvinden vereist is, maar komaan, het is een druilerige maandagmiddag en u had toch even niets beters te doen. Laten wij ten eerste eens met een open oog kijken naar de landen zoals die ons omringen, daar hoog in de top van dat lijstje. IJsland, om maar iets te noemen, of Zweden. Al wat men in IJsland nodig heeft om gelukkig te zijn is een iglo, een vishengel en een vliegticket naar het dichtstbijzijnde vasteland. En Zweden? Tja. Ik begrijp dat land niet. Ik begrijp die mènsen ook niet. Met hun knuggenbrötten, hun haltenvätten en hun oeverloze kneutjeutelgefröter. Kom op zeg. Daar lusten de honden toch ook geen bröt van. Dus om nu perse daarmee vergeleken te willen worden, het lijkt mij niet iets dat met al te veel enthousiasme geambieerd zou moeten worden. Ten tweede: meer dan een miljoen mensen gebruiken antidepressiva, in dit landje van ons. Hun aldus met een chemische roze bril overtrokken visie aangaande hun eigen al of niet gelukkig zijn dient derhalve met enige korrels zout tegemoet te worden getreden. Dan zijn er nog de Groningers, en hun verzakte huizen. Dat zijn geen blije mensen. En hier, in mijn mooie Limburg, hier wonen alleen nog bejaarden. Of die gelukkig zijn is niet zo belangrijk, die zijn straks toch dood. Dat hoeft, had ik zo gedacht, trouwens niet het grote probleem te zijn dat Den Haag er graag van maakt: ik stel voor als straks ook de laatste oude van Limburgse dagen zijn pijp aan Maarten heeft gegeven van heel de provincie èèn groot natuurpark te maken, met mijzelf als beheerder. Admiraal Simonus, zoals ik dan zou heten, en ik zou een goed en rechtschapen beheerder zijn. Niet dat ik ooit enige bijdrage heb geleverd aan ons strijdkrachtapparaat, maar koning of keizer vond ik zo alledaags. Elke flapdrol kan een troon bestijgen, maar admiraal, dat wordt je niet zomaar. Tenminste, ik niet. Maar dit alles terzijde. Blijft over: jullie daarboven. De Randstad. Of ze daar gelukkig zijn, in die heksenketel? Ze zeggen misschien van wel, maar ik kan het me eigenlijk niet voorstellen. Ze hebben daar fietsfiles. En gewone files. En uitzonderlijke files. Dagelijkse files. En drukke files. Eindeloze files. En Paul de Leeuw. En het leuke is: die paar stonede zuipkeetjongeren die nog in de uitstervende achterlanden gebleven waren komen straks ook nog en dan barst heel dat chaotisch krakelend mierennest waarschijnlijk voorgoed uit zijn voegen en dendert de hele santenkraam zo de plomp in. Dat zou een mop zijn. Maar gelukkig? Ik betwijfel het. Tot slot nog even dit: die buitenlanders. Het moet nu maar eens hardop gezegd: het begint de spuigaten uit te lopen. Jawel. Laten wij eerlijk zijn. Wij kunnen niet van geluk spreken zonder die verrekte buitenlanders. En niet alleen dat het dus die gaten echt uit klòtst onderhand, maar het worden er ook nog steeds mèèr. Eerst waren het er enkele duizenden, later werden het tienduizenden en inmiddels zijn het er al meer dan zeven miljard! Een getal zo groot, daar kan de gemiddelde mens met zijn hoofd geen greep op vatten. Maar dat het veel is, is evident. En: ze zitten potdorie overal! Waar je ook kijkt: overal buitenlanders. Zeeën van mensen. Doch vreest niet, waarde lezer, ook dit struikelblokje meen ik van een passende oplossing te hebben voorzien. Het is nochtans heel eenvoudig: daar onder meer het internet en de steeds rapper voortschrijdende techniek onze grenzen en taboes verder laten vervagen en straks elke uithoek van de Aarde met de snelheid van het licht met elke andere is verbonden bestaan er dan eigenlijk geen buitenlanders meer, maar zijn wij allen slechts nog èèn volk: de Gaianen. En dan woont niet alleen wij rijke Hollanders, maar iedereen in het paradijs.