Demion

Members
  • Aantal bijdragen

    95
  • Geregistreerd

  • Laatst bezocht

Alles door Demion geplaatst

  1. Demion

    Het Salamander Complex

    Ik word wakker. In plaats van mijn gebruikelijke geest is er een blank licht en een naam: Zeno. Dat ben ik. Ik ben Zeno. De volgende vraag die zich met kracht opdringt is: waar ben ik? Er is wit licht. Ik knijp mijn ogen een beetje samen en het witte licht trekt zich wat terug en vervormt tot aluminium roosters met helwit zoemende tl-buizen er achter, zo'n drie meter boven mijn hoofd. Huh? Tijd. Complexe wereld. Onhandelbare begrippen. Verwarring. Onzekerheid. Angst. Verloren. Koud. Alleen. Ik word wakker. Ik ben Zeno. De aluminium roosters boven mijn hoofd laten hun ongenadige licht permanent op me neerstralen, dat weet ik nu. Denk ik. Er is hier... geen tijd. Ik lig ergens op, maar ik kan mijn hoofd niet bewegen. Ik voel mijn lichaam, het is er, helemaal, en het voelt prima, er is geen pijn of iets anders, maar ik kan me niet bewegen. Enkel mijn ogen kan ik naar wil openen en sluiten, maar het beeld is altijd exact hetzelfde: aluminium roosters en helwit licht. Er is ook een geluid. Ik weet niet hoe lang het geduurd heeft voordat dat geluid überhaupt tot mijn lege geest doordrong, want tijd is iets... rubberachtigs geworden. Iets slijmerigs. Iets... verkèèrds. Hoe kan tijd nu verkeerd zijn? Er zijn vage beelden. Schimmen van taferelen flitsen soms ongrijpbaar snel langs de onderkant van mijn bewustzijn. Beelden. Plaatsen. Een leven? Mijn leven? Ik weet het niet. Het enige wat zekerder is dan ooit iets zeker heeft kunnen zijn is mijn naam: Zeno. Dat is, in deze nachtmerrie van wit licht en tijd, een rotsvast anker van warmte en troost: het drijft als een weldadig eiland voortdurend in het midden van de kern van mijn wezen, zo zeker als god, zo vast als een huis. Dit zelfbegrip van zijn is wat voorkomt dat mijn geest volledig zou oplossen in deze lege stille witte hel. Waar ben ik, in godsnaam? En wat, oh hemelse herder, wat hebben ze in godesnaam met me gedaan? Tijd. Vloeibare rivier van aaneengesloten complexe vortex van altijd maar voortdurende kraakheldere ervaring. Het eeuwige nu. Dit is het Salamander Complex. Ik word wakker. Ik ben Zeno. Er is iets verandert. Ik merk het onmiddellijk. Ik open mijn ogen. Roosters. Licht. Geluid. Maar... ook iets anders. Een... sensatie. Een gevoel. Mijn geest worstelt. Ik heb geen begrippen meer. Alles is leeg. Ik ben enkel Zeno, en mijn wereld is wit licht. Maar nu... Wind, zegt mijn geest opeens, en het woord is als een bevalling, als de allerèèrste bevalling, want het is naast 'ik ben Zeno' het eerste andere... begrip, idee, concept, dat opduikt in mijn geest in wat wel eonen van tijd en onbeschrijflijke stilte en gruwelijke lege hel van wit licht geweest hebben moeten zijn. Wind. Maar... nee. Geen wind. Iets dicht bij wind. Mijn geest worstelt. Bries? Mijn lippen vertrekken opeens en de sensatie verpletterd mijn geest bijna met zijn plotselinge zinderende aanwezigheid in mijn tot nu toe volledig lege bestaan. Ze vervormen in een welhaast weldadige manier naar bòven en mijn geest produceert, bijna als een blikseminslag: glimlach. Dit haast onbeschrijflijke gevoel van licht geluk om iets kleins en prachtigs verlicht mijn geest op een niet te bevatten manier; ik sluit mijn ogen en verdwijn. Onbeschrijflijke golven van goudwit licht voeren me mee langs het ene ongelooflijke hoogtepunt na het andere. Waar ga ik heen? Hoe is het in godsnaam mogelijk dat elke volgende seconde die ik ervaar in dit zalig voortvloeien van die heerlijke rivier van tijd die mij al zolang als ik me herinner te bestaan met zich meevoert, vooruit naar de toekomst maar altijd in nu, hier is het eeuwige nu, elke volgende seconde die ik ervaar in dit zalig bestaan, nog bèter is dan de voorlaatste? Ik sluit mijn ogen en verdwijn. Ik word wakker. Ik ben Zeno. Een licht briesje waait over mijn buik. Dà t is de nieuwe sensatie die ik ervaar, direct gevolgd door de nieuwe sensatie van een glimlach die heel mijn hart en wezen verwarmt, een simpele glimlach om tegelijkertijd zowel het woord 'briesje' als de bijbehorende bijzonder prettige ervaring van een warme lichte bries over je buik. Ik kan me bewegen, flitst als een donderslag door me heen. Ik weet niet hoe ik dat weet, maar ik weet met een krachtige flits van intuïtieve zekerheid dat het waar is. Opeens word ik bang. De lege witte hel die, besef ik nu opeens, iets krijgt van 'achter me liggen', laat zijn helse ijskoude greep op me los en ik besef wat er misschien wel voor me ligt: vrijheid. Maar wat... wat is er, daar... daar bùiten? Wat is dat eigenlijk, buiten? Ik was ooit... niet hier. Dat heb ik geweten. Ik was ooit... niet-Zeno. Ongrijpbare wielen van tijd wentelen als universa van stilte en ruimte voor me langs en ik sluit mijn ogen en verdwijn. Ik word wakker. Ik ben Zeno. Er zijn roosters en er is wit licht en er waait een lichte warme bries over mijn buik en ik glimlach weer en dat voelt goed. Ik kan me bewegen, weet ik nu. Ik doe een snelle check en ervaar dat mijn lichaam nog in zijn geheel bestaat: daar zijn mijn handen en voeten en dit is mijn hoofd en mijn aangezicht, zo vertrouwd. Ik ben ik. Toch? Voorzichtig stuurt mijn geest een signaal naar mijn hand, en mijn hand... beweegt. Even. Een kort rukje en dan weer stil, maar mijn hand beweegt. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst iets anders dan mijn oogleden heb kunnen bewegen in... onmogelijke wielen van tijd. Mijn geest huivert even voor zoveel immense eonen, en trekt zich dan weer terug in zichzelf. Mijn lichaam rilt, opeens. Een weldadige trilling, een tinteling van wat niet anders te omschrijven valt als lèven begint opeens in mijn voeten en werkt zich op een allerprettigste manier langs de huid van mijn benen omhoog en omvat dan heel even heel mijn kruis als een stille geliefde en tintelt dan verder door mijn buik en mijn borst en verwarmt dan mijn hals heel snel en bereikt dan mijn hoofd en explodeert daar volledig en ik sluit mijn ogen en verdwijn. Ik word wakker. Ik ben Zeno. Ik open mijn ogen en kom overeind. De ruimte waarin ik me bevind is inderdaad zo'n drie meter hoog. Ik heb al die tijd gelegen op een stalen tafel. Ik zit nu op de rand ervan en kijk om me heen. Ik ben gekleed in een volledig witte overall van een prettig aanvoelende warme zachte stof. Mijn voeten zijn gehuld in witte slippers. De stalen tafel staat in het midden van een grote achthoekige ruimte die naar boven toe wat smaller wordt en eindigt in die gruwelijke roosters. De wanden lijken bekleed te zijn met effen stalen platen, maar mijn ogen en mijn geest hebben moeite veel te onderscheiden in die eindeloze waterval van helwit licht. Recht voor me uit steekt uit de anders zo effen wand een paneel een centimeter of twee naar binnen. Dat brengt het briesje voort dat mij... nou ja, gewekt heeft. Ik sta op. Ik zet mijn voeten voor me neer op de stalen vloer en duw me met mijn handen een beetje af van de stalen tafel en dan sta ik overeind en alles voelt gewoon helemaal prima en vertrouwd. Ik ben Zeno en ik zet een stap vooruit en strek mijn arm en mijn vingers krommen zich om de rand van de plaat die een beetje open staat en ik trek en het paneel opent zich nog verder. Ik ben Zeno. Dit is mijn wereld.
  2. Jep, ik heb al eens getript op Datura, of Doornappel, zoals het ook genoemd wordt, en ik kan bevestigen wat er over gezegd wordt: scary shit, lol... Ik moet er bij vermelden dat het al lang geleden is dat ik dat geprobeerd heb en dat de omstandigheden waarin ik dat deed allesbehalve ideaal waren. Ik kreeg destijds van iemand een plastic zakje vol groene blaadjes, met de mededeling: 'eet op, wordt je stoned van!' en ik, idioot die ik destijds nog was, deed dat ook nog. Het resultaat was er ook naar: ik heb getript als een dolle, maar niet bepaald prettig: van het grootste deel van die dag ben ik de film volledig kwijt, en aan het einde ervan vond ik mezelf terug ergens midden op straat, alleen nog gekleed in een spijkerbroek. Ik werd door de politie naar huis begeleidt... Ik heb het daarna nog twee of drie keer gehad, en daarvan liep het nog èèn keer helemaal uit de hand. De beide andere keren waren wel leuk, maar heftig. Het probleem van doornappel is dat het niet of nauwelijks te doseren is: elke plant is weer anders in de hoeveelheid werkzame stoffen die er in zitten, en dan verschilt het ook nog eens wat je er mee doet en welke delen van de plant je eet, of rookt, of thee van maakt, met als gevolg dat je al snel teveel werkzame stof binnen krijgt (atropine, onder andere, een naar goedje...) Kort samengevat: niet aan te raden, zeker niet voor de beginnende psychonaut, en als je het toch gaat doen: zorg dat er een nuchter iemand bij je blijft... Vriendelijke groet, Demion
  3. Demion

    Woensdracht

    Allereerst: dank voor de complimenten, Tomasio en Voyager! Op de tweede plaats gebied de eerlijkheid mij te zeggen dat bovenstaand verhaal eigenlijk minstens drie inspiratiebronnen heeft: ten eerste een droom die ik afgelopen week had. Het eerste deel van het verhaal gaat daar zo'n beetje over. De rest van het verhaal is deels geïnspireerd door een waanzinnig trippy scene uit de film 'Ant-Man'. Ik wil geen spoilers geven, maar de scene vindt plaats tegen het einde van de film en maakte diepe indruk. Gaat dat zien, een aanrader wat mij betreft. De rest van de toch wel negatieve toon van het verhaal vloeit niet voort uit een slechte trip-ervaring (want die heb ik eigenlijk nooit, ), maar uit een paar dagen van wat slechter humeur, voortkomend uit persoonlijke omstandigheden. Dat alles in combinatie met toch wel serieuze hoeveelheden truffels die ik eigenlijk al weken aan het snoepen ben, plus de nodige joints daarbij, maakt dat ik zulke verhalen schrijf. Kort samengevat: bovenstaande is niet zozeer een trip-report alswel een 'droom-trip-verwerkings-verhaal'. Of zoiets. Hoe dan ook, ik had zelf bijzonder veel plezier in het schrijven er van en wilde dat mijn lezers niet onthouden. Vriendelijke groet, Demion
  4. Demion

    Woensdracht

    Donkerheden drijven onder me langs als alles langzaam afzakt, wegzakt, wegdrijft, voor me uit, ongrijpbaar, voor altijd net buiten bereik, ik zal nooit werkelijk vrij zijn, maar dan: wat is er nog werkelijk? Wat is er nog echt in deze wereld van glasheldere dromen en een messcherpe richtlijn die je om een of andere reden altijd maar blijft ontglippen, als een glibberige vijand die nèt onder je huid voortkruipt, jeukend, kratsend aan de bodem van je dorre schedel, knettergek wordt je ervan. Dan word je door onbekende krachten meegesleurd in een angstwekkend labyrint van nachtmerrie-achtige landschappen en donkere tunnels waarvan de wanden bestaan uit angsten en visioenen, totdat je de diepe bodem bereikt waar je verdwijnt, wordt opgeslokt door een monsterachtig diep zwart gat waar je volledig in verdwijnt en verwordt tot helemaal niks en je schrikt je kapot èn wakker want het is maar een boze droom, je ligt hier midden in de nacht helemaal alleen op je kleine bankje met je knieën opgetrokken en je bent net wakker geschrokken, het is half drie 's nachts en donker en koud in je kleine kille kut-appartementje, waar alles oud is en scheef en versleten, verròt godverdomme. Wat is dit toch voor een achterlijk leven, waar regels onbegrijpelijk zijn en mensen voornamelijk bang en stom? Waar moet ik naar toe? Wie ben ik, in godsnaam? Ik blijf maar voortstrompelen door dit oerwoud van herinneringen en bedrog, achtervolgd door oude dromen en leugens van weleer. Zoveel vermogen, zòveel kracht dat ik nog eens uit mijn eigen voegen barst, explosief voortstampend over steeds gammeler bruggen, woeste wateren die onder me voortdenderen, willen me opvreten en uitkotsen, me vermalen tot stof. Waardeloos is elke droom tot nu toe gebleken, gemaakt van broze botjes en bloederige onvolgroeide stompjes, armlastig zichzelf voortsleurend door dit moeras van stront en kots. Gedoemd tot sterven en wegrotten op de bodem van deze walgelijke soep van dampend en bijtend zuur waar het zich nu nog amechtig hijgend en wanhopig doorheen sleurt, op zoek naar ook maar de kleinste glimmer van hoop, maar er is niks te zien in deze verrotte dode wereld. Niks dan dode lichamen. Lege dromen. Totale wanhoop. Dit is de hel. Waar ben ik gebleven? Wat is er gebeurt? Wat heb ik gedaan? En veel erger nog: wà t wil ik gaan doen? Onbeschrijflijke dingen. Gruwelijke geheimen borrelen op, maar ik versla de monsters, ik lach ze uit, recht in hun godverdomde bakkes, ik stamp ze kapòt verdomme, ik blijf doorstampen tot er niks meer overblijft dan een dampende pulp van bloed en stront en darmen en stukken bot en hersens. Waanzinnige geesten lachen me uit en sleuren me mee aan ijskoude kettingen die m'n huid doen scheuren, mijn naakte vlees wordt onbekommerd voortgesleept over de straat, en er is helemaal niemand die het ziet, ik ben totaal alleen. Er komt geen eind aan deze eindeloos voortgaande nachtmerrie van aaneengesloten marteling en gruwelijke pijn, ik blijf maar schreeuwen maar het helpt niet, het wordt alleen maar erger en erger, altijd maar erger, ik scheur mezelf uiteen en de wereld vervalt in barsten en scheuren en ademloze pijn. Nachtmerrie volgt op duistere nachtmerrie, de een nog desolater dan de ander, bleke botten van dorre grapjes uit een verstoft verleden, er is alleen nog maar as, as en droge stof. Deze wereld is gemaakt van eindeloze dorst, wanhopig schreeuwend naar water, maar verzuipend in grijze slepende rivieren van kruipend ongedierte. Oh God, red mij, ik ben niks. Universa van eenzaamheid glijden in een onmogelijke stilte voorbij in een dans van eonen, tijd en ruimte zijn functieloze abstracten geworden, er zijn geen woorden om deze nooit eindige caleidoscoop van wentelende ervaring op ervaring ook maar te benaderen, termen en begrippen dartelen ongrijpbaar voort, denderend als blokken rots zo groot als een huis, je wordt vermorzeld onder de voortploeterende niets ontziende krachten van je eigen monsterachtige dromen, dromen van smerige seks in stinkende krochten waar alleen de allerlaagste levensvormen zichzelf slijmerig en trekkend komen vermeerderen, de wereld verrottend met hun achterlijke aanwezigheid. Wat is dit voor een goor stinkend moeras? Waarom heb je me in godsnaam hier naar toe gebracht, jij idioot? Wat moet ik hier doen? Hier valt niks te vinden, niks te halen, alles is hier al geweest, en ik? Ik ben zoals altijd te laat, te laat voor alles. Ik verstop me in dit onzichtbare netwerk van digitale schijn, ik ben onvindbaar, wie komt me halen? Niemand, dat is wie. Ik wis mezelf uit, ik kwijn weg in dit eindeloze oord van net gemiste kansen, ik zit er altijd naast. De werkelijkheid begint uit het spoor te lopen, de wereld wankelt en ik grijp me vast, maar er is niks en ik val, ik val steeds sneller en er is geen redding en ik stort maar neer, dit is het werkelijke einde.
  5. Demion

    Jep. Waardig. :)

    https://www.facebook.com/permalink.php?story_fbid=1518241005166766&id=100009426422684
  6. Demion

    Fuck Descartes

    http://www.cj.nl/venlo/stuw-in-belfeld_917b3cbd7.html Zie daar, Voyager...
  7. Demion

    Fuck Descartes

    Dank je, Voyager!
  8. Ik denk dat dit eindeloos fascinerend is om te lezen, de hele discussie en zeker die uitgebreide experiment-beschrijving, hulde!
  9. Demion

    Mindfuckfilms

    Wellicht niet perse films om te zien wijl onder de invloed van truffels of welk ander middel (of misschien ook juist wel...) maar 'mindfuck'-films? Ik dacht het wel. http://www.imdb.com/title/tt0123755/?ref_=fn_al_tt_1 http://www.imdb.com/title/tt0074486/ http://www.imdb.com/title/tt0067893/ http://www.imdb.com/title/tt0094625/ Er zullen me er vast nog wel meer te binnen schieten. Tot die tijd: have fun.
  10. Sodeju, Voyager! Ik heb met grote ogen en een brede grijns van zowel herkenning als plezier zitten lezen! Helemaal geweldig, dank je. Groet, Demion
  11. Jep, helemaal mee eens. Goed geschreven!
  12. He Voyager, Goed verhaal! Duidelijk omschreven, ondanks de wat minder duidelijke omstandigheden, zeg maar, lol... Ikzelf heb nog geen ervaring met Hollandia, maar toeval wil dat ik die nog in de koelkast heb liggen, ik zal er binnenkort nog wel iets over schrijven. Ik ken de ervaring die je deelt wel een beetje, maar niet met truffels: ik heb ooit, lang geleden, een aantal keer met doornappel geëxperimenteerd, en dat heeft minstens èèn keer een vergelijkbare ervaring opgeleverd als die jij hier beschrijft. Ik heb dat toen ook niet als echt prettig ervaren: het gevoel geen controle over jezelf of je ervaring te hebben vond ik niet prettig. Wat wel of niet eten betreft voor of tijdens een truffeltrip, ik heb het allemaal al gedaan: wel gegeten van tevoren, op de lege maag, tijdens de trip wel en niet gegeten, het ging tot nu toe allemaal prima. Ik denk dat het voor iedereen anders is: je moet gewoon zelf bepalen wat goed aanvoelt. Veel reisplezier nog! Vriendelijke groet, Demion
  13. Demion

    Fuck Descartes

    Fuck Descartes Tja. Want, wat moet je anders, en zo, weet je wel. Geen verbinding. Wel weer tv, dat wel. Digitenne. Dus nu is er dezelfde krep op als voorheen, maar dan in digitale beeldkwaliteit. Helaas resulteert het digitaliseren van bagger simpelweg in digitale bagger, dus daar schiet ik niet veel mee op. 'You can't polish a turd' zeggen ze in Amerika. Alhoewel Adam en Jamie dan weer het tegendeel daarvan bewezen hebben. Niets is zeker in de wereld. Maar goed ook. Je zou je dood vervelen. Dus, aangezien ik nu eenmaal graag en volgens sommigen ook nog best aardig schrijf, is dat, naast lekker veel door de heuvels wandelen en de nodige joint roken en af en toe wat lezen en veel op het balkon en langs de Maas zitten, zo'n beetje het enige wat overblijft, zeg maar. Waarover dan? Wel, dit bijvoorbeeld: Conscious awakening Een tijdje geleden ging ik 's morgens wandelen, op een van de vele stralende dagen van die mooie week. Ik liep het groen aan de voet van de heuvels hier in en liep daar wat om me heen te kijken naar de eindeloos in de wind heen en weer draaiende blaadjes aan alle grote en minder grote bomen en struiken en bloemen en planten en kruiden en grassen om me heen, toen ik daarin, en meteen daarna ook in de kleine rivier die hier zacht schitterend onderdoor stroomde, het ritme meende te herkennen waar ik eerder deze week ook al aan de Maas naar had zitten staren, toen, net als nu, begeleid door mijn eigen stomende soundtrack van stampende bassen in mijn hoofd: alles trilde en vibreerde en bewoog en danste en golfde op zijn eigen volkomen automatisch voortvloeiende zacht vriendelijke ritme heen en weer. Waar ik ook kwam, ik zag het overal. Als ik thuis op mijn bankje zat zag ik het aan de drie grote dennenbomen die van daaruit mijn uitzicht bepaalden, in hun vrolijk heen en weer dansende naalden, flitsend van blauw naar grijs naar wit en weer terug, eindeloos heen en weer wiegend in de weldadig warme middagzon. Ik liep dat zo'n beetje te overwegen allemaal, toen mijn blik omhoog gleed, naar de staalblauwe hemel. De wind en een vrolijke wirwar van wat nu lichte dunne wolken danwel vliegtuigstrepen waren, ze waren bezig de hemel vol te tekenen met prachtige lange en bijna etherisch dunne grote golfslagen en veer-achtige dingen. Het leken wel... vleugels. Ik bleef staan en keek nog eens goed. Jawel: terugkijkend in de richting vanwaar ik gekomen was strekte zich links en rechts boven mij in de lucht twee enorm grote vleugel-achtige wolken uit in lange sierlijke witte luchtige golvende krullen. Het was ongelofelijk. De linkervleugel was dik en wollig, de rechter verfijnd en etherisch, beide kilometers lang en samenkomend recht boven mijn hoofd. Als ik me omdraaide en me voorstelde dat ik vanuit een satelliet naar beneden zou kijken zou ik mezelf zien staan met twee enorme vleugel-achtige wolken die zich links en rechts vanuit ongeveer mijn positie kilometers ver over het landschap uitrolden. Ik ben geboren in een van de vele dorpen aan de Maas, een x aantal jaren geleden. Als kind heb ik veel langs de Maas gezeten, langs de Maas gespeeld, langs de Maas naar de eindeloos traag voorbij stomende rijnaken gekeken, de een nog groter en indrukwekkender met zijn zware dieselmotoren door het water dreunend dan de andere. We woonden vlak bij een stuw, en dat was nog veel geweldiger: als jochie van zeven of acht op een van je eerste fietsen samen met je broers en ouders op een regenachtige zondagmiddag ergens achter in oktober naar de stuw fietsen. Langs de op de brede oever van de oude rivier liggende doorlopende weg lag een fietspad, en van daar liep een korte steile helling van stroef beton naar beneden, naar de stuw. Het uitzicht, het lawaai van het vrolijk meters omlaag stortende water, de indrukwekkende grote zich eindeloos na elkaar vormende serie draaikolken die vlak voor de stuw dreigend en woest heen en weer kolkten, en dan je vrolijke vader die het verhaal opdiste dat in dat wilde water zelfs de allerbeste zwemmer nog verzuipen zou. Dan stond je daar als klein jochie met twee handjes stevig aan de dikke koude ijzeren buizen van het hek dat de rand van het hoge beton markeerde met nòg wat grotere ogen naar al dat watergeweld te kijken. Ge-wel-dig. En mijn oudste broer maar zeuren: “mà -ham... het is koud!†Mijn ouders waren toen nog een stuk jonger dan ze nu zijn en ze stonden op die prachtige zondagnamiddag vrolijk met elkaar te flirten. “Zeur niet en ga spelen!†riep mam opgewekt en niet half geboeid, en keek m'n vader weer in de ogen. Verveeld ging oudere broer dan maar weer wat aan het hek hangen. Mijn jongste broer en mijzelf hoefde je dat überhaupt niet te zeggen: hij en ik waren al lang terug de helling opgeklauterd, ondertussen onze extra mooie zondagse kleren en schoenen vrolijk en onbezonnen vol smerend met vers nat gras en modder en herfstbladeren, zooi die er never nooit niet uit zou gaan in de was (had je maar moeten opletten, ouders..., op weg naar de grote open hangar daar boven, waar een enorm speciaal gebouwd locomotief-kraan-apparaat stond geparkeerd, alsof een grote staal-met-glas-en-wielen-dinosaurus uit een of andere vreemde science fiction-film was ontsnapt en zich hier bij ons aan de stuw kwam schuilhouden. Dat grote roestige beest van een machine stond daar voor als de oude dame het eens op haar heupen kreeg, door serieuze regenval midden in de zomer of, laten we zeggen, grote dikke pakken smeltende sneeuw in Frankrijk in de late lente, dan kwam die dinosaurus puffend en grommend en ratelend naar buiten schuiven en werden de grote schotten van de stuw èèn voor èèn uit hun houders getild, zodat er nog meer duizenden tonnen water per seconde afgevoerd konden worden. Dat machtige schouwspel heb ik èèn keer mogen aanschouwen. Het was geweldig. De aanstaande kledingramp voor mama vrolijk nog wat verergerend door op de smerige grote rupsbanden van dat monster te klimmen hadden we van daaruit een grandioos uitzicht over de hele stuw en de woest in de wind heen en weer waaiende omgeving. Mijn broertje en ik keken elkaar aan en ik zag dezelfde glimmer: het was geweldig. Toen ontdekte mam ons en ze begon onze namen te schreeuwen. Met de achternaam er bij. Dat was een slecht teken. Die avond zat ik weer aan de Maas. Aan die mooie oude rivier, zoals ze door de prachtige hoofdstad van deze prachtigste van alle provincies stroomt: Maastricht bij nacht. Geloof me: het wordt zelden beter. De zon was ongeveer een uur geleden ondergegaan en het oude van het geld bulkende centrum van Maastricht spreidde op deze koopavond al zijn pracht en praal uit voor de argeloze en minder argeloze voorbijgangers, een eindeloze stroom van voornamelijk rijke goed opgeleide mooie jeugd, studentenvolk van over de hele wereld. Daar tussendoor de immer druk zijnde advocaten en zakenmannetjes en andere snelle jongens, de èèn in een nog dikkere en duurdere patserbak dan de volgende, elkaar afsnoevend en -snuivend, op jacht naar de volgende bonus, de volgende lijn. Lang leve de lol. Op een gemiddelde dinsdagavond kon je in Maastricht op het station letterlijk tegen dezelfde in nauwelijks wat dunne doekjes geklede dames aanlopen als die je op MTV zag langskomen. De Armani's en Rolexen flitsten je links en rechts voorbij. Heerlijk. Wat een wereld. Ik liep daar vanavond vrolijk en stoned wat doorheen te dromen met wat zalig dampende housemuziek op mijn oren, op weg naar die grote trap daar net voor de brug, pal aan de oever. Ik had daar eerder deze week overdag ook al eens gezeten en dat was geweldig. Nu was het zo mogelijk nog geweldiger: er zat in tegenstelling tot een paar dagen terug nu helemaal niemand. De grote trappen waren donker en leeg. Prachtig. Ik liep eerst naar de brug die wat verderop over de rivier lag en wilde op dezelfde plek gaan zitten als eerder deze week, maar ik bedacht me en liep een stuk terug. Daar waar de trappen ophielden en overgingen in gras stonden boven aan de kade wat grote bomen en weinig lantaarns en was het donkerder. Dat beviel me beter. Ik ging helemaal onderaan op de laatste trede zitten. Tussen mijzelf en het langs stromende water was alleen nog een vlakke betonnen plaat. Opgaand in de schaduw was het uitzicht dat zich daar voor me tentoonstelde simpelweg magistraal: links en rechts van mij twee van begin tot eind verlichte bruggen, met aan de overkant het ene in alle kleuren van de regenboog verlichte terras danwel groot luxueus inkijkraam van het dure restaurant naast het andere kostbare exclusieve loungecafé. Aan mijn rechterzijde, zowat tegen de brug aan die kant aangebouwd, stonden twee grote verlichte kantoorgebouwen-of-appartementen. Vandaar naar de andere brug dus al die bars en restaurants, en daar boven uit nog het silhouet van minstens drie verlichte kerktorens. Al die verlichting, al die lampjes, die van de brug en al die ramen in al die kleuren werden nog eens in het vriendelijk voorbij kabbelende water gereflecteerd, waardoor het leek alsof zich in het water gezien vanaf mijn zitplaats een grote stralenkrans vormde van kabbelend eindeloos heen en weer wiebelend zacht en vriendelijk licht dat vrolijk op en neer danste met al zijn kleuren op dat kabbelende water. Ik had de muziek eindelijk in mijn jaszak gestoken en dat was een briljant idee gebleken: nu hoorde ik ook eens de soundtrack die bij dit waanzinnig mooie avondbeeld hoorde: gelach en gepraat en gefladder van vleugels van vogels en vleermuizen, automotoren en mensen die zacht pratend arm in arm voorbij liepen. Een hond die ergens blafte en een andere die antwoord gaf. In de verte steeg een vliegtuig langzaam op. Ergens achter me spelende kinderen. Ze riepen over het water in de richting van de kantoorgebouwen-of-appartementen, en lachten vrolijk als hun eigen echo naar ze terugkaatste. Over de brug croste een pizzakoerier, een bestelbus, een met oranje zwaailampen heen en weer flitsende gemeente-auto. Pratende mensen. Zwijgende mensen. Eindeloze rijkdom. Eindeloze vrijheid. Hier was alles verkrijgbaar. Echt. Alles. Daar zat ik, zo high als maar mogelijk was, wat voor me uit te dromen over stralenkransen en rijkdom, toen ik eens om me heen keek. Rechts van me strekten de duistere trappen zich uit tot aan de brug. Ik keek omhoog over mijn linkerschouder en daar stond een kerk. Van onderuit verlicht door een paar grote natrium schijnwerpers stond ze daar, kolossaal afgetekend tegen de donkere avondlucht, haar torens en spitsen priemend naar de hemel, als om te zeggen: daar... Eerder deze week waren er al die vleugel-wolken Nu bevond zich voor mijn neus die heen en weer kabbelende stralenkrans van licht in dat zacht voorbij stromende water, bekroond met een groot doorlopend juweel van licht in alle kleuren, begeleid door die sprankelende soundtrack, en over mijn linkerschouder die grote verlichte kerk. Ik zat aan de rechterkant van God. Zomaar wat gebeurtenissen van de afgelopen weken. Je zou kunnen zeggen dat ik de ene verbinding voor de andere heb ingeruild. De digitale verbinding de deur uit en er een met het universum zelf voor terug gekregen. Goeie deal, vind ik zelf. Veel getript heb ik ook, de laatste weken. Zou het een en het ander iets met elkaar te maken hebben? Ik heb heb een sterk vermoeden van wel. Psylocybine en marihuana zijn beide stoffen die als geestverruimend bekend staan. Wel, wat er de laatste weken met mijn geest aan het gebeuren is, het is... bijzonder. Ik ben nog steeds bezig het allemaal een plek te geven, maar dat gaat helemaal goed komen. 'Je moet gewoon doorgaan' zei laatst iemand. 'Het gaat allemaal vanzelf' zei twee dagen later iemand anders. 'Veel plezier, maar dat lukt wel, geloof ik' zei weer een ander. 'Goede reis' was een vierde advies dat ik meekreeg, zomaar, ongevraagd. Geweldig. Zet ze op een rijtje en je krijgt een prachtig levensmotto: 'je moet gewoon doorgaan, het gaat allemaal vanzelf', en een allervriendelijkste groet: 'goede reis en veel plezier, maar dat lukt wel, geloof ik'. Prachtig. Of dat je op de bank ligt, op een vrij doordeweekse zaterdagmiddag, een beetje ligt te trippen op een portie paddenstoeltjes die je gratis gekregen hebt, zo van: hier, neem maar mee, en dat er zich dan om je hoofd in alle richtingen een soort mega-veld opent waarin je de gedachten en de wereld en de woorden en alles en iedereen ziet en hoort en voelt en bent en overal en alles tegelijk, en dat alles wordt dan nog eens voortdurend van doorlopend commentaar voorzien van iets dat ik uiteindelijk maar de 'multi-mux' genoemd heb: een in en om zichzelf draaiende miljoenkleurige helix van woorden, maar niet van hèle woorden: het klinkt alsof er steeds de eerste helft van het ene woord aan de tweede helft van het tweede woord is gekoppeld en dat zou onverstaanbaar moeten zijn maar op de een of andere manier is het dat niet en begrijp ik die alleszins à ndere stroom van taal en beschrijving en superlatieven, want dat zijn het uiteindelijk: de ene superlatief aan de andere gekoppeld, eindeloos in elkaar over draaiend en twistend. Dit is de altijd draaiende kern van mijn dichtmachientje zoals het stationair draait, al zijn versnellingen en tandwieltjes soepel en snel draaiend in het warme bad van de olie van mijn verbeelding. Ik hoef als ik wil en zoals ik al vele duizenden keren gedaan heb van die eindeloos draaiende stroom maar even iets af tappen en dan heb ik weer een verhaal of gedicht of ander literair avontuur. De hoogste versnellingen van deze prachtige op de grens van mijn onder- en bovenbewustzijn bestaande bron van eindeloos creatieve energie ben ik nog steeds aan het ontdekken; er zijn er steeds meer... Ik schakel in en word sneller dan de snelheid van het licht meegevoerd in de supernexus zelf, ik ervaar wat het is als de stroom van nieuwe informatie en versnelling en vooruitgang een verticale lijn recht omhoog wordt op de grafiek van de wereld en ik zit er voor een fractie van een fractie van een seconde midden in en dan kom ik weer langzaam bij en ga eens voorzichtig overeind zitten. Sodeju. Hoe laat is het? Vijf uur? Ow, dat valt nog mee. Dan spring ik nog even onder de douche en ren ik nog even naar de winkel. Ik ben verdomme verlicht. Fuck Descartes. Ik ben geen machine. Ik ben een god. Zou op het niveau van de kwantummechanica, die wazige soep van niet gedetermineerde (on)waarschijnlijkheden daar aan de tot dusver bekende 'onderkant' van de realiteit, een link bestaan met mijn danwel ons onderbewustzijn? Zou dat het gebied zijn waar die twee samenkomen en de link leggen tussen de mentale en de fysieke wereld? Creëren wij voortdurend op dat niveau onze eigen fysieke werkelijkheid door met ons (onder)bewustzijn uit die wilde soep van kwantummogelijkheden steeds onze werkelijkheid te 'kiezen'? Waarna we diezelfde werkelijkheid dan een niveau hoger, in ons dagelijkse bewustzijn, als 'vast' en 'daarbuiten' ervaren? Zijn niet onze gedachten, die eindeloze stroom aan beelden en woorden en gevoel en emotie en angsten en dromen en wensen en verlangens en herinneringen in ons hoofd niet net zo vluchtig en soms ongrijpbaar als die in en uit de werkelijkheid tevoorschijn springende quarks en dergelijke? Als er een level zou moeten zijn waarop ik me zulk een verbinding kan voorstellen dan zou het daar zijn. Elke vorm van bewust bestaan is de ultieme trip, en al die vormen samen op èèn planeet, dat is God zelf. Welkom in de kwantumveld-wereld. En dan is er nog de rest van het universum. En wellicht ook nog wel een veelvoud daarvan: het multiversum. Alles beleefd door iedereen tegelijk in het eeuwige nu. En er komt alleen maar mèèr bewustzijn bij op de planeet, elke seconde. Niet alleen komt er steeds meer, het al aanwezige bewustzijn, dat van jou en mij, wordt elke seconde groter en beter en hoger en uitgebreider en dat gaat steeds sneller, zoals het universum zelf, deze versie althans, met een steeds gròtere snelheid nòg groter wordt: iedereen die bestaat en ademt en leeft en zich van zichzelf bewust is gaat altijd en automatisch vòòruit, groeit, ontwikkelt zich, je wordt gewoon elke seconde dat je bestaat bèter, wat je ook doet, wie je ook bent, waar je ook bestaat op de wereld of wat je ook al of niet meemaakt in je leven: het simpele feit dat je bestaat betekent dat je groeit, vooruit gaat, en dus dat je ook, uiteindelijk en volledig automatisch, op dat punt van het 'nu' uitkomt waar dat wacht wat 'verlichting' genoemd wordt. Dat je op het perron zit. Of bij de Hema in de rij bij de kassa staat te wachten. De supermarkt uitloopt. Het maakt niet uit waar, of wanneer, of wie. Of waarom. Niemand weet waarom. Het gebeurt gewoon. Er is een moordenaar op pad. Een psychopaat. Een ijskoude geest. Een holle lege blik in zijn ogen. De vingers van zijn rechterhand in zijn jaszak strak wit geklemd om het heft van een mes. Een stiletto. Verborgen in het handvat, onder spanning staand van de stalen strak opgerolde veer, wacht onder de knop onder zijn duim een vlijmscherp stalen lemmet van vijftien centimeter. Zijn brein kermt als een pad, zoals een van mijn helden het ooit zo mooi zei. Dream on, Jimmy. Hij loopt door het centrum van de stad. De avond is vroeg ingevallen vandaag en het is koud onder de naakte sterrenhemel. Een enkele etalage is verlicht, maar de meeste winkels zijn gesloten. Er waait een kille wind door de lege winkelstraat en je bent op weg naar huis, naar de warmte. Je haalt je foon uit je zak en zet op afstand vast de verwarming thuis drie graden hoger. Er bungelen boodschappentassen aan je stuur. Groentesoep vanavond, lekker zelfgemaakt, en daarna met een hete kop thee op de zetel hangen en tv kijken, lekker. Je knijpt in de remmen voor het stoplicht en hoort je foon 'pling' zeggen. Feesboek! denk je blij, en je vist je foon weer uit je zak om te kijken wie nu weer wat over wat dan ook te zeggen heeft dat je nu meteen zou moeten weten. Het scherm licht op en laat een ziekelijk wit licht als koude melk over je gezicht stromen, dat zich dan vermengt met het felrode led-licht dat uit het stoplicht druipt. Je kijkt even op, ziet auto's het kruispunt oversteken en richt je weer op je scherm. Je merkt niet dat hij naast je komt staan. Hij staat op de stoep, geen halve meter van je vandaan naar je te staren met zijn dode haaien-ogen en je merkt er helemaal niets van. Geen instinct dat waarschuwt voor die koude glimlach op zijn gezicht. Zijn rechterhand komt uit zijn jaszak. Zijn duim drukt op de knop. Met een metalen klik springt het lemmet tevoorschijn. Het voorbij glijdende licht van de auto's blikkert even over de rand van het dodelijk scherpe staal. Nu is er iets. Iets in je geest heeft iets opgemerkt, op de een of andere manier, dat laagste deel van je hersens, het hagedissenbrein waar het ooit mee begon, voorvoelt iets gruwelijks en heeft een signaal tot in je bewuste geest geperst gekregen, en zegt: kijk op! Nu meteen! Je kijkt op. Je ziet hem staan. Hij is klein. Kleiner dan jijzelf. Hij draagt een capuchon die zijn gezicht half verbergt. Je blik glijdt omlaag naar zijn hand. Je ziet het blikkerende staal. Je geest zegt: 'huh? Mes?' Op datzelfde moment beweegt het mes bliksemsnel naar je toe. Je ogen volgen het nadrukkelijk scherp gefocust als het staal zich naar je toe beweegt en zich in je buik begraaft, helemaal. Nee, zegt je geest simpelweg, terwijl iets gruwelijks onvermijdelijks begint op te wellen rond dat stuk staal dat je daar onmogelijk maar wel degelijk in je lijf voelt zitten. De moordenaar draait nu langzaam het blad rond. Het beneemt je letterlijk de adem. Je voelt iets open scheuren daar beneden, iets nats en warms en vochtigs, je mond opent zich helemaal om te schreeuwen van pure angst en horror en pijn maar je keel is volledig dicht geknepen en je gaat hier dood, dat besef je nu. De moordenaar trekt het mes met een snelle beweging uit je lijf en je voelt het koude staal uit je glijden en een allerkortste moment flitst er iets van waanzinnig wilde hoop door je heen van misschien is dit het wel en gaat hij nu weg en overleef ik het als ik 1-1-2 kan bellen ik kan hier toch niet dòòd gaan dat kan toch niet kan toch niet maar alles wordt gruwelijk snel ook weer totaal vermorzeld als je geest meedogenloos registreert hoe het koude staal opnieuw nietsontziend in je steekt en opnieuw in je steekt en opnieuw in je steekt en je hoort hem hijgen daar naast je als hij je nog eens steekt en paniek en horror en gillende schreeuwende scheurende pijn die alles verwoest dendert met oerkreten door je heen en nee en nee en nee en nee Je hart stopt. Je borstkas zwoegt zinloos spastisch heen en weer. Je darmen legen zich. Je geest scheurt zichzelf totaal uit elkaar als hij merkt dat hij de controle volledig kwijt is en binnen nu en een kwart seconde het lichaam en de hersens volledig zullen sterven en er helemaal niks is dat wie dan ook daar aan zou kunnen doen en dan is het zover en sterft alles en ben je dood Maar het hoeft niet natuurlijk. Je kunt ook gewoon naar huis gaan en lekker soep maken. Want, ja, het kà n toch helemaal niet? Dood, en zo? Welnee. Is ook allemaal onzin. Ga maar lekker soep maken. Soms gaat het tè hard. Soms ga ik harder dan het universum en verschijnen er scheuren en barstjes in de werkelijkheid. Dan gebeuren er vreemde dingen. Opeens is daar in de tuin van de huurbaas een duif. Vliegt niet meer en heeft achter op zijn kop een nare wond, aangekoekt bloed en weggepikte veren. Hij is een beetje in de war, deze arme duif. Hij valt het tuinset van de huurbaas aan, evenals een stuk plastic dat even verderop ligt. Soms loopt hij wat om zich heen te kijken en draait zich dan opeens snel om naar niets, bijna alsof hij paranoïde wanen heeft. Ik was deze week bezig met knutselen in de tuin van de huurbaas, dus ik leerde deze verwarde duif elke dag wat beter kennen. Vreemd genoeg voelde hij zich blijkbaar op zijn gemak bij mij in de buurt, want ondanks dat ik vaak met elektrische apparaten bezig was, kwam hij steeds dichterbij. Op de derde dag, terwijl ik lustig aan het werk was, was hij opeens boven op mijn schoen geklommen. Ik hield op met bezig zijn en keek toe. De duif keek even omhoog naar mij, toen weer om zich heen, besloot dat hij daar wel goed zat en begon in mijn broekspijp te pikken. Hij paste prima in de prachtige tuin van de huurbaas, waar ook al kippen en ganzen rondscharrelden. Die vogels lieten hem over het algemeen met rust, zodat de verwarde duif overdag maar wat met de kippen mee scharrelde en hun voer at. 's Nachts werd hij door de huurbaas in een leeg kippenhok gelegd, om te voorkomen dat een vos of marter er mee vandoor zou gaan. Een enkele keer, als er onder de kippen beroering ontstond om het een of ander, dan poogde de duif te vliegen: hij klapperde met zijn vleugels, fladderde een meter of twee de lucht in en landde dan weer onhandig, om dan maar weer enigszins berustend in zijn lot verder te gaan met scharrelen. Gisteren tijdens een van mijn wandelingen lag in het hoge gras in de berm van de weg opeens ergens een jonge poes. Dood. Nog maar kort, aan haar nog steeds glanzende vacht te zien. Grijs-wit was ze, ik schat een maand of zeven, acht oud. Ik zag haar liggen en dacht: hè kijk, een slapende poes. Een fractie van een seconde later was er het besef dat zo'n jong dier hier nooit zo zou liggen, vlak naast een redelijk drukke plattelandsweg waar nu net nog een grote Jeep voorbij reed. Ik bukte en keek nog eens goed: nop, geen beweging. Voorzichtig raakte ik het dier even aan met de neus van mijn schoen, maar ze bleef stil liggen. Dood. En dan ben ik, en waarschijnlijk de andere zes bewoners van dit prachtige oude pand die op dat moment ook thuis waren, nog aan iets verschrikkelijks ontsnapt deze week. Ik had truffeltjes gegeten die avond, dus ik was om twee uur 's nachts nog wakker. Ik stond/lag op het punt om te gaan slapen. Ik had de muziek en de laptop al uitgezet, de kaars uitgeblazen, de balkondeur even opengezet en weer dichtgemaakt. Ik lag op de bank nog wat na te dromen toen ik ergens achter mij een geritsel hoorde. Nu hoor ik dat hier wel vaker: prachtige oude panden, zeker als ze zoals dit zijn opgetrokken uit mergelstenen en houten balken en zachtjes rammelen bij elke langsrijdende vrachtauto; dit zijn huizen die spreken. De deur van de badkamer klemt in de winter harder dan in de zomer. Als ik in bed lig, als ik alles uit en dicht heb en het drie uur 's nachts is, dan kraakt het huis nog steeds. Af en toe. Dus ik hoorde geritsel. Regen, dacht ik eerst. Regendruppels en die oude dakgoten die hier boven bijna overal langs mijn kleine appartementje lopen willen nog wel eens ritselende geluidjes produceren. Ik lag op mijn bankje en probeerde in de verder stille nacht het geritsel te lokaliseren. Nu ik mijn aandacht er op richtte besloot mijn brein dat het meer leek op getrippel dan geritsel. Het had bijna iets ritmisch: krits-krits-krits, stil, krits-krits-krits, stil. Een muis, dacht ik? Ergens onder de houten vloer of in de oude spouwmuren? Mijn ietwat wazige focus verplaatste zich naar het nachtkastje, waar het getrippel vandaan leek te komen. Ik bleef in het halfdonker stil liggen kijken naar de hoek waar het nachtkastje en het gordijn van de balkondeur samenkwamen, verwachtend dat er elk moment een klein muisje langs zou schieten. Toen drongen er vanuit die schemerachtige hoek kleine lichtflitsjes tot me door. Huh, dacht mijn wazige geest, ben ik nu aan het hallucineren? Maar mijn geest schakelde en kwam tot de conclusie dat dit echt iets anders was, iets 'echt'. Ik ging overeind zitten, boog wat voorover en richtte mijn nu iets meer ontwaakte blik op die donkere hoek. Daar was het weer: kleine lichtblauw-witte vlekjes licht, knipperend vanonder het gordijn, die met het knipperen ook het geritsel produceerden: krits-krits-krits, stil. Wat de fuck? Ik stond op en trok het gordijn weg. Daar op de vloer lag een stekkerdoos op z'n zij. Zo'n verlengkabel-stekkerdoos, met er in geplugd drie stekkers: een van de tv die nog aan stond, een ander van de grote staande halogeen-lamp-met-dimmer die ook nog aan was, en via een tweede verlengkabel-stekkerdoos ook nog het surroundsysteem dat op stand-by stond en de elektrische kachel, die al de hele avond stond te loeien. Ik keek weer naar de stekkerdoos naast het nachtkastje. Krits-krits-krits, stil. En lichtvlekjes. Ik bukte me en wilde de stekkerdoos omdraaien, bedacht me en tikte er met mijn slipper tegen aan. De doos kantelde en liet me zijn onderkant zien. Daar was het geritsel en de lichtvlekjes: kleine blauwwitte gloeiend hete vonkjes die bijna ritmisch uit het binnenste van de stekkerdoos kwamen knetteren en al bezig waren zich door het zwart wegsmeltende plastic naar buiten te vreten. Fucking hel. De kabel van deze doos verdween achter het nachtkastje en de matras naar een stopcontact dat daar ergens begraven zat, daar kwam ik zo gauw niet bij. Kut! Ik tikte de doos nog eens om met mijn voet en bekeek de bovenkant. Ik zag geen blootliggend metaal of kabels en tikte met een snelle beweging even met mijn vinger tegen het plastic van de stekker van de kachel. Geen stroom, maar ik realiseerde me wel met schrik dat de stekker warm aanvoelde. Ik drukte met mijn beslipperde voet de stekkerdoos tegen de grond en probeerde de kachelstekker uit de stekkerdoos te trekken. Muurvast! Het geknetter aan de onderkant ging ondertussen rustig verder. Fuck it. Ik trok met zo min mogelijk niet te vermijden lawaai het nachtkastje en de matras aan de kant en trok de stekker van de overwerkte stekkerdoos uit het stopcontact dat daar in de muur zat. Onmiddellijk viel alles uit: de tv, de lamp, de kachel en het geritsel. Opeens was het stil en donker. En het stonk naar verbrand plastic. Holy crap. Ik ging weer op de bank zitten. Ik stond weer op, zette de balkondeur open om die verbrande lucht eruit te laten en ging weer op de bank zitten. Mijn snel ontwakende geest liet nu volledig tot zich door dringen waar ik op het nippertje aan ontsnapt was. Brand door kortsluiting. Een klassiekere opstelling was bijna niet denkbaar: een oud pand met een krakkemikkige elektrische installatie, een idioot die daar vrolijk een hele berg apparatuur met drie verschillende verlengkabels op aansluit en dan die ene stekkerdoos naast het nachtkastje laat liggen, pal onder het gordijn. Dat lange smalle hoge gordijn dat naast de smalle hoge balkondeur hangt. De tòchtige smalle balkondeur. Ruim voldoende aanvoer van verse zuurstof. Ik had op Discovery Channel wel eens zo'n filmpje gezien van een proefopstelling waarin ze lieten zien hoe dat soort branden ontstaan en zich razendsnel verspreiden: zo'n kleine houten keet op een bedrijventerrein ergens die was ingericht als slaapkamer, aan èèn kant open. Naast het bed stond een prullenbak vol watten, met daarin, voor het experiment, een opengewerkte kabel die door een technicus even verderop van een vonk werd voorzien. Er knetterde iets wits, de vlam sloeg in de watten en letterlijk binnen twee minuten stond de hele keet in lichterlaaie. Gereedstaande brandweer erbij om het te blussen en een blije presentator die het publiek uitlegde dat het dus echt zò snel kon gaan. Dat flitste er allemaal door me heen terwijl ik daar in de donkere stille nacht met de deur open mijn verzameling nu als stukken donker en stil starende plastic en glazen schermen en ogen als een cockpit om me heen verzamelde apparatuur bekeek, van hun zoemende leven afgesloten door, alweer, het verbreken van een verbinding. Teveel. Het was gewoon teveel. Teveel power door een te dunne lijn. De ongebreidelde kracht van elektriciteit die zich, niet langer gebonden wetend door pogingen het met koper en plastic in de juiste banen te leiden, zich een weg naar de vlammende vrijheid wist te vreten. Of zoiets. Gewoon fucking brand. Nooit meegemaakt. Tot vandaag. Bijna dan. Sodeju zeg. Nu drong er ook iets anders tot me door. Als ik vanavond geen truffels had gegeten was ik waarschijnlijk al een paar uur eerder gaan slapen. Met de kachel gewoon aan. Hadden de truffeltjes mijn leven gered? Goede reis en veel plezier, maar dat lukt wel, geloof ik. Je moet gewoon doorgaan, het gaat allemaal vanzelf.
  14. He Chase, Sorry dat ik wat laat reageer, ik zit even thuis tijdelijk zonder internet, dus ik ben afhankelijk van de bibliotheek, lol... En ja, lijkt me cool, zeg maar waar en wanneer... Groet, Demion
  15. Demion

    Ego tript

    Dank je, Voyager! En ja, ik heb een sterk vermoeden dat er nog wel meer van deze verhalen komen... Groet, Demion
  16. Dank je, Chase! En ja, sinds kort kom ik vrij regelmatig in Maastricht ja, zowel bij Missouri als bij Sirius... Groet, Demion
  17. Demion

    Ego tript

    Ego tript In een wereld die nu al bevolkt wordt door zoveel ongrijpbare fenomenen (ice bucket, iemand?) wil ik er toch nòg een aan u voorstellen (behalve als u het concept al kent natuurlijk, in dat geval is er slechts sprake van een hervertelling): de Akasha-kroniek. Een idee oorspronkelijk afkomstig uit het Hindoeïsme, waar het bekend staat als 'een alles doordringend medium, 'ether' genoemd of het 'vijfde element'. Wat nu is of doet dit element, deze ether, dit medium? Zie het als een grote databank, maar dan niet een van namen of banknummers, maar van alle gebeurtenissen die ooit hebben plaatsgevonden, elke gedachte en emotie. (Bron: Wikipedia) Anders gezegd: alles, echt à lles wat ieder mens dat ooit bestaan heeft, nu bestaat en ooit nog zà l bestaan ooit gedacht en gevoeld heeft, staat daarin opgeslagen, in die database in dat ether-veld-medium. U en ik en iedereen, alles wat wij denken en voelen, nu en ooit, wordt automatisch opgeslagen in dat 'veld'. Niet iets waar noodzakelijkerwijs iedereen zich ook mee bezig houdt: de meeste mensen hebben het over het algemeen te druk met meer wereldse zaken, dingen als 'baan', 'gezin', 'partner', en de altijd gevreesde maar zo populair op feestjes zijnde draak van een 'hypotheek'. Dit is, uiteraard, allemaal helemaal okee. We kunnen ten slotte niet allemaal de hele dag thuis op de bank zitten trippen. Toch? Even iets anders. We zijn hier in Nederland en omgeving zo rijk dat we zijn begonnen met het perfectioneren van werkelijk alles in onze omgeving. Eenvoudig voorbeeld: Pringles chips. U kent ze wel, in die ronde kartonnen buizen, dat chipje waar die mensen in die gruwelijk irritante reclame allemaal zo misselijk pisvrolijk van gaan doen. Dat chipje dus. Best lekker trouwens, dat wel. Laten wij dit bescheiden chipje eens onder de loep nemen. Openen wij een dergelijke buis chips, dan zien wij in de stevige kartonnen koker èèn enkele rij van allemaal keurig op elkaar gestapelde exact dezelfde chipjes. Laat dit feitje even tot u doordringen. Dus we hadden al chips, in het licht van de onvermijdelijke evolutie gezien een totaal overbodig en daarom waarschijnlijk zo lekker zijnde luxe-product. We zijn als diersoort hier in de omgeving zò ongelofelijk succesvol, dat we niet alleen zo'n beetje verzuipen in het voedsel, maar van dat voedsel, gewoon omdat we het kunnen en willen en er zin in hebben, besluiten om van die rommelige onoverzichtelijke ongelijkvormige bènde die een gewòne zak chips eigenlijk is, dan maar eens het perfecte chipje te creëren, en voilà : Pringles. Dit is maar èèn voorbeeld, maar kijk even om u heen naar uw eigen wereld van dit moment en u ziet waarschijnlijk zelf wel wat ik bedoel. Alles wordt gewoon steeds beter. Dat lijkt een dood-doener, maar denk daar even over na. Het is toch zaterdag. Die smartfoon die u zeer waarschijnlijk wel in uw bezit heeft. Dat hoogstaand technologisch wonder, dat wij, dat is, die mensen bij Eppel en hun collega's, desondanks maar steeds bèter maken. Nog sneller en dunner en scherper totdat er uiteindelijk iets overblijft als een interactief lichtscherm dat door een miniatuur projector in een polsbandje op uw onderarm geprojecteerd wordt. Hoe science fiction had u het graag? Al die miljarden aan terabytes aan data die al die apparaten samen vrolijk naar elkaar versturen worden, letterlijk, met de snelheid van het licht door satellieten door de ruimte naar elkaar en terug naar de Aarde gestuurd, zodat u dat leuke plaatje van die collega naar al uw vrienden kunt doorsturen. Maar dan wel à l uw vrienden, en wel nu meteen. Klik. De serverparken die daarvoor nodig zijn rijzen als paddestoelen uit de grond. Enorme ruimtes helemaal vol met de ene zacht zoemende en met druk knipperende lampjes voorziene computer-schakel-kast na de andere, die samen zoveel energie gebruiken dat ze alleen maar gebouwd worden dicht in de buurt van grote energiecentrales. Allemaal druk bezig de ene na de andere feesboekpagina te laden. En zo. Nou, zo'n soort database, maar dan in dat ongrijpbare veld-medium-ether, dat is de Akasha-kroniek. De in het duister van die computerkasten rondzoemende elektronische pulsen zijn vervangen door de gedachten en emoties van alle mensen ooit, maar het idee is ongeveer hetzelfde. Laten we verder neuzelen. Het is toch zaterdag. Mijn geweldige ex-vriendin, in de korte maar ongelofelijk boeiende relatie die ik met haar had, zei vaker tegen me, als we aan het praten waren over van alles en nog wat, dat ik alles wist. Gewoon, alles. Nu ben ik best intelligent. Ik weet dat ik vrij veel weet (wee mijn monsterachtige onbescheidenheid) maar alles? Wie weet er nu alles? Wat is dat uberhaupt: alles weten? Dat doet alleen God zelf, voor wie daar in geloofd. Ik heb haar destijds een aantal keer gevraagd of ze dat serieus meende, of alleen om aan te geven dat ik 'vrij veel' weet. Nee, serieus, zei ze altijd. Jij weet gewoon alles, zei ze dan. Het maakt niet uit waar het over gaat, het hoeft maar een woord of idee te zijn en jij haalt er, hup, zo een brok informatie bij te voorschijn. Haar woorden. (Terwijl ik dat schrijf, 'haar woorden', besef ik meteen hoe zinloos ze zijn: aangezien ik des schrijvers dezen wees, zou ik mijn lieve ex-vriendin elk woord in de mond kunnen leggen dat ik maar wil, om vervolgens tegen u te zeggen: haar woorden. Maar vooruit, ik dwaal af...) Dat zei ze dus. Ik wist alles. De Simon-fans onder u die mij de laatste tijd bestempeld hebben als geniaal en briljant weten vast wel wat ik bedoel. Nee, dit is geen grote egotrip. (Alhoewel... Is niet alles een grote egotrip? Maar dat terzijde...) Waar nu wil ik toch heen met dit geneuzel? Dat die Akasha-kroniek gewoon geweldig is. Het voelt alsof je voortdurend toegang hebt tot die supercomputer uit dat geniale verhaal 'The Hitchhikers Guide to the Universe'. Behalve dan dat deze supercomputer wèl altijd alles weet. En ik dus blijkbaar ook. Wat zegt u? Dat is een waanzinnig idee? Nou, dat ben ik toevallig volkomen met u eens. Magic truffels Dutchii, 15 g
  18. Voor de Japanse rijstwijn van het argument Ik duik. De bodem van het meer is van een realiteitsverpletterend smaragdgroen glas. Niet glad: nee, om alles nog veel erger te maken heeft de smaragd-donkergroene glazen bodem van het meer waar ik zojuist ingedoken ben een bodem die het profiel heeft van golven en dat is niet alles want door de woest brekende golven boven mijn hoofd breekt schaterend kletterhelder steenkoud zonlicht in extreem scherpe scherven dwars door het water en verscherpt ongenadig hard de randen en pieken en dalen van het monsterachtig blikkerend glazen tapijt daar beneden mij. Ik duik en druk neemt doe en ik duik nog wat dieper en de druk van eindeloos veel tonnen aan duister woest schuimend water overal om mij heen in eindeloos donkere kilometers strekt het zich overal uit en golft koud en straks langs mijn kille naakte huid en ik duik en word langzaam maar zeker verpletterd en mijn schedel die bà rst... Dan ben ik bij de bodem en het zinderende kwantum-veld van bewustzijn binnen mijn brekende schedel registreert met een schrikbarende felle flits van naakte totale horror dat mijn ijskoude vingers dwars dòòr dat zogenaamde gekmakende glas heen gaan en onmiddellijk vormen zich zeer scherpe lijnen in mijn geest en een allestotale multidimensionale supernexus van integraal in zichzelf verweven voor altijd terugvallende anti-gravitone neergaande golven maken dat mijn kwantum-veld zichzelf spontaan exponentieel begint te verbreden in alle richtingen van alle dimensies tegelijkertijd en ik ben wèg. Er is hier varenhout. Varenhout en... oude bomen. Het is stil maar... niet helemaal. Zo af en toe ritselt er iets, dan weer eens links van je, dan weer van boven... Onder je blote stil doorlopende voeten bevindt zich een aangenaam zacht tapijt van parelend mos en wat zachte dennennaalden. Je maakt geen geluid. Je beweegt je bewegingsloos voort en zelfs je warme adem glijdt als vanzelf onhoorbaar door je lijf heen en weer. Dit is van voor de tijd. Er is hier in dit hete dampende MesozoÄ©cische woud maar èèn koning: Tyrannosaurus. Er doemt een oud kasteel op aan de zacht schimmerende horizon. Zijn oude en langzaam maar zeker afbrokkelende mergelstenen blokken zijn door de vele jaren heen zwart beroet geraakt: oud en tanend. Het verregende grijze beton herbergt schuimerachtig de lange koude donkerbruin verroeste treinrails, ingebed in hun koude graf van scherpe puntige grijze en bruine stenen. De wind waait wild en en onbeheerst door deze koude graftunnel en jaagt vlagen regen naargeestig voor zich uit. Daar echter, recht voor mijn ogen, staat midden tussen het dubbele spoor op deze jagende namiddag een klein roze-bloeiend heide-achtig struikje parmantig met zijn kleine roze bloemetjes wat heen en weer te waaien in de straffe wind, alsof het wil zeggen: goedemiddag, wat een prachtige dag, vindt u niet? Ik vind van wel als de dreunende bas van de dampende house-mix uit de zacht in mijn beider gehoorgang passende mini-luidsprekers hun pompende golven van energie maar recht op mijn op de grens van scheuren staande strak mee vibrerende trommelvliezen blijven beuken, steeds opnieuw en opnieuw. Mijn schedel trilt mee als de golven worden omgezet in flitsend snelle pulsen van voortrazende elektrische energie die rechtstreeks mijn brein in schieten en daar een miljard neuronen tegelijkertijd in een weergaloos feest van vuren en vonken doen oplichten, een onzichtbaar neuraal netwerk van heen en weer schietende bassen en fel flitsende high-hats, en dà n pas open ik mijn ogen en de hele voortrollende werkelijkheid van de grijs verstormende wereld dringt met al zijn denderende kracht door in mijn kwantumveld-geest en ik zie hoe de totale werkelijkheid is gemaakt van een werkelijk eindeloos langgerekt veld van voortdurende omzetting van de ene vorm van zuivere energie in de andere, het hele universum een flitsend metabolisme van helder bewustzijn. Wat een magistrale manier van bestaan. Wat een waanzinnige wereld. Tja. Dat je dus, zeg maar, midden in de nacht of zo, een beetje buiten rond loopt, gelukkig wel gewoon met je kleren aan en zo, een beetje midden over straat zwalkt, zeg maar, want er is toch niemand thuis, en nee, niet bezopen, helemaal niet, maar wel gewoon, ja, helemaal happy, zeg maar, en vrolijk. Want ja, er is zoveel moois te zien, man! De straten hangen vol met diamanten, zeg maar, dus. En mooie kleurtjes en zo, best wel overal en alles, weet je wel? En dat er opeens ergens achter je een auto verschijnt en ook zomaar weer weg draait voordat je hem echt ooit hebt gezien waardoor alleen dat geluid van die over het asfalt schurende banden en die ronkende motor nog door mijn hoofd echoën en ik me vrolijk afvraag of die hele auto nu eigenlijk wel of niet heeft bestaan, en zo niet, geldt dat dan niet meteen maar voor alles? Ik vind eigenlijk van wel, ha! En zo dreinzelen mijn vrolijk over elkaar heen buitelende gedachten als een stel spelende kinderen elkaar lachend achterna door de grote bonte speeltuin die is mijn hoofd. Maar dat je dan dus, opeens zeg maar, vanuit je linker ooghoek iets ziet bewegen wat volgens mij niet helemaal alleen bij het voorbij schuivende beeld hoort, zeg maar, snap je? Dus ik wierp even een snelle blik over mijn schouder en daar verscheen dus echt uit het helemaal niks een langslopend ander menselijk wezen! Nee, ik lieg niet, hij verscheen daar opeens, want ik had hem daarvoor echt in het geheel niet gezien, toen ik in mijn olijke uppie een beetje voor me uit spacend wat wazig aan het trippen was daar midden op de weg, en daar was hij dan dus zomaar opeens verschenen: die andere mens. Een waarachtig klein parmantig voortstappend manneke was het, wat ik je brom! Een kleine zwarte mantel-kapon was als een zachte bevermuts diep over de oortjes van dit kleine woeste mannetje zijn bolle hoofdje getrokken, als om hem en het te beschermen tegen de grote boze buitenwereld, en nu steek ik ook nog mijn kleine handjes in mijn kleine zakjes en zet ik nog wat donker voort schimmende stapjes hier in mijn eigen kleine duister, waar niemand mij vinden kan. Maar ik had hem gezien, uit het niets verschenen had ik hem gezien, al was het maar even. Daarna was hij weer weg, zomaar opgeslokt door een langs rollende donkere schijf nacht: weg. Ook van hem weet ik nu nog niet zeker of hij eigenlijk wel ooit echt bestaan heeft. Wat een wondere wereld. Een portie Dolphins Delight, magic truffel Een portie Cosmic Connectors, magic truffel Een aantal goeie joints Een enkel kopje thee of twee En een vrolijke glimlach Smartshop Sirius, Maastricht waarvoor dank
  19. Demion

    Demion en het Universum

    Demion en het Universum Een tripverhaal Maandag 21 september 2015 Zestien vierendertig Ik heb vanmiddag van een goede vriend vijftien gram zogenaamde 'magic truffels' gekregen, ook wel bekend onder de naam 'Sclerotia' of 'Philophers Stones'. Trippaddestoeltjes. Werkzame stof: psylocybine, een stof die qua chemische structuur veel lijkt op DMT, dat andere wonderstofje dat van nature voorkomt bij mensen, en dat onder andere verantwoordelijk wordt geacht voor die andere trip: een bijna-dood-ervaring. Vanavond rond een uur of negen ga ik ze oppeuzelen. Geadviseerd werd om te beginnen met bijvoorbeeld twee-derde van die hoeveelheid van vijftien gram, dus dat zal ik ook doen. Afhankelijk van hoe de trip zich ontwikkelt kan ik daarna altijd nog de resterende hoeveelheid weg smikkelen, zeg maar. Ik heb de truffels zojuist even bekeken: het zijn net wat misvormde erwtjes, ook ongeveer zo groot, grijs-bruin van kleur en vrijwel reukloos. Dit schrijven gaat het verslag worden van deze gebeurtenis. Aangezien het voor mij de allereerste keer zal zijn dat ik deze truffeltjes tot mij ga nemen, weet ik niet zeker wat ik kan verwachten en weet ik dus ook niet zeker of ik, als de trip straks in volle gang is, wel in staat zal zijn tot schrijven, er zin in heb, en zo ja, of er dan wel iets zinnigs uit voorkomt. We gaan het zien. Gaat u mee? Zeventien zesentwintig Serieus goeie joint gerookt. Mega-wiet. Amnesia, heet het. Yeah right. Smiley-face Ik heb vanmorgen een gezond en stevig ontbijt gehad. Vanmiddag nog een stapel koekjes. Tot vanavond negen uur, als ik de truffeltjes ga eten, eet ik verder niets meer. Het zou het beste zijn op een lege maag. We gaan het zien... Zeventien negenendertig Een kopje thee, met drie lepels suiker. Wat? Nee, dat is niet veel. Vier is lekker. Vijf is veel. Ik ben mega-stoned. De foon staat uit, de deur is op slot, het dikke tochtkussen ligt ervoor. Ik ben ruimschoots voorzien van eten en drinken, en wiet en vloei en tabak en andere rookwaar. Feesboek en twitter staan uit. Het is even alleen ikzelf en de muziek en de wereld. Voorbereiding. Smiley-face Zeventien vierenvijftig Nog een uur of drie. Of ik nerveus ben? Dat valt mee. Het is niet mijn eerste trip-ervaring: ik heb al eens geëxperimenteerd met LSD, doornappel en paddo's, maar dat is allemaal wel al lang geleden: nu toch alweer bijna twintig jaar. Maar ik weet dus wel wat ik ongeveer moet verwachten: vrolijke kleurtjes en dergelijke... Van de andere kant: psylocybine lijkt sterk op DMT, en DMT is een heel bijzonder stofje... Ik vroeg eerder deze week aan het Universum: verbindt mij met jou! Een paar dagen later krijg ik deze truffeltjes. Hoe ze heten, deze speciale versie? 'Cosmic Connectors'. Smiley-face. Smiley-face Achttien tweeëntwintig Uur U nadert. Of zoiets. Ik heb me daarstraks nog eens gedoucht en m'n tandjes fijn gepoetst. Voor de tweede keer vandaag. Normaal doe ik dat minstens èèn keer per dag, maar vanmiddag deed ik het nog eens. Daarna trok ik schone sokken aan en werkte ik het beetje afwas weg dat er nog stond. Nu is alles... klaar. Opgeruimd, schoon, helder, netjes, fris, zuiver... goed. Voorbereiding. Smiley-face Negentien vijftig Nog een uurtje. Ik word langzaam wat blij-opgewonden, als een kind dat straks zijn verjaardag mag vieren. Prachtig. Net nog even het nieuws gezien op tv. Het bericht waar ze vandaag mee openden: Nederland koopt misschien wel twee schilderijen van Rembrandt, voor honderdzestig miljoen euro. De gedachte die bij mij opkwam was: 'ja en?' Nog een uurtje. Voorbereiding. Smiley-face Twintig twintig Sinds die vorige joint er geen meer gerookt. Langzaamaan wat helderder worden, voor als straks negen uur dichterbij komt... Voorbereiding. Smiley-face Twintig drieënveertig Het is bijna zo ver. Ik ben nog steeds niet veel meer nerveus dan dat beetje blij-opgewonden van daarstraks, en dat is een goed teken. Ik voel me kalm en goed en happy en lekker in m'n vel, alles om me heen is honderd procent in orde. Ik ben goed voorbereid. Het zal een magistraal avontuur zijn. Kwartiertje nog. Voorbereiding. Smiley-face Twintig vierenvijftig ik heb zojuist ongeveer twee-derde van de truffeltjes uit het papieren zakje gehaald. Moet ongeveer tien gram zijn. Ik heb ze op een dekseltje op tafel gelegd. Ik heb een prettige trance-mix die begeleid wordt door de prachtigste beelden. Het licht is zacht en aangenaam, net als de temperatuur. Ik heb een kop thee gezet en een glas water op tafel gezet. Ik rook nog een sigaret en dan ga ik beginnen. Voorbereiding ten einde. Smiley-face Eenentwintig nul vijf Ik ben begonnen met truffeltjes te eten. Ze smaken niet eens verkeerd, een beetje naar rauwe erwtjes. Ik smikkel de truffeltjes, een beetje zoals tutti frutti eet ik ze gewoon op. Eenentwintig nul acht. Zo. De eerste tien gram zijn verorberd. Smiley-face Eenentwintig twaalf Viel qua smaak inderdaad reuze mee, maar een slok water die er op volgde gaf even een vieze nasmaak, hihi... Maar, slokje thee er achter aan en alles is weer okee. Smiley-face Eenentwintig twintig Het is nu een kwartiertje geleden. Het eerste wat ik merk is dat ik het warm krijg. Vest uit. En ik geloof dat ik wel iets begin te voelen. Mijn mond voelt een beetje verdoofd aan, een beetje alsof er watten in zitten. Ik begin nu ook lichte visuele hallucinaties te ervaren. Mijn omgeving begint te... verglijden. Ik zweet. Alles okee. Smiley-face God-wezen Hij speelt met zijn leven, dwaas en onbemind is dat niet hoe elke soort zijn maar er is paarelmoer overal de mens en zijn alles is helder en straalt alles is vloeibaar beweegt vol met leven intèntie zelfs de eenvoudige vlieg beheerst een onnoembare gratie het kaarslicht is zuiver en stil muziek is van eeuwen gemaakt overschrijdt eonen gradaties onbemind nooit geweest niet geweten zo zuiver mijn hart is geweest zo was in den beginne altijd al hier geweest dit is hoe God heeft geweten en ik steeds dichter geweest altijd een dichter gebleven altijd een dichter geweest dit is Gods weten dit is Gods geest Smiley-face